achtergrond
opinie

Van Amsterdam naar Macondo. Over de werkelijke magie van Colombia

30 september 2026

door Johanna Aguillon en

Van Amsterdam naar Macondo. Over de werkelijke magie van Colombia

De dingen hebben een eigen leven, verkondigde de zigeuner met luide stem, je hoeft ze alleen maar wakker te maken. – Gabriel García Márquez, Honderd jaar eenzaamheid

Een paar dagen geleden zat ik aan het water bij de Oostelijke Handelskade in Amsterdam, toen ik twee bijzondere vrouwen leerde kennen. Ik, Colombiaanse, vertelde hun een deel van mijn levensverhaal in het Engels, maar tot mijn verrassing spraken zij onberispelijk Spaans. Het was alsof de wind in één vlaag de vooroordelen en veronderstelde grenzen bij communicatie en diversiteit wegblies. 

Het leek wel alsof ze mijn gedachten tussen de regels door konden lezen, toen een van hen recht voor zijn raap vroeg: ‘Wat is na al jouw ervaringen en de pijn die aan je land kleeft nu datgene wat de wereld echt niet van Colombia begrijpt?’ Mijn hoofd dwaalde af naar de havens, de migratie, de talen, de muziek, de diversiteit en de magie. Ik beloofde een antwoord.

Toen ik terug in Rotterdam langs de Maas liep, bleef dat magische moment en de stille synchroniciteit ervan door mijn hoofd spelen. Ik moest denken aan Macondo, vanwege dat wonderschone boek waarvan nu zo’n prachtige serie is gemaakt: één en al alchemie en filigrain. 

Magie

Doorgaans interpreteert een buitenlander die Honderd jaar eenzaamheid leest of ziet de daarin opgeroepen wereld als een geslaagd product van de Caribische fantasie. Maar ik persoonlijk geloof dat Colombia als natie eerder wordt gekenmerkt door verbinding dan door transactie en dat onze ware magie daardoor eenheid symboliseert.

Voor ons is Macondo geen magische allegorie: het is het levende geheugen van een land dat is gevormd door golven migranten die oceanen overstaken in enorme stoomschepen en bergketens veroverden op de rug van een muilezel. Zij gingen allemaal op in een complex landschap en lieten onuitwisbare sporen na in onze samenleving, onze folklore, onze cultuur, ons geloof en ons bloed. De geschiedenis van mijn land huist niet alleen in de schoolboeken, maar in mensen van vlees en bloed wier nalatenschap voortleeft in ons dagelijks bestaan en DNA.

Zonder dat we er bij stilstaan fungeerde Colombia als een uitgebreid laboratorium vol veerkracht, culturele vermenging en nieuwe starts. Deze verhalen begonnen in Puerto Colombia, in Barranquilla, alom bekend als de ‘Gouden Poort van Colombia’. Een paar kilometer verderop, vlakbij Cartagena, UNESCO-werelderfgoed van de Mensheid, een ommuurde stad en een architectonisch juweel, ligt San Basilio de Palenque, door de UNESCO erkend als Immaterieel Erfgoed van de Mensheid en het eerste vrije dorp van Amerika. Palenque werd in de 17de eeuw gesticht door tot slaaf gemaakte Afrikanen die heldhaftig de benen namen naar de dichte wouden van de Montes de María.

‘Ze deden veel meer dan de slavernij trotseren; ze creëerden een schuiloord waar de vrijheid met het eigen lichaam werd vormgegeven’

Ze deden veel meer dan de slavernij trotseren; ze creëerden een schuiloord waar de vrijheid met het eigen lichaam werd vormgegeven. De stemmen veranderden in jammerklachten, muziek en dans; de devotie versmolt Yoruba-tradities met het ritme van trommels en bullerengue. Op de hoofden van de meisjes weefden de vrouwen met mathematische precisie ontsnappingsroutes: het waren complete vrijheidskaarten waarop de knopen trefpunten aangaven en de rijen vlechtjes zoetwater watervallen. Met behulp van de trommels stuurden man én vrouw elkaar gecodeerde boodschappen door het oerwoud. Het religieuze gebod maakte plaats voor een syncretisme dat ze hun vrijheid teruggaf. Vandaag de dag heeft Palenque nog altijd zijn eigen taal, zijn begrafenisrituelen en de bullerengue, een levende orale traditie waarbij de volwassen vrouwen zingen, het koor antwoordt en de fladderende rokken een levend eerbetoon aan het verzet brengen.

