achtergrond

Syrië in transitie: waar is de stem van de vrouw in de nieuwe instituten?

2 augustus 2026

door Alaa Awad en

Syrië in transitie: waar is de stem van de vrouw in de nieuwe instituten?

Vrouwen nemen deel aan een bijeenkomst nabij Qamishli, in het noordoosten van Syrië. Vrouwen spelen al jarenlang een actieve rol in het maatschappelijke en politieke leven, maar blijven ondervertegenwoordigd in de nieuwe Syrische instituties. – © Janet Biehl / Wikimedia Commons

Nu Syrië de fundamenten van een nieuwe staat opbouwt na de val van het Assad-regime in december 2024, staat de politieke transitie onder leiding van president Ahmed al-Sharaa voor een cruciale test: de vorming van representatieve instituten. Syrische vrouwen speelden een sleutelrol tijdens de revolutie, maar lijken in de opkomende machtscentra structureel buitenspel te worden gezet.

De nieuwe overgangsregering telt slechts één vrouwelijke minister op een totaal van 23 portefeuilles (4,3 procent), zo tonen cijfers van de Atlantic Council en The Media Line (2026). In het parlement bezetten vrouwen 22 van de 210 zetels (10 procent). Dit bescheiden aandeel werd bovendien pas bereikt nadat een presidentieel decreet alsnog vijftien vrouwen benoemde om hun afwezigheid tijdens de indirecte verkiezingen te compenseren.

Dit roept een fundamentele vraag op: hoe kan een stabiele rechtsstaat worden opgebouwd als de helft van de bevolking ontbreekt bij het ontwerpen van de nieuwe grondwettelijke kaders?

De erfenis van de Baath-partij

De marginalisering van vrouwen is geen nieuw fenomeen, maar komt voort uit een decennialange structuur onder het Baath-regime. Om de controle over het maatschappelijk middenveld te behouden, verbood de staat onafhankelijk vrouwenactivisme. Alle juridische, sociale en politieke activiteiten werden ondergebracht bij één organisatie die nauw verbonden was met de regeringspartij.

De Syrische onderzoekster Salwa Zakzak legt in een WhatsApp-gesprek uit dat dit vooral diende om een seculier imago naar de internationale gemeenschap uit te stralen. ‘Ondertussen bleef de Wet op de Persoonlijke Status onverminderd discriminerend,’ aldus Zakzak. ‘Dit is de kernwetgeving die in Syrië zaken als huwelijk, echtscheiding, voogdij en erfrecht regelt. Ze ontneemt vrouwen structureel hun basisrechten ten gunste van mannelijke dominantie.’

Met het uitbreken van de revolutie in 2011 kregen vrouwen te maken met hevig geweld door de inlichtingendiensten, die het verzet probeerden te breken via willekeurige arrestaties, marteling en gendergerelateerd geweld. 

Na de val van Bashar al-Assad in december 2024 en de machtsovername door president Ahmed al-Sharaa, hoopten velen op een definitieve breuk met dit verleden. Het door de staat geïnstitutionaliseerde geweld is echter niet verdwenen. Het manifesteert zich vandaag de dag nog steeds onder het nieuwe bewind, zij het via andere methoden en vormen van repressie.

Van detentie naar politieke uitsluiting

De kloof tussen actieve participatie in het verzet en de huidige uitsluiting komt scherp naar voren in de ervaringen van de Syrische journaliste Lana Mohammed (pseudoniem). Vanwege haar onderzoek naar corruptie binnen regeringsmilities werd zij op 23 juni 2024 in een internetcafé in Damascus door agenten in burger ontvoerd en vastgezet.

Mohammed bracht bijna zes maanden door in de beruchte gevangenis van de luchtmachtinlichtingendienst in Al-Mezzeh, en later in Qatana en Adra. In een gesprek met RFG Media deelt ze details over deze periode, die duurde tot de val van het regime in december. Naar eigen zeggen balanceerde ze ‘op het randje van de dood’ door zware bloedingen na martelingen.

Naast uithongering en fysieke straffen benadrukt ze de psychologische impact: ‘De omstandigheden voor vrouwen waren nog veel erger dan voor mannen. De seksueel getinte beledigingen door zowel officieren als medegevangenen lieten diepe mentale littekens achter – soms nog erger dan de fysieke martelingen.’ Op 8 december 2024 werd ze vrijgelaten.

Na de omwenteling werd Mohammed het doelwit van hevige online lastercampagnes. De situatie escaleerde verder toen ze op het platteland van Damascus tijdens haar werk fysiek werd aangevallen door een lokale functionaris. Het leidde tot de bittere realisatie dat oude uitsluitingsmechanismen zich onder nieuwe structuren herhalen.

Volgens Mohammed worden vrouwen door het nieuwe gezag in Syrië stelselmatig gemarginaliseerd. ‘Ze proberen onafhankelijke stemmen structureel buiten het publieke debat te houden,‘ vertelt ze.

