achtergrond

Waarom wordt er zo weinig koloniale roofkunst teruggegeven?

9 oktober 2025

door Esther Muwombi en

Steeds meer koloniale roofkunst wordt door Europese landen en musea teruggegeven aan het land van herkomst. Toch blijven miljoenen kostbare sculpturen, maskers en bronzen nog in handen van de voormalige kolonisator. Alleen al in Nederland gaat het om honderdduizenden artefacten. Waarom? “Ze beweren dat we er zelf niet voor kunnen zorgen.”

Waarom wordt er zo weinig koloniale roofkunst teruggegeven?

Kunstvoorwerpen in Wereldmuseum Leiden, tijdens een officiele overhandiging van 113 kunstvoorwerpen aan Nigeria. Foto: ANPfoto/Freek van den Bergh

Begin dit jaar gaf Nederland 113 Benin Bronzen terug aan Nigeria – koninklijke schatten die werden gestolen tijdens een Britse invasie van het koninkrijk Benin in 1897. Via Britse en Duitse handelaren kwamen ze vervolgens in Nederland terecht, en na meer dan een eeuw in Nederlandse musea keerden de bronzen beelden nu dan eindelijk terug naar Nigeria. Naast de teruggave door de landelijke overheid, gaf de gemeente Rotterdam ook objecten terug.

De Benin Bronzen zijn geen geïsoleerde teruggave van roofkunst, maar ze maken deel uit van een wereldwijde kwestie die gaat over rechtvaardigheid, eigendom en de toekomst van museumcollecties. In verschillende landen in Afrika vraagt men zich af: waarom duurt het zo lang en komen de objecten ooit terug?

Nederlandse musea bezitten nog steeds enorme koloniale collecties. Het Wereldmuseum – waar het Wereldmuseum Amsterdam, het Wereldmuseum Rotterdam en het Wereldmuseum Leiden onder vallen – bezit ongeveer 450.000 objecten. Zo’n 180.000 daarvan werden verworven tijdens de koloniale tijd. De musea tonen onder andere heilige maskers, koninklijke amuletten en foto’s.

Ook andere Nederlandse musea hebben objecten die vermoedelijk via koloniale roof in Nederland terecht zijn gekomen. Tien instellingen, waaronder Keramiekmuseum Princessehof, Kunstmuseum Den Haag, Museum de Fundatie en Museum Vrolik, vermoeden dat een deel van de tentoongestelde voorwerpen geroofd is. Deze musea ontvingen samen 243.000 euro subsidie ​​om de herkomst van hun artefacten te bestuderen. Zij laten nu Indonesisch keramiek, koninklijk zilver, een Benin brons en zelfs voorouderlijke menselijke resten uit Zuid-Afrika onderzoeken.

Ondertussen wacht Indonesië ook op hun geroofde kunst. Hoewel 828 objecten zijn teruggegeven, zijn er nog steeds meer dan 130.000 Indonesische artefacten in Nederlandse collecties.

Wat heeft Nederland tot nu toe teruggegeven?

  • Aan Indonesië: honderden objecten, waaronder de Lombokschat, Boeddhabeelden, sieraden, krisdolken, munten en textiel. Veel ervan werden geroofd tijdens koloniale oorlogen.
  • Aan Sri Lanka: zes objecten, waaronder historische kanonnen, geweren en sabels, buitgemaakt tijdens het Nederlandse koloniale bewind.
  • Aan Nigeria: 119 Benin Bronzen (113 uit de nationale collectie en zes uit Rotterdam), waaronder koninklijke plaquettes, figuren, regalia en een bel, geroofd tijdens de Britse inval in Benin City in 1897.

In Nederland zijn meerdere partijen betrokken bij de teruggave van koloniale collecties, wat het proces langdurig en bureaucratisch maakt. De Commissie Koloniale Collecties onderzoekt claims en doet aanbevelingen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap neemt vervolgens het formele besluit. Musea doen herkomstonderzoek, stellen de objecten veilig en maken ze klaar voor overdracht. Tegelijkertijd doet het ministerie van Buitenlandse Zaken de diplomatieke onderhandelingen met claimende landen.

De betrokkenheid van meerdere instellingen en bureaucratie van beide kanten, leidt vaak tot vertragingen. Teruggave is meestal een procedure tussen twee overheden, zegt Jos van Beurden, senior onderzoeker naar cultureel erfgoed aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Toch kan het proces niet zonder die overheden. Als westerse musea direct onderhandelen met lokale gemeenschappen, zonder de staten te respecteren, kan dat oude patronen van kolonialisme weerspiegelen, legt Van Beurden uit.

