Steeds meer een gevangenis
24 oktober 2025
door RFG Newsroom en Yaghoub Sharhani en Alan Hasan en Kamiran Sadoun en Hisham Arafat en Ahmad Haj Hamdo en Ahmad Jawad Rifai en Layal Faour en Rob Hartgers en Samer Ismail en
Onderzoek van RFG Newsroom – Slechte leefomstandigheden in de noodopvang
Bij gebrek aan opvanglocaties is ‘noodopvang’, of zelfs ‘crisisnoodopvang’, de nieuwe norm geworden. Begeleiding ontbreekt en beveiligers maken de dienst uit. Er ontstaat zo een systeem van discipline, straf, willekeur en angst. ‘Als de politie komt, weegt ons woord altijd zwaarder dan dat van een asielzoeker.’
Nijmegen, november 2023. Diep in de nacht liggen er meer dan tien asielzoekers bibberend op de stoep voor de gesloten deuren van de asielopvang. Eerder die avond hadden twee bewoners ruzie gehad – volgens betrokkenen was het een woordenwisseling die al snel werd bijgelegd. Toch legt de beveiliging een van de twee een terreinverbod van 24 uur op. De laatste bus en trein zijn al vertrokken. Tot zes uur ’s ochtends is er geen andere optie dan volhouden. Uit solidariteit sluiten ook andere bewoners zich aan. Slapen lukt niemand. De koude wind snijdt door hun dunne kleren en dekens. Ze smeken de beveiligers of ze terug naar binnen mogen, of dat ze op zijn minst extra dekens kunnen krijgen. De deuren blijven dicht. Dan verschijnen er vier medewerkers van beveiligingsbedrijf Alert bij het toegangshek. Een kale, brede beveiliger kijkt glimlachend in de lens en maakt een V-teken. Het hek blijft gesloten.
In de Nijmeegse crisisnoodopvang Winkelsteeg, waar tussen april 2023 en juni 2024 meer dan twaalfhonderd mannen, vrouwen en kinderen verblijven, stapelen de klachten over beveiligers zich vanaf het begin op. Twee asielzoekers doen aangifte van mishandeling. Een van hen vertelt hierin hoe hij bij zijn nek wordt gegrepen, tegen de grond gewerkt en in zijn ribben wordt geschopt. Een andere jongeman uit Jemen heeft na een aanvaring met beveiligers rode krassen boven zijn wenkbrauw, op zijn neus en langs zijn kaaklijn. In zijn nek zijn strepen te zien die op verse schrammen lijken. Zijn broek zit onder het vuil en zijn jas is gescheurd.
Volgens de aangifte, die een week na dit incident werd opgetekend, loopt de man uit Jemen met een kleine muziekbox door de gang, als een beveiliger hem vertelt dat het niet is toegestaan om versterkte muziek af te spelen. Daarop grijpen meerdere beveiligers de man vast. Hij wordt geslagen, geduwd en met vuisten in gezicht, ribben en rug bewerkt. Hij wordt bij zijn keel gepakt en naar de grond gewerkt. ‘Ik zei dat ik geen lucht kreeg, maar ze knepen nog harder’, aldus de man. Een bewoner legt het incident vast op video: omstanders schreeuwen hierin dat de man wordt geslagen, terwijl beveiligers de groep op afstand houden. Het slaan zelf is op de beelden niet te zien.
‘We are humans’
De Jemenitische Hussein Taher, die goed Engels spreekt, staat in Winkelsteeg bekend als bemiddelaar en aanspreekpunt voor COA-medewerkers, bewoners en beveiligers. Maar als hij met de mishandelde bewoner meegaat naar de politie om te helpen met vertalen, wordt hem dat kwalijk genomen door de beveiligers. Een dag later slaat de vlam opnieuw in de pan in de noodopvang. Als Taher de beveiliging daarop aanspreekt, wordt hij samen met twee andere bewoners aangewezen als aanstichter.
Op videobeelden is te zien dat Taher wordt ingerekend door agenten met honden en in een politiebusje verdwijnt. Vier dagen zit hij vast. Hoewel de officier van justitie hem later vrijlaat wegens gebrek aan bewijs, legt de gemeente hem wel een terreinverbod voor het azc op. Halsoverkop wordt hij overgeplaatst; zijn spullen krijgt hij in vuilniszakken mee. Ook andere bewoners die protesteren worden verspreid over azc’s in het land.
