achtergrond

Vergeten slachtoffers: het lot van zwerfdieren in Syrië

24 april 2026

door Ashraf Sahli en

Vlakbij de citadel van Aleppo, een historisch monument met een bijzondere symbolische waarde voor Syriërs, redden Rama Murae en haar collega’s van de organisatie ‘Bayt Al-Rahma’ zieke en mishandelde zwerfdieren. Dat doen ze met beperkte middelen. “Helaas accepteren mensen geen katten of honden in hun woonwijk.”

Vergeten slachtoffers: het lot van zwerfdieren in Syrië

Rama Murae

In Syrië worden dagelijks duizenden dieren aangereden, beschoten of door hun eigenaren achtergelaten. Maar door het ontbreken van gespecialiseerde organisaties bestaan er geen exacte cijfers. Op 25 april 2025 riepen dierenrechtenactivisten in een demonstratie in hoofdstad Damascus op tot het stoppen van geweld tegen katten en honden. Ze eisten dat dieren beschermd moeten worden tegen het willekeurige doden en vergiftigen, en promootten een cultuur van mededogen en dierenwelzijn. De activisten drongen aan op het invoeren van wetten ter bescherming van dieren, te midden van het toenemende aantal zwerfdieren en het escalerende geweld ertegen als gevolg van oorlog, psychologische druk en economische problemen.

In heel Syrië, vooral in verlaten en door de oorlog verwoeste gebieden, leven grote aantallen zwerfdieren. Met de terugkeer van bewoners na de val van het regime van Bashar al-Assad in december 2024 wordt de crisis van mishandeling van katten en honden steeds duidelijker, bij gebrek aan wetten die daders bestraffen, maatschappelijke bewustwordingsprogramma’s over dierenrechten en overheidsprojecten voor herplaatsing, vaccinatie en sterilisatie van zwerfdieren. Maar er zijn ook organisaties die problemen proberen aan te pakken en het bewustzijn hierover te vergroten, zoals ‘Bayt Al-Rahma’.

De realiteit van straatdieren

In de wijk Al-Zahraa in Aleppo, die tijdens de oorlog verlaten was, bevolken grote aantallen katten en honden de straten. Bewoners eisen van de autoriteiten oplossingen om de verspreiding van straatdieren te beperken. Ze beweren ook dat de rondzwervende honden woest en agressief zijn. Rama Murae meent echter dat de honden geen enkel gevaar vormen voor de bewoners, maar dat ze honger lijden en zorg nodig hebben. Beelden die dit ondersteunen, liet ze op Instagram zien in een video van een bezoek aan Al-Zahraa.

Rama: “Helaas accepteren mensen geen katten en honden in woonwijken.” Ze legt uit dat sinds de terugkeer van burgers het geweld tegen zwerfdieren in deze gebieden is toegenomen, waarbij “de enige ‘oplossing’ bestaat uit vergiftiging of het neerschieten van dieren.” Rama zegt dat het merendeel van de meldingen die haar organisatie ontvangt over katten gaat: “Zij zijn zwakker dan zwerfhonden en meer vertrouwd met mensen, waardoor ze kwetsbaarder zijn”.

“Tot onze spijt worden veel van deze daden door kinderen gepleegd,” vertelt Rama. “Dit komt door de slechte behandeling van kinderen door hun ouders, wat leidt tot psychologische instabiliteit.” De oorlog, politieke repressie en economische problemen verergeren de situatie. “Die creëren gevoelens van wraak, die mensen afreageren op zwakkere wezens.” Volgens Rama is het aantal gemelde ziektegevallen bij katten en honden beperkt in vergelijking met mishandeling. Ook benadrukt ze dat zwerfdieren die mensen aanvallen, “uiterst zeldzaam” zijn.

Huis van barmhartigheid

‘Bayt Al-Rahma’, de naam van de organisatie, is een Arabische term die ‘Huis van Barmhartigheid’ betekent, een uitdrukking met diepe culturele betekenis in de Syrische samenleving, zowel in Arabische als islamitische context. Barmhartigheid wordt aangemoedigd door de islam, die door de meeste Syriërs wordt gevolgd, en geldt ook voor huisdieren. Met emotie zegt Rama: “Onze missie is dieren met zachtheid behandelen en hen beschermen zoals een moeder haar kinderen beschermt.”

In 2019, toen Rama zeventien jaar oud was, redde ze een kat die volgens haar opzettelijk was aangereden door een auto. Deze kat leeft tot op de dag van vandaag in het opvangcentrum van de organisatie. Aanvankelijk was het haar doel katten en huisdieren te redden en ze na herstel weer vrij te laten. Maar Rama merkte dat de vrijgelaten dieren opnieuw werden mishandeld. “Toen besloot ik mijn gouden sieraden en cadeaus die ik van mijn familie had gekregen, te verkopen om in 2020 een opvang over te nemen,” vertelt ze. Ze droeg lange tijd in haar eentje de kosten van het opvangcentrum en de verzorging van de dieren, totdat het werk kon worden uitgebreid.

