Koerdische zelfbeschikking in Syrië is noodzakelijk

Nijmegen, 28-01-2026 - Koerdische actievoerders voeren op de Grote Markt actie tegen het Syrische regime en de gevechten in de Koerdische regio Rojava. Foto: MARCEL KRIJGSMAN / ANP
De Koerden in Rojava, oftewel Syrisch Koerdistan, worden opnieuw geconfronteerd met onderdrukking, moord en verdrijving van hun eigen grondgebied. Dit gebeurt door radicale Arabisch-islamitische groeperingen onder verschillende namen onder leiding van de Syrische president Ahmad al-Sharaa.
Ooit loofde de Verenigde Staten een beloning van tien miljoen dollar uit voor de arrestatie van al-Sharaa. In die tijd was hij beter bekend als Abu Mohammad al-Jolani en was hij een van de leiders van het extremistische al-Nusra Front. Inmiddels is al-Sharaa door de VS van de terroristenlijst gehaald en werd hij zelfs ontvangen door Trump in het Witte Huis. Zoals zo vaak in de politiek van het Midden-Oosten worden de achtergronden en het verleden van dubieuze figuren genegeerd wanneer zij tot leiders van staten worden benoemd.
Sinds het uitbreken van de Syrische burgeroorlog in maart 2011 begon het Koerdische volk in Rojava met het vormen van zelfverdedigingseenheden. Geleidelijk groeiden deze eenheden uit tot de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), opgericht in oktober 2015. De wereld was er getuige van hoe de SDF namens de internationale gemeenschap vocht tegen Islamitische Staat en andere extremistische groeperingen in Syrië. Meer dan elfduizend strijders van de SDF verloren hun leven in deze strijd tegen terroristische organisaties, met als doel een nieuw Syrië op te bouwen gebaseerd op burgerlijk bestuur en democratie voor alle bevolkingsgroepen.
Vandaag, veertien jaar na het begin van het interne conflict in Syrië, zien we echter geen burgerlijke en democratische regering ontstaan. In plaats daarvan is in Damascus een streng islamitisch regime aan de macht gekomen, vergelijkbaar met het Taliban-bewind in Afghanistan, maar dan in een Arabisch-soennitische en nog radicalere vorm. Tegelijkertijd hebben de Verenigde Staten hun bondgenoot, de Syrische Democratische Strijdkrachten, in de steek gelaten en zijn zij begonnen met het opbouwen van een nieuwe alliantie met de machthebbers in Damascus.
Gedurende tien jaar bestuurden de Koerden in Noord- en Oost-Syrië hun regio’s via een systeem van zelfbestuur. Het was een succesvol model van autonoom bestuur, waarin alle gemeenschappen — waaronder Arabieren, Assyriërs en Jezidi’s — vreedzaam samenleefden met het Koerdische volk.
Legitieme eisen
Gevechten tussen extremistische groepen onder controle van het regime van Ahmad al-Sharaa en de SDF, leidden tot de terugtrekking van de SDF uit sommige gebieden in Noord- en Oost-Syrië. Hierdoor konden tientallen leden van Islamitische Staat ontsnappen uit gevangenissen en uit het al-Hol-kamp.
Het is overduidelijk dat het nieuwe regime in Damascus weigert de legitieme eisen van het Koerdische volk in Noord- en Oost-Syrië te erkennen, namelijk het voortzetten van hun zelfbestuur binnen de Syrische staat. Deze eisen weerspiegelen de wil van de overgrote meerderheid van de Koerden in Rojava.
Wanneer een regime probeert een streng Arabisch-soennitisch islamitisch systeem op te leggen aan alle Syrische bevolkingsgroepen — waaronder Druzen, Alawieten en Koerden — en de wil van deze volkeren bij de opbouw van een toekomstig Syrië niet respecteert, hoe kan men dan vertrouwen hebben in zo’n systeem?
Daarom is het, 116 jaar sinds het Sykes-Picot-akkoord waarin Frankrijk en Groot-Brittannië de huidige grenzen van het Midden-Oosten trokken na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk, en na de tragische ervaringen van het Koerdische volk met opeenvolgende regeringen in het Midden-Oosten, noodzakelijk om het recht op zelfbeschikking te realiseren. Dit betekent de oprichting van een onafhankelijke staat voor de Koerden in het Midden-Oosten, op hun historische grondgebied — een land waarvan de geschiedenis bevestigt dat het toebehoort aan het Koerdische volk, met zijn eigen cultuur, taal en rijke natuurlijke hulpbronnen.