In januari 2024 starten bewoners vervolgens een petitie met als titel: ‘Stop disrespecting us, we are humans’. Ze eisen meer veiligheid, respect en een einde aan vernederingen door beveiligers. Binnen enkele dagen wordt de online petitie 145 keer ondertekend; meer dan zeventig bewoners schrijven hun naam en kamernummer op papieren lijsten die rondgaan door de tenten. ‘Ondanks dat we veiligheid zoeken, worden we hier geconfronteerd met vernedering, beledigingen en een voortdurende angst,’ staat in de petitie te lezen. ‘Iedereen maakt dit mee. En als je klaagt bij het COA, zeggen ze dat ze ernaar kijken, maar in feite gebeurt er niets. Ze negeren je gewoon’, schrijft iemand onder de petitie.
Kwetsbare groepen de dupe
Toen in 2017 de instroom van asielzoekers lager uitviel dan verwacht, sloot het COA meer dan veertig opvanglocaties. In 2022 barstte de opvangketen uit zijn voegen door de vastgelopen doorstroom van statushouders, de nasleep van corona en de parallelle opvang van Oekraïners. Halsoverkop werden er meer dan honderd nieuwe (noodopvang)locaties opgezet. Sindsdien is noodopvang steeds meer de norm geworden. In januari 2025 telde Nederland 99 permanente asiellocaties en 211 noodopvanglocaties.
Meer dan de helft van de asielzoekers in Nederland verblijft op dit moment in een noodopvang. Het zijn omgebouwde sporthallen, paviljoens, hotels, schepen of grote tenten. Een noodopvang is aanzienlijk soberder dan reguliere opvang. Zo schrijft het COA: ‘Bewoners in de noodopvang ervaren minder privacy, hebben beperkte mogelijkheden om zelf te koken, terwijl zelf koken in de reguliere opvang juist de standaard is, en missen toegang tot zinvolle dagbesteding.’
Een subcategorie binnen de noodopvang is de crisisnoodopvang, waarbij de verantwoordelijkheid bij gemeenten ligt. In de praktijk is het verschil niet altijd duidelijk. Zo begon de opvang in het Groningse Zuidbroek als crisisnoodopvang, maar werd die in september 2022 omgedoopt tot noodopvang – zonder dat bewoners iets van verschil merkten. Voor wie een klacht wil indienen is het vaak volstrekt onduidelijk bij wie ze terecht kunnen: bij de gemeente of het COA. In een schriftelijke reactie verwijst het COA bij vrijwel elke vraag over crisisnoodopvang naar gemeenten. Maar medewerkers van het COA delen op diezelfde locaties wél sancties uit aan bewoners, van het inhouden van leefgeld tot het overplaatsen naar een ander azc – gemeenten hebben die bevoegdheid naar eigen zeggen niet.
Doordat (crisis)noodopvangen in razend tempo worden opgetuigd, gaat er veel mis. Sanitaire voorzieningen zijn soms nog niet klaar bij de opening of het ontbreekt aan wifi of openbaar vervoer in de buurt. Ook onderwijs en zorg zijn niet gegarandeerd; kwaliteitsstandaarden worden niet gehandhaafd en toezicht blijft gebrekkig, constateren de Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs en Arbeidsinspectie.
Vooral kwetsbare groepen zijn daarvan de dupe. Save the Children stelt dat honderden kinderen, van de ruim 7200 kinderen die in totaal in de opvang verblijven, soms al meer dan tweeënhalf jaar op noodlocaties verblijven. Daar leven ze in onveilige, onhygiënische omstandigheden waarin infectieziekten als schurft zich snel verspreiden. Op de lange termijn, zien de teams van Save the Children, heeft dit ernstige gevolgen: kinderen eten slechter, ontwikkelen depressieve klachten en angststoornissen.