Ontvoeringen en repressie

Amnesty International en de VN-Onderzoekscommissie voor Syrië (UN COI) melden tientallen gevallen van ontvoering en willekeurige detentie van vrouwen in onder meer Latakia, Tartous, Homs en Hama. Hierbij werden zo’n honderd vrouwen gedood en sloegen duizenden op de vlucht. Volgens Syrians for Truth and Justice (STJ) maken gewapende groeperingen misbruik van het huidige gebrek aan wetshandhaving om vrouwen doelwit te maken, van ontvoering, bedreiging, intimidatie en geweld.

Zo werd de Syrisch-Amerikaanse advocaat Khawla Barghouth in mei 2026 in het centrum van Damascus gearresteerd door troepen van de nieuwe autoriteiten, vlak na haar deelname aan de vreedzame Badna N’eesh-protesten. Volgens vrouwenorganisaties illustreert deze arrestatie de acute veiligheidsrisico’s voor vrouwelijke activisten.

Patronen van nepotisme

Feministe en politiek activiste Mona Freij is eveneens kritisch op de koers van het nieuwe bewind. ‘De participatie van vrouwen is tot nu toe volstrekt symbolisch,’ stelt Freij, ook via WhatsApp. ‘Beleidskeuzes, zoals het aanstellen van slechts één vrouwelijke minister en het isoleren van vrouwenzaken in een apart bureau, tonen aan dat genderdossiers niet worden geïntegreerd in de primaire bestuursorganen van de staat.’

Ze haalt fel uit naar het veelgehoorde excuus van beleidsmakers: ‘Het argument dat er een gebrek aan gekwalificeerde vrouwen zou zijn, is absolute onzin. Mannen zonder enige politieke of bestuurlijke ervaring krijgen sleutelposities, terwijl hooggekwalificeerde vrouwen systematisch worden gepasseerd. Het is puur nepotisme.’

Mannelijke monopolies

Schrijver Salwa Zakzak sluit zich daarbij aan: ‘Syrische vrouwen hebben te maken met een vorm van tweederangsburgerschap. Hoewel zij op papier volledige rechtsbevoegdheid bezitten, worden zij in de praktijk uitgesloten van de politieke besluitvorming rondom de wederopbouw.’

Zakzak bekritiseert het heersende narratief dat de vrouw ‘noodgedwongen’ door de oorlog kostwinner is geworden. ‘Vrouwen zijn historisch gezien altijd een dragende zuil van de Syrische economie geweest,’ benadrukt zij. ‘Ze dekken vaak de volledige huishoudelijke uitgaven, maar deze cruciale economische rol wordt in het publieke debat niet erkend. Zo worden mannelijke monopolies binnen overheidsinstellingen beschermd.’

Daarnaast proberen conservatieve groeperingen vrouwen ideologisch te controleren, onder meer via kledingvoorschriften en beperkingen in de publieke ruimte. ‘Het grootste risico is dat deze opvattingen gangbaar worden in de maatschappij,’ waarschuwt Zakzak.

Dit klimaat leidt tot toenemende online intimidatie van onafhankelijke vrouwen. ‘Die druk heeft een intimiderend effect,’ voegt Freij toe. ‘Veel jonge vrouwen mijden publieke uitspraken uit pure angst voor sociale uitsluiting of reputatieschade.’

Paden van verzet

De Syrische vrouwenbeweging is momenteel sterk versnipperd langs politieke en ideologische lijnen. Waar Freij zich kritisch uitlaat over deze verdeeldheid en de volgens haar ‘te voorzichtige’ opstelling van sommige mensenrechtenverdedigers, benadrukt Zakzak juist de veerkracht van de activisten.

‘Het Syrische vrouwenactivisme toont een enorme flexibiliteit en het vermogen om snel op actuele crises in te spelen,’ zegt Zakzak. ‘Onze beweging is stabiel en niet afhankelijk van wisselende leiders. We hanteren nu een stapsgewijze strategie: we beginnen met het lokaal agenderen van schendingen om uiteindelijk internationale verantwoording en rechtvaardigheid af te dwingen.’

De contouren van het nieuwe landschap

Tijdens het gesprek beschrijft journaliste Lana Mohammed de straat vanuit een café in het centrum van Damascus. Ze vertelt hoe er op dat moment een symbolische begrafenisstoet voorbijtrekt, direct gevolgd door voertuigen met de vlaggen van het nieuwe bewind.

Terwijl vier mannen op een televisiescherm de contouren van de nieuwe grondwet bespreken, keert Mohammed in gedachten terug naar de isolatiecel en de nacht waarop het regime viel.

‘Op bepaalde momenten dacht ik, te midden van al deze uitsluiting: was ik die cel maar nooit uitgekomen, was ik daar maar gestorven.’

Waardeer dit artikel

Dit artikel lees je gratis. Vind je het artikel en onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Media.

Mijn gekozen bedrag: € -

Over de auteur

Over de auteur

Alaa Awad

Naar profielpagina