Duidelijk bewijs

Nederland beslist over restitutie op basis van herkomstonderzoek. Daarbij onderzoeken musea samen met de Commissie Koloniale Collecties aan de hand van archieven en (koloniale) documenten hoe objecten in Nederlandse collecties terecht zijn gekomen. Alleen wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat een object onder koloniaal bewind onrechtmatig is verkregen, keurt de overheid de teruggave goed.

Van Beurden benadrukt de noodzaak van duidelijk bewijs. “Als een individu in 1920 een object uit Benin op een Nigeriaanse markt kocht, behoorde het niet tot de Britse buit.” Daarom adviseren het ministerie van Cultuur en de adviescommissie grondig onderzoek naar de herkomst van artefacten, waaronder objecten in particulier bezit. Een particuliere eigenaar moet zich dan wel vrijwillig melden met een koloniaal artefact, en akkoord gaan met onderzoek naar de oorsprong en de rechtmatige eigenaar.

Hoe werkt teruggave tussen landen?

1. Formeel verzoek
Het land van herkomst dient een officieel verzoek in voor de teruggave van artefacten.

2. Beoordeling door de overheid
Het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beoordeelt het verzoek. De Commissie Koloniale Collecties beoordeelt de herkomst en de juridische context.

3. Herkomstonderzoek

Musea en onderzoekers traceren de geschiedenis van het object: hoe is het verkregen, geroofd, geschonken of gekocht onder koloniale machtsongelijkheid?

4. Adviesrapport

De commissie brengt een advies uit aan de Nederlandse regering. Het advies behandelt historisch onrecht, eigendomsrechten en de culturele betekenis van het object.

5. Politieke beslissing

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beslist of restitutie wordt goedgekeurd. Het parlement wordt op de hoogte gesteld van het besluit.

6. Teruggaveceremonie

Artefacten worden formeel overgedragen aan vertegenwoordigers van het verzoekende land, vaak met openbare of diplomatieke ceremonies.

7. Samenwerking na teruggave

Landen kunnen afspraken maken over samenwerking bij tentoonstellingen, uitlenen, conserveringstrainingen en gezamenlijk onderzoek na teruggave.

Een argument dat soms wordt gebruikt om kunstobjecten niet terug te geven, is de bewering dat Afrikanen niet in staat zijn om goed voor hun eigen kunstobjecten te zorgen. Deze paternalistische visie werd geïllustreerd door Didier Rykner, een prominente Franse kunstcriticus en hoofdredacteur van online kunstmagazine La Tribune de l’Art. Hij stelde in 2018: ‘Afrikanen zouden moeten erkennen dat Europeanen erfgoed hebben bewaard dat anders wellicht was verdwenen. Zonder verzamelaars zouden de meeste objecten verloren zijn gegaan door onwetendheid, verval of vernietiging.’

Rykners opmerking werd breed bekritiseerd omdat die een koloniale mentaliteit weerspiegelde die nog steeds van invloed is op debatten over geroofd cultureel erfgoed. Mark Olaitan, conservator van het Benin City National Museum in Nigeria, verwerpt Rykners opvatting dan ook krachtig: “We hebben deze artefacten gemaakt en meer dan vijfhonderd jaar bewaard. Toen de Europeanen ze kwamen stelen, waren ze intact: geen schimmel, geen termieten, niets. En nu, nadat ze 129 jaar in ‘ballingschap’ zijn gehouden, beweren ze dat wij er niet voor kunnen zorgen?” Ayodele Odesola, een Nigeriaanse landenexpert en docent internationale handel aan de Hogeschool Windesheim, benadrukt de kern van de zaak: “Zelfs als we er niet voor zouden kunnen zorgen, dan hebben we nog steeds het recht om te kiezen wat ermee gebeurt.”

Veel voormalige koloniale machten bieden alleen aan om geroofde schatten uit te lenen, maar willen ze niet teruggeven. Zo stelde het Britse Victoria & Albert Museum voor om de in 1868 gestolen Ethiopische Maqdala-schatten uit te lenen, maar niet terug te geven. En ondanks herhaaldelijk verzoek van Egypte om de Steen van Rosetta1 terug te geven, weigert het British Museum dat categorisch. Wel stelde het museum tijdelijke bruikleen voor. Of neem de Dapper Foundation in Parijs, die stemde alleen in met het uitlenen van de Kameroense Bangwa Queen in plaats van die permanent terug te geven.