Anders dan in reguliere azc’s zijn in veel (crisis)noodopvanglocaties COA-woonbegeleiders en maatschappelijk werkers nauwelijks zichtbaar aanwezig. Meerdere asielzoekers en statushouders die er wonen of woonden, klagen dat er hooguit één, twee of in het beste geval drie keer per week een inloopuur is, terwijl de rest van de tijd particuliere beveiligers het voor het zeggen hebben. Het COA heeft voor de beveiliging van azc’s een afspraak met Trigion Beveiliging, dat daarmee jaarlijks honderden miljoenen euro’s verdient. In 2023 en 2024 ging het in totaal om een bedrag van 562 miljoen euro. Voor noodopvanglocaties maakt Trigion veel gebruik van onderaannemers, kleinere bedrijven die doorgaans meer ervaring hebben met horeca, evenementen en winkelsurveillance dan met asielzoekerscentra. Op crisisnoodopvanglocaties zijn gemeenten verantwoordelijk voor de veiligheid. Zij huren zelf beveiligers in, dit zijn vaak lokale partijen.
De spartaanse omstandigheden, de uitzichtloze situatie waarin veel bewoners verkeren en de grote rol voor beveiligers in het dagelijkse management, zorgen voor een gespannen situatie. Dat is terug te zien in de ‘incidentenrapportages’ die het COA jaarlijks publiceert. Sinds 2022 schiet het aantal geregistreerde incidenten omhoog, van roken op de kamer en nachtelijk lawaai tot agressie en zelfs meldingen van suïcide. In 2021 gaat het nog om zesduizend incidenten, in 2024 om meer dan zestienduizend – de crisisnoodopvang, waar gemeenten verantwoordelijk zijn, valt daar niet onder. Maar opvallender is de explosieve groei van het aantal opgelegde ‘maatregelen’, zoals boetes of terreinverboden. In 2023 werden er ruim achtduizend sancties uitgedeeld, veertig procent meer dan het jaar ervoor; in 2024 stijgt dat aantal tot twaalfduizend. Volgens het Wetenschappelijk Onderzoek en Datacentrum (WODC) groeide het totaal aantal maatregelen tussen 2017 en 2023 veel sterker dan het aantal incidenten. ‘Dit is een indicatie dat de manier waarop COA-medewerkers omgaan met incidenten is veranderd in de afgelopen jaren’, schrijven de onderzoekers.
Hardvochtigheid en willekeur als beleid
Om de werkelijkheid achter de cijfers te achterhalen, deden RFG Media en De Groene Amsterdammer maandenlang onderzoek naar de leefomstandigheden in de noodopvang. We spraken met twintig (voormalige) bewoners, met (oud-)medewerkers en advocaten, en verzamelden gedocumenteerde voorbeelden van mishandelingen, scheldpartijen en schijnbaar willekeurige straffen. Deze getuigenissen schetsen samen een beeld van een asielopvangsysteem waarin angst heerst en basale rechten van asielzoekers in het geding zijn. De nadruk is verschoven van opvang naar discipline, toezicht en straf.
Sancties worden opgelegd voor onbenullige overtredingen van huisregels – zoals een boete omdat iemand een stoel uit de hal naar zijn kamer verplaatst. Legitieme protesten tegen erbarmelijke omstandigheden worden gezien als onruststokerij (‘Stoppen of we sturen je terug naar Ter Apel’). Kritiek leveren of openlijk met de media praten kan leiden tot een transfer: terug naar Ter Apel, om vervolgens elders opnieuw te worden geplaatst. En ondertussen moeten asielzoekers maanden- of soms jarenlang hun kleine kamers of tenten delen met getraumatiseerde medebewoners.
De hardvochtigheid en willekeur zijn geen uitvoeringsprobleem, maar beleid. In het hoofdlijnenakkoord pleit het (inmiddels demissionaire) kabinet voor een streng toelatingsregime en versobering van opvanglocaties. ‘We nemen maatregelen om Nederland zo onaantrekkelijk mogelijk te maken voor asielzoekers. En voor wie misbruik maakt van onze gastvrijheid is hier geen plaats’, aldus minister Marjolein Faber in september 2024. ‘Ik stuur op sobere opvang met duidelijke regels. Iedereen moet zich houden aan de plichten. Het is geen luxe vakantieoord’, aldus Faber in april 2025.