Twee eeuwen later begonnen via diezelfde Gouden Poort de Levantijnse migranten te komen die het Ottomaanse Rijk ontvluchtten. Libanezen, Syriërs en Palestijnen, ja, Palestijnen, die door de plaatselijke bewoners om het leven aardrijkskundig niet te ingewikkeld te maken simpelweg ‘Turken’ werden genoemd. Zij integreerden via de handel en verrijkten onze gastronomie, onze politiek, onze cultuur en onze architectuur. Christenen, moslims en joden leefden vreedzaam naast elkaar en veranderden met elkaar in één enkele gemeenschap. Ik draag zelf de sporen van die Levantijnse migratie in mijn bloed, vermengd met de binnenlandse migratie als gevolg van lokale conflicten, net als honderden andere families.

Langs de hele Caribische kust en richting de bergen groeiden wij op met sesambrood, carimañolas die kibbeh in gedachten riepen, dolma’s met lokale specerijen, allemaal geserveerd met bakbanaan, yuca en tropische vruchtensappen. Het was een heerlijke mengelmoes: een menselijke cocktail van smaken en familietradities die uiteindelijk leidde tot een diep gevoel van verbondenheid. 

Maar meer landinwaarts arriveerden andere migranten. In het Andesgebergte, in Santander, een departement dat trouwens ongeveer even groot is als Nederland, verbond het koppige karakter van de lokale bevolking zich met Duitse ingenieurs en avonturiers als Geo von Lengerke. Door ijzeren tucht te combineren met kennis ter plekke waren zij in staat stenen wegen aan te leggen in onbedwingbare bergkloven naar de rivier de Magdalena, zodat geïsoleerde gemeenschappen werden verbonden met de buitenwereld en er werd een cultureel en genetisch spoor nagelaten dat deze regio nog steeds bepaalt. 

Migraties

Deze migraties gingen niet alleen over land en water; ze openden ook het luchtruim. De aanwezigheid van deze Duitse en Franse avonturiers maakte de komst mogelijk van het eerste vliegtuig van het land, verpakt in grote kratten en in kleinere stoomboten met schoepenwielen stroomopwaarts over de hele Magdalena vervoerd, voor het stukje bij beetje in elkaar werd gezet. En dat allemaal voor de verblufte ogen van de bevolking. In 1919 leidde dit tot de oprichting van de SCADTA (Sociedad Colombo Alemana de Transportes Aéreos), de op een na oudste luchtvaartmaatschappij ter wereld. In een onherbergzaam land, verdeeld door meedogenloze bergketens en woeste rivieren, was vliegen geen luxe: het was de enige manier om een tweeledig gefragmenteerd Colombia te verbinden.

Tegen het eind van de negentiende eeuw, in de Oostelijke Andes, ontving Bogotá Leo Kopp, een Duitse immigrant die, naast andere verdiensten, de heilige traditionele drank, de van mais gemaakte chicha van onze inheemse bevolking, verving door industrieel bier door de stichting van de Bavaria Bierbrouwerij en haar fameuze merk La Pola.

Met het oog op de duizelingwekkende groei van zijn mankracht en de moeilijke woonomstandigheden in die tijd liet Kopp een wijk voor zijn arbeiders bouwen om hun een waardig bestaan te bieden en de werkprocessen te structureren, met op tijd komen als absolute vereiste. De wijk, de Volharding, domineert nog altijd het stadscentrum. Tegenwoordig is de brouwerij in andere handen maar het woord ‘pola’ blijft de informele term in Colombia om een biertje te bestellen en een bronzen beeld van Kopp op zijn tombe op de centrale begraafplaats is nog altijd bedolven onder de bloemen, die daar zijn neergelegd door bezoekers die sympathiebetuigingen in zijn oor fluisteren. 

Het is niet zo dat Gabriel García Márquez een onmogelijke wereld heeft bedacht; hij kon die met zijn prachtige magie vertalen omdat hij zelf een nazaat van al deze migraties was. Hij bedreef een soort alchemie met de werkelijkheid om hem heen.

Wat vaak over het hoofd wordt gezien is dat die alchemie in feite een magische uiting van veerkracht is: de levende geschiedenis van een land dat is gevormd door de voetstappen, de kennis en de dromen van mensen die kwamen uit alle hoeken van de planeet en besloten te blijven. Daarom is mijn antwoord, als je me vraagt wat je vooral moet weten over Colombia, gewoon dit: laten we een koude pola nemen, verschillende smaken delen en luisteren naar elkaars ritmes.

Ik zou je nog honderd verhalen kunnen vertellen, alleen om te zeggen: wij zijn allemaal één, hier, daar en overal.

Waardeer dit artikel

Dit artikel lees je gratis. Vind je het artikel en onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Media.

Mijn gekozen bedrag: € -

Over de auteur

Over de auteur

Johanna Aguillon

Naar profielpagina