Volgens Rama heeft Bayt Al-Rahma sinds haar oprichting 850 dieren gered en opgevangen. Alle dieren staan onder toezicht van gespecialiseerde dierenartsen die zich bij de vereniging hebben aangesloten. Vrijwilligers halen de gewonde dieren op na meldingen.

Hoe kan het probleem worden opgelost?

In Syrië is er geen enkele overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor alle dierenzaken. De verantwoordelijkheid voor straathonden en -katten ligt echter bij het Ministerie van Lokaal Bestuur en Milieu, dat toeziet op hun aanwezigheid in steden en veiligheidsmaatregelen neemt. Dit gebeurt lokaal via de gemeenten en in coördinatie met andere instanties en teams. Vanwege beperkte middelen en uitrusting wordt soms ook samengewerkt met andere ministeries, zoals het Ministerie van Landbouw. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken kan worden ingeschakeld bij wettelijke kwesties rond dierenmishandeling, en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Media bij bewustwordingscampagnes. In de praktijk verloopt het echter zelden zo soepel en geïntegreerd.

De Syrische overheid heeft nog geen plannen om zwerfdieren te beschermen; alles blijft beperkt tot het gebruik van gif om hun aantal te verminderen. Dit zijn campagnes die worden uitgevoerd onder toezicht van de gemeente, die verantwoordelijk is voor het gebied waar de verspreiding van zwerfdieren is gemeld. Hierbij plaatsen gemeentewerkers vergiftigd voedsel voor de straathonden en -katten, wat leidt tot de dood van grote aantallen dieren na consumptie van het voedsel, als een methode om hun verspreiding in het gebied te beperken.

“Organisaties willen beginnen met sterilisatie-, vaccinatie- en herplaatsingscampagnes, maar dat is kostbaar en vereist hulp van de overheid”, vertelt Rama. Ze benadrukt dat alle kosten voor behandeling, voeding en opvang “rusten op de schouders van verenigingen en vrijwilligers, zonder enige overheidssteun,” wat een belangrijke reden is waarom veel initiatieven niet van de grond komen.

“Een andere factor is het gebrek aan een cultuur van dierenwelzijn in de samenleving”, aldus Rama. In een door oorlog uitgeput land als Syrië is dit een grote uitdaging. Tot nu toe bestaan er geen wetten die dieren beschermen of mishandeling bestraffen, noch overheidsprojecten die voorbeelden volgen van buurlanden voor herplaatsing van zwerfdieren. Evenmin zijn er brede bewustwordingsprogramma’s.

In de toekomst willen Rama en haar collega’s hun inspanningen afstemmen met de civiele bescherming, een instantie die valt onder het Syrische Ministerie van Lokaal Bestuur en Milieu en verantwoordelijk is voor reddingsoperaties en noodinterventies. Ook willen ze in een gesprek met de gouverneur van Aleppo pleiten voor een wet die dierenmishandeling strafbaar stelt. Ze geeft aan dat haar vereniging van plan is de opvang uit te breiden door een boerderij te kopen die grotere aantallen zwerfdieren kan huisvesten, in plaats van het huidige, relatief kleine onderkomen.

Aandacht

Rama Murae: “Sociale media hebben wel bijgedragen aan het vestigen van de aandacht op dierenrechten door het delen van verhalen, foto’s en video’s en door interactie met het publiek.” Ze heeft meer dan 200.000 volgers op Instagram en publiceert regelmatig video’s van katten en honden die gewond zijn of ziek zijn. Daarmee roept ze mensen op om te helpen en te doneren voor hun behandeling. Een video van een witte kat met het calicivirus, behaalde bijvoorbeeld veel views.

In de meeste gevallen slaagt de actie en wordt de behandeling van het zieke dier gefinancierd. Rama merkt dat de kwestie van zwerfdieren in Syrië na de val van het Assad-regime meer aandacht heeft gekregen in de media. Lange tijd viel deze problematiek onder de censuur van de staat, nu hebben de media een wat “meer humanitair karakter” aangenomen.

Toch is Rama weinig optimistisch over de toekomst: “Media-aandacht en de inzet van een paar actievoerders zijn niet voldoende, zolang overheids- en maatschappelijke steun ontbreekt.” Ze vindt dat er een geïntegreerd overheidsplan zou moeten komen om het probleem structureel aan te pakken. Ze wijst ook op “verkeerde overtuigingen” binnen de samenleving, dat katten en honden “schadelijke wezens” zouden zijn.

Het aanpakken daarvan vereist ingrijpende plannen, en tijd, om een andere manier van denken aan de nieuwe generatie mee te geven. Daarom roept Rama mensen op om hun kinderen al op jonge leeftijd een cultuur bij te brengen. Eén waarin ze niet bang zijn voor katten en honden, die hen aanmoedigt dieren te accepteren en er met zachtheid en respect mee om te gaan.

Dit artikel verscheen eerder in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde.

Waardeer dit artikel

Dit artikel lees je gratis. Vind je het artikel en onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Media.

Mijn gekozen bedrag: € -

Over de auteur

Over de auteur

Ashraf Sahli

Naar profielpagina