Ondanks Haagse beloften om te bezuinigen – onder meer op het COA en VluchtelingenWerk Nederland – rijzen de kosten van de noodopvang juist de pan uit. Een plek in de noodopvang kost in 2024 gemiddeld 67.400 euro per jaar; reguliere opvang kost ongeveer de helft. In totaal lopen de kosten voor opvang in dat jaar op tot meer dan 3,5 miljard euro – een verdubbeling ten opzichte van twee jaar eerder. De extra kosten zitten niet alleen in hotels, boten en sporthallen die snel moeten worden gehuurd en omgebouwd, maar ook in het beveiligingsapparaat dat eromheen wordt opgetuigd. Hoeveel dat precies kost, wil het COA niet zeggen ‘om bedrijfseconomische redenen’. Wel blijkt uit jaarverslagen dat de facilitaire kosten, waaronder beveiliging en beheer, stegen van 70 miljoen euro in 2018 tot ruim 536 miljoen in 2024.
Boetecultuur
Het is nog winters koud wanneer zo’n dertig asielzoekers in maart 2023 bij de infobalie van hun Haagse noodopvang verschijnen. Met pannen en lepels eisen ze een gesprek met de locatiemanager. De Syrische Mazen al-Rajab, die nog geen jaar in Nederland verblijft, doet mee. Wifi ontbreekt, waardoor contact met zijn familie alleen mogelijk is door urenlang bij de Jumbo op de stoep te staan om gratis verbinding te maken. Al-Rajab beschrijft hoe in de doucheruimtes het vuile water tot dertig centimeter hoog blijft staan. Wanneer vluchtelingen deze gebreken aankaarten bij COA-medewerkers luidt het antwoord steevast: ‘Dat is een besluit van de locatiemanager.’ Diezelfde locatiemanager ziet Al-Rajab in anderhalf jaar tijd slechts twee keer.
Het protest levert niets op. Teleurgesteld keren de bewoners terug naar hun kamer. ‘Een benauwde ruimte met smalle stapelbedden, dunne matrassen die vochtig aanvoelen en lakens die nooit echt schoon lijken.’
De volgende dag volgt geen gesprek maar een sanctie. Een paar aanwezigen, onder wie Al-Rajab, krijgen vier weken geen leefgeld (12,95 euro per week), hun enige budget om bijvoorbeeld kleding en zeep te kopen. Later, tijdens de ramadan, krijgt een vriend van hem hete olie over zich heen. Het bord breekt, het glas snijdt zijn hand open. Drie uur lang vraagt hij bij de beveiligers om een ambulance, tevergeefs. Al-Rajab maakt met toestemming van zijn vriend een foto om zo via een ngo hulp te regelen. Een dag later moet hij de foto wissen – en krijgt hij weer een boete. Filmen van mensen in de opvanglocaties mag niet, klinkt het.
Met steun van de ngo MiGreat en zijn advocaat tekent Al-Rajab bezwaar aan. In de rechtbank vertelt hij samen met anderen zijn verhaal: een astmapatiënt die nachtenlang ligt te hoesten in een kamer zonder ventilatie, een vriend die wordt gestraft omdat iemand anders in zijn kamer rookt. En het protest met de pannen en lepels. De rechter blijft echter bij het oordeel: het COA mocht sanctioneren. Het lawaai zou ‘overlast’ hebben veroorzaakt en was niet noodzakelijk voor de demonstratie.
Advocaat Pim Fischer legt telefonisch uit waarom het zo moeilijk is om tegen sancties van het COA in beroep te gaan. ‘De bewijslastverdeling is zo dat het eigenlijk onbegonnen werk is. Mijn cliënten hebben vaak geen documentatie, terwijl het COA een heel dossier heeft. Dan sta je al met 1-0 achter.’ En er speelt nog iets mee: geld. Omdat de boetes in euro’s klein zijn, blijven ze vaak onder de drempel voor gesubsidieerde rechtsbijstand of het vereiste ‘voldoende belang’ bij beroep. Die ondergrens ligt op vijfhonderd euro. Voor iemand die van een paar tientjes per week leeft, is een minimale boete echter ingrijpend – terwijl het juridisch gezien weinig voorstelt.