Die weigering zorgt voor frustratie bij gemeenschappen in de landen waar de kunst vandaan komt. Bovendien is niet alleen teruggave van kunststukken als de Benin Bronzen noodzakelijk, maar er moet ook compensatie komen, betoogt landenexpert Odesola. Omdat musea decennialang hebben geprofiteerd van het tentoonstellen van geroofd erfgoed, waarbij bezoekers betaalden om de artefacten te bekijken, vindt hij financiële compensatie terecht. Dat geld kan Nigeria gebruiken om musea te bouwen en te versterken, zodat teruggegeven objecten op de juiste manier bewaard kunnen worden. De Nigeriaanse schrijver en Nobelprijswinnaar Wole Soyinka benadrukte dit sentiment onlangs bij de Verenigde Naties, hij vindt dat herstelbetalingen verder moeten gaan dan symbolische gebaren.

Het hele verhaal

Een ander probleem is dat lokale onderzoekers vaak afhankelijk blijven van Europese programma’s en daardoor niet autonoom te werk kunnen gaan, vertelt erfgoedonderzoeker Van Beurden, die nauw samenwerkt met gemeenschappen in voormalige koloniën. Hij herinnert zich een Tanzaniaanse curator die het nationale verhaal wilde vertellen en niet alleen het koloniale hoofdstuk. Maar omdat veel projecten worden gefinancierd door Europese overheden of universiteiten, worden lokale wetenschappers als assistenten ingezet in plaats van als gelijkwaardige partners. “Tanzania was honderd jaar gekoloniseerd, maar heeft duizenden jaren geschiedenis. Laat ze hun hele verhaal vertellen.” Soortgelijke frustraties, voegt hij eraan toe, zijn te horen in Indonesië en Uganda, waar curatoren proberen hun zeggenschap over de representatie van hun geschiedenis terug te winnen.

Niet alleen regeringen en musea vinden teruggave belangrijk, voor veel jonge Afrikanen in Europa is het een persoonlijke strijd. Voor Timothy Toto, in Nederland geboren met een Oegandees-Rwandese achtergrond en voorzitter van de Vereniging van Afrikaanse Studenten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, gaat het debat over artefacten over veel meer dan objecten of geld. “Op school in Nederland hebben we te weinig geleerd over hoe de Nederlandse overheid anderen in landen zoals Zuid-Afrika tot slaaf heeft gemaakt”, zegt hij. “Door geschiedenis waarheidsgetrouw te onderwijzen en het ongemakkelijke verleden onder ogen te zien, kunnen gemeenschappen hun identiteit en trots herwinnen.” Herstel van waardigheid betekent volgens hem: erkennen dat koloniale plundering diepe wonden heeft achtergelaten, en niet alleen materiële verliezen.

Maar niet alleen het onderwijs in Nederland schiet tekort, ook in Nigeria. “Dit is een wake-upcall voor Afrikaanse overheden om de focus te verleggen naar onze rijke Afrikaanse geschiedenis”, zegt landenexpert Odesola. “Op Nigeriaanse scholen leren we meer over de Europese dan over onze eigen geschiedenis. Veel Nigerianen weten niet eens wat de Benin Bronzen zijn. Met deze artefacten kunnen leerlingen eindelijk zien wie we zijn.” Ook conservator Olaitan gelooft dat de terugkeer van roofkunst een kans biedt om het onderwijs te dekoloniseren. “Onze jongeren kunnen nu ook buiten de schoolboeken in contact komen met hun geschiedenis.”

“De terugkeer van de bronzen is niet het einde”, zegt conservator Olaitan. “Het is het begin van een nieuwe samenwerking: tussen landen, musea en mensen.” Hij doelt daarmee op praktische vormen van samenwerking, zoals gezamenlijke tentoonstellingen, wetenschappelijke onderzoeken en educatieve programma’s waarin kennis en expertise over de objecten worden gedeeld. Maar volgens Toto moet er niet alleen aandacht komen voor oude kunst. “Het gaat erom te weten wie we zijn en de wereld te laten zien dat we ertoe doen.”

 

Bovenstaand artikel verscheen eerder bij OneWorld.

Waardeer dit artikel

Dit artikel lees je gratis. Vind je het artikel en onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Media.

Mijn gekozen bedrag: € -

Over de auteur

Over de auteur

Esther Muwombi

Naar profielpagina