Volgens verschillende ngo’s die nauw contact hebben met bewoners van opvanglocaties, is er sprake van een ‘boetecultuur’. ‘Bewoners die een klacht indienen of een rapport opsturen, worden weggezet als onruststokers of zelfs overgeplaatst naar strengere locaties’, zegt MiGreat-directeur Roos Ykema, met wie ook Mazen al-Rajab contact onderhoudt. Ykema: ‘Het COA legt niet alleen de boete op maar behandelt ook nog eens het bezwaar. Dat dubbele mandaat is in strijd met hoe een rechtsstaat zou moeten functioneren. We hebben een paar zaken aangespannen, maar telkens trok het COA de boete vlak voor de zitting in. Zo voorkomen ze dat er een precedent ontstaat.’
Beperking van het demonstratierecht
Of een geldboete juridisch ook telt als een schending van rechten, is niet eenvoudig vast te stellen, legt Lieneke Slingenberg uit. De hoogleraar aan de VU is een van de weinige Nederlandse experts die het opvangrecht systematisch bestudeert. ‘Het opvangrecht is een lappendeken van bestuursrecht, mensenrechten en Europese richtlijnen. Of een boete in strijd is met regels uit een van die rechtsgebieden moet van geval tot geval worden bekeken.’ De casus van het Haagse protest met pannen en lepels is onderzocht door masterstudenten van de Migration Law Clinic van de VU. Hun rapport trekt een scherpe conclusie: de sanctie van vier weken zonder leefgeld is geen neutrale maatregel, maar een directe beperking van het demonstratierecht. De straf is bovendien disproportioneel, ontmoedigend voor de toekomst.
‘En ja, die overlast’, zegt Slingenberg via Zoom, ‘die hóórt nu eenmaal bij protest. Dat mag geen reden zijn om mensen hun weekgeld te onthouden.’ Volgens haar is het ook belangrijk om te kijken of de bevoegdheden van het COA en van de minister in het algemeen voldoende zijn begrensd om misbruik te voorkomen. Het parlement heeft uitzonderlijk veel bevoegdheden om regelgeving te maken doorgeschoven naar één minister. Belangrijke normen zijn niet vastgelegd in de wet zelf, maar in ministeriële regelingen en lokale huisregels – een paar A4’tjes die ruimte laten voor interpretatie.
Begrippen als ‘ernstige overtreding’ of ‘uitzonderlijke omstandigheden’ zijn zo vaag dat het in de praktijk neerkomt op willekeur. Regels verschillen per opvanglocatie, vertelt een vrouw die zes maanden woonbegeleider was bij het COA in het Groningse Zuidbroek. In de verhalen van bewoners tijdens de rondgangen langs opvanglocaties duikt datzelfde patroon steeds weer op. Wat de een door de vingers ziet, wordt door de ander meteen bestraft. Soms mag je overdag bezoek ontvangen, soms worden de bezoekers bij de deur weggestuurd.
Dat het aantal incidenten stijgt, heeft ook te maken met de slepende procedures. Waar de asielprocedure een tijd lang gemiddeld zes maanden duurde, wachten asielzoekers (momenteel zo’n vijftigduizend mensen) nu vaak anderhalf tot drie jaar op een beslissing van de IND, en nog langer als het gaat om een besluit over gezinshereniging. ‘Wanneer je een jaar of langer met je gezin in onzekerheid zit, bouwt de stress zich op. Het wachten zonder eindpunt zorgt voor incidenten’, zegt een woonbegeleider in Ter Apel, de plek die structureel bovenaan staat in de incidentencijfers.
Veel van die incidenten beginnen als kleine vonken die in te volle zalen en slaapruimtes makkelijk overslaan. Een rokende kamergenoot in een slaapzaal met acht bedden, een ruzie die ontspoort, of bewoners die vanwege hun huidskleur, geaardheid of geslacht worden gediscrimineerd. Wie klaagt, krijgt zelden gehoor, vertellen meerdere vluchtelingen die wij spreken. En als er bloed vloeit of de situatie verder uit de hand loopt, trekken COA-medewerkers zich terug in hun kantoor en bellen ze de politie.
‘Als de politie komt, weegt ons woord altijd zwaarder dan dat van een asielzoeker’
Agenten met honden en stokken
Voor de grijze Eurohal in Zuidbroek – een gigantische, rechthoekige loods met een dak van golfplaten die eerder werd gebruikt voor paardenexpo’s – stoppen op een avond in april 2023 meerdere politieauto’s. Sirenes loeien, blauwe zwaailichten weerkaatsen op het asfalt. Op beelden die een bewoner die avond maakt, is te zien hoe agenten met honden en wapenstokken de eetzaal binnenstormen. De hal, van binnen volgestouwd met rijen plastic tafels en stoelen, zit nog voor de helft vol met bewoners. Agenten lopen met blaffende honden tussen de tafels door.
Volgens meerdere bewoners begint het conflict als kookplaten van een groep worden afgepakt. Tijdens de ramadan willen zij liever zelf koken, of ’s nachts een eitje bakken. Uit protest blijven ze later die dag in de eetzaal zitten en weigeren te eten. Wanneer een van hen begint te filmen, rukt een COA-medewerker de telefoon ruw uit zijn hand. Er volgt duw- en trekwerk, waarna de politie wordt ingeschakeld. In een ander filmpje is te zien hoe agenten met honden en stokken de groep uiteen drijven.
De noodopvang Zuidbroek is in september 2022 nog lang niet af wanneer de eerste bussen met asielzoekers arriveren – mensen die daarvoor dagenlang buiten het aanmeldcentrum van Ter Apel hebben geslapen. Voor de honderden eerste bewoners zijn er slechts enkele toiletten; douches ontbreken. Ze wassen zich met koud water uit toiletten, vertellen meerdere asielzoekers. Pas na een paar weken komen er enkele douches en toiletten bij. Muizen schieten door de slaapvertrekken, terwijl schurft en andere huidinfecties zich razendsnel verspreiden. Mensen slapen op ijzeren legerbedjes met dunne matrassen, zonder lakens of dekens. Kartonnen wandjes scheiden groepjes van zes tot acht mensen. Aan het plafond knippert een tl-buis. De Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA), die verantwoordelijk is voor de eerste zorg aan bewoners, ontbreekt in de eerste paar weken.
Een jonge Syriër voelt zich dag na dag zwakker worden. Hij heeft eerder, buiten Nederland, een operatie aan zijn aorta ondergaan en hij kampt met hartritmestoornissen, pijn op de borst en kortademigheid. Hij meldt zich herhaaldelijk bij medewerkers en beveiligers, maar krijgt telkens hetzelfde antwoord: ga terug naar je bed, rust maar uit. Pas maanden later, wanneer zijn advocaat druk uitoefent, krijgt hij een verwijzing naar een cardioloog. In juli 2023 weigeren tientallen bewoners dagenlang te eten uit woede over de belabberde omstandigheden en in de hoop zo sneller te worden overgeplaatst. Wie medewerkers aanspreekt, krijgt telkens te horen dat hij moet wachten.
De gemeente Midden-Groningen laat in een schriftelijke reactie weten dat de situatie destijds ‘ver van ideaal’ was, maar benadrukt dat de verantwoordelijkheid bij het COA lag. Uit Woo-documenten, opgevraagd door Dagblad van het Noorden, blijkt hoe voormalig burgemeester Adriaan Hoogendoorn herhaaldelijk botst met het COA en het ministerie over de veiligheid. In interne berichten gaat het vrijwel nooit over klachten van bewoners, maar over ordehandhaving en het beperken van negatieve media-aandacht. Zo schrijft de burgemeester op 23 februari 2023: ‘Menswaardigheid van de opvang komt weer meer in de schijnwerpers.’ Intussen wordt de sfeer in de Eurohal steeds grimmiger. Meerdere keren grijpt de politie in, met wapenstokken en blaffende honden, om de orde te herstellen.
Op vragen over het aantal keren dat de politie in azc’s moet ingrijpen, laat een woordvoerder van de politie per mail weten alleen te worden opgeroepen bij strafbare feiten of situaties die het COA niet meer zelf kan beheersen. Volgens een COA-medewerker die op verschillende opvanglocaties werkt, is het aantal politie-inzetten de afgelopen jaren duidelijk toegenomen. Een andere medewerker, die twee jaar werkte in de crisisnoodopvang in de veiligheidsregio Rotterdam, vertelt dat het COA sneller naar repressieve maatregelen grijpt en vaker de politie inschakelt.
Onveilig voor lhbti+ vluchtelingen
Juist voor de meest kwetsbare bewoners is de veiligheid in de noodopvang allerminst gegarandeerd. ‘Ik heb nog nooit zoveel chaos gezien’, zegt Sandro Kortekaas van LGBT Asylum Support over de noodopvang in Biddinghuizen. Telkens wanneer het aanmeldcentrum in Ter Apel de grens van tweeduizend mensen overschrijdt, worden nieuwe groepen doorgestuurd naar dit terrein naast Walibi. Meerdere asielzoekers die er tussen eind oktober 2023 en maart 2024 verbleven, spreken over mensonterende omstandigheden. In de prefab-barakken wonen in die periode zo’n vijftienhonderd mensen. Van de slaapvertrekken naar de toiletten is het 250 meter lopen.
In de winter glibberen bewoners met soppende schoenen door de modder, is te zien op videobeelden. In het toiletgebouw hangt een doordringende stank, de vloeren zijn vuil, schoonmakers zijn er zelden. Veel bewoners ontlasten zich uit wanhoop buiten in het donker, verscholen achter struiken. ‘Beveiligers schreeuwden tegen ons, en zelfs toen we daar bij het COA een melding van deden, gebeurde er niets. Ze liepen rond alsof ze onaantastbaar waren’, zegt een bewoner die tot begin 2024 in Biddinghuizen verbleef. Binnenkort worden opnieuw 1250 asielzoekers naar Biddinghuizen gestuurd, deze keer met de belofte dat de omstandigheden zullen verbeteren.
Sandro Kortekaas weet waar hij het over heeft. Als oprichter van LGBT Asylum Support zet hij zich al bijna tien jaar in voor lhbti+-asielzoekers. Voor deze kwetsbare groepen was de bescherming in Biddinghuizen nul, vertelt hij. ‘Niemand wist wie de leiding had. Pas na meer dan veertig meldingen besloot de locatiemanager de hele groep queer bewoners te verplaatsen.’ Niet alle locaties zijn gevaarlijk, benadrukt Kortekaas, maar het beleid verschilt sterk per kamp en per team. Zijn organisatie ontving in 2024 meer dan achthonderd meldingen van onveilige situaties voor lhbti+-vluchtelingen; in 2025 staat de teller halverwege het jaar al op 474. Veel klachten gaan over het gedrag van andere asielzoekers, maar geregeld ook over beveiligers.
‘Ik heb geen officiële beveiligingsopleiding gekregen’, zegt een beveiliger die op verschillende crisislocaties werkt, waar de beveiliging de verantwoordelijkheid is van de gemeenten. ‘Na een korte supervisiecursus stond ik op de vloer. Training over hoe om te gaan met vluchtelingen of kwetsbare groepen kregen we niet.’ Zijn verhaal staat in schril contrast met de eisen die het COA hanteert voor beveiligers van Trigion (en de onderaannemers): een diploma, justitiële screening, certificaten voor agressiebeheersing, omgang met privacy en een inwerkprogramma voor werken met getraumatiseerde groepen.
‘Wij zijn vaak de enigen die bewoners zien’, zegt de betreffende beveiliger. Volgens hem moeten beveiligers niet alleen incidenten voorkomen, maar ook beslissingen nemen waarvoor ze niet zijn opgeleid. ‘Als de GZA ’s avonds afwezig is, moeten wij inschatten of iemand een ambulance nodig heeft. Daar gaat het vaak mis. Zo was er eens een bewoner die midden in de nacht ziek werd: hij zat krom op de grond, bibberend en kreunend van de pijn. Toch kreeg ik van de begeleider te horen dat hij moest wachten tot de GZA de volgende ochtend weer bereikbaar was.’ Hij zag ook collega’s schreeuwen, schelden of bewoners op de grond duwen – soms zelfs slaan. ‘Als de politie komt, weegt ons woord altijd zwaarder dan dat van een asielzoeker.’
Machtsmisbruik
Hoe dat spanningsveld tussen beveiligers en asielzoekers er in de praktijk uitziet, blijkt in Nijmegen. Voor crisisnoodopvang Winkelsteeg huurt de gemeente het kleine familiebedrijf Alert Beveiliging in, dat volgens de Kamer van Koophandel drie vaste medewerkers telt en dit jaar van de brancheorganisatie het oordeel ‘onvoldoende’ kreeg wegens het niet naleven van de cao. Wanneer Hussein Taher met zijn spullen in vuilniszakken naar een andere opvanglocatie wordt overgeplaatst, geeft hij niet op. Via zijn advocaat dient Taher een klacht in bij de gemeentelijke klachtencommissie. Alleen het trage afhandelen van de klacht wordt erkend; inhoudelijk krijgt hij geen gelijk.
De gemeente Nijmegen wil niet ingaan op individuele gevallen vanwege privacy, en stelt dat alle beveiligers over de juiste papieren beschikken. Extra training voor het werken met vluchtelingen hebben zij echter niet gekregen. Meldingen van grensoverschrijdend gedrag zijn door beveiligers nooit geregistreerd – wel zouden er ‘twee klachten over bejegening’ zijn geweest. ‘Voor vragen met betrekking tot dit artikel verwijs ik u door naar onze opdrachtgever, de gemeente Nijmegen, die ons heeft ingehuurd’, mailt de directeur van Alert Beveiliging. Het COA laat weten in verband met ‘privacy en veiligheid van onze bewoners en medewerkers’ niet in te gaan op deze en andere casussen.
De Nijmeegse casus past in een breder patroon, vindt advocaat Thomas van der Sommen, die rechtszaken voert over andere opvangvormen voor asielzoekers. ‘De ingrediënten voor machtsmisbruik zijn aanwezig. Afhankelijkheid van beveiligers, te weinig toezicht, en een systeem dat overbelast en uitgehold is.’ Ook Barbara Oomen, hoogleraar sociologie van de mensenrechten aan de Universiteit Utrecht, herkent dat patroon. ‘Gemeenten worden sinds 2022 opgezadeld met verantwoordelijkheden waarvoor ze niet altijd de middelen of expertise hebben die het COA wel heeft.’ Volgens Oomen schuift Den Haag de verantwoordelijkheid steeds meer af op gemeenten en veiligheidsregio’s. ‘Daardoor moeten gemeenten noodgedwongen beveiligingsbedrijven inschakelen die zelden gespecialiseerd zijn in het omgaan met kwetsbare groepen. In de ene gemeente worden maatschappelijke organisaties betrokken en is er zorgvuldigheid, in de andere helemaal niet.’
‘Asiel wordt door de politiek opgeblazen tot een groot maatschappelijk probleem. En als je iets maar vaak genoeg als probleem benoemt, dan wordt het dat ook’, zegt Han Entzinger, emeritus hoogleraar migratie en integratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Hoe slechter de omstandigheden in een opvangcentrum, en hoe langer mensen daarin moeten verblijven, hoe lastiger het wordt om straks normaal werk te vinden en als een normaal burger te functioneren in de samenleving.’
Wat dat betekent in het dagelijks leven, ervaart Hussein Taher. De jongeman uit Jemen, die na zijn vlucht in Nederland hoopte een nieuw bestaan op te bouwen, heeft inmiddels een asielstatus gekregen. Sinds zijn overplaatsing uit Nijmegen verblijft hij in een opvanglocatie in Gouda, waar hij sinds anderhalf jaar wacht op een huis. Hij zucht diep en wrijft met zijn handen door zijn krullende haar en lichte baard wanneer hij vertelt over de pillen die hij ’s avonds moet slikken om te kunnen slapen. ‘In mijn hele leven ben ik nooit vastgezet. En ineens zat ik dagen in de gevangenis. Alsof ik een crimineel was.’
Verantwoording
Dit verhaal is een samenwerking tussen De Groene Amsterdammer en RFG Newsroom, een leer-werktraject voor gevluchte journalisten met interesse in onderzoeksjournalistiek.
De foto’s bij dit artikel zijn van fotograaf Samer Ismail, deelnemer aan RFG-project New Voices II. Hij fotografeerde in 2024 zijn leven in de noodopvang.
Met ondersteuning van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en Stichting Veronica.
Over de auteur
Over de auteur
Over de auteur
Yaghoub Sharhani
Yaghoub Sharhani is redacteur bij De Groene Amsterdammer. Eerder werkte hij bij NPO Kennis. Hij komt uit Ahwaz, in het zuidwesten van Iran.
Over de auteur
Over de auteur
Over de auteur
Over de auteur
Over de auteur
Over de auteur
Over de auteur
Over de auteur