Alleen dan kunnen wij zeggen: beter goede buren dan vijanden, zoals we dat al een eeuw zijn geweest. Het recht op zelfbeschikking is een universeel recht, vastgelegd in de handvesten van de Verenigde Naties. Het Koerdische volk in Iraaks Koerdistan heeft dit recht al uitgeoefend tijdens het referendum van 25 september 2017, waarbij een overweldigende meerderheid vóór onafhankelijkheid stemde.
Nieuwe generatie
Gedurende meer dan een eeuw is het Koerdische volk het slachtoffer geweest van etnische zuiveringen en onderdrukking door regeringen in het Midden-Oosten. Voorbeelden hiervan zijn het gifgasbombardement op Halabja in 1988 door het regime van Saddam Hoessein, de fatwa van ayatollah Khomeini tegen de Koerden na de Iraanse revolutie van 1979, en de agressieve politiek van de Turkse president Erdoğan, waaronder de aanval op Afrin in 2018. Recentelijk heeft het regime van Ahmad al-Sharaa dezelfde lijn voortgezet door fatwa’s uit te vaardigen die oproepen tot een “jihad” tegen de Koerden en de Syrische Democratische Strijdkrachten.
Het Koerdische volk is een open en vooruitstrevend volk dat gelooft in burgerlijk en democratisch bestuur, in de scheiding van religie en staat, en in vreedzaam samenleven met andere volkeren. Dit model heeft zijn succes bewezen in de Koerdische Autonome Regio in Irak, waar christenen, Assyriërs en Jezidi’s samenleven en waar duizenden Arabische vluchtelingen bescherming hebben gevonden. Dit model wordt echter niet geaccepteerd in gebieden die worden bestuurd door Arabische, Turkse of Perzische regimes. Daarom is de nieuwe generatie Koerden politiek bewuster dan ooit en streeft zij naar de oprichting van een onafhankelijke staat: Koerdistan.
Politieke speelbal
De situatie van het Koerdische volk verschilt wezenlijk van die van andere volkeren in het Midden-Oosten, vooral op het gebied van vrouwenrechten en democratisch bestuur. Koerdische vrouwen nemen al meer dan vijftig jaar actief deel aan politiek en gewapende strijd voor vrijheid en gelijkheid, zoals de wereld heeft gezien in Noord- en Oost-Syrië tijdens de strijd tegen Islamitische Staat. In veel Arabische landen daarentegen beperken islamitische regimes de rol van vrouwen tot het huishouden.
Hoe kan het Koerdische volk vreedzaam samenleven met extremistische groeperingen die in Aleppo na het doden van een vrouwelijke strijder haar haar afsneden en haar lichaam van een hoog gebouw wierpen? Dit is slechts één voorbeeld van de wreedheid van deze ideologieën — of ze nu Arabisch, Turks (zoals onder Erdoğan) of Perzisch (zoals onder het regime van Khamenei) zijn. Het Koerdische volk kan niet blijven geloven in valse beloften van vreedzaam samenleven onder totalitaire en extremistische regimes in Syrië, Turkije, Irak en Iran.
Daarnaast is het Koerdische volk gedurende een eeuw door internationale machten gebruikt als een politieke speelbal. Wij hebben het terrorisme en extremisme bestreden voor vrijheid, democratie en gelijke rechten in het Midden-Oosten, tijdens de strijd tegen Islamitische Staat in Irak en Syrië. Telkens werd het Koerdische volk in de steek gelaten, juist omdat het geen eigen onafhankelijke staat heeft. Had het Koerdische volk een eigen staat gehad, dan zouden wij deze herhaalde uitbuiting niet hebben meegemaakt.
Tot slot wil ik zeggen: de ware bondgenoten van het Koerdische volk zijn de bergen en hun eigen vastberaden wil. Dit werd duidelijk in de steun voor Rojava en in de eenheid van Koerden die in steden over de hele wereld demonstreerden en de wereld lieten weten: wij zijn een volk van vrede.
Over de auteur
Over de auteur
Bahman Azarmidkht
Bahman Azarmidkht (1989) is een Iraans-Koerdische activist en journalist. Hij spreekt en schrijft Farsi, Koerdisch, Arabisch en Engels. Tot 2017, het jaar waarin hij vanwege ernstige bedreigingen met zijn familie naar Europa vluchtte, werkte hij in de Iraakse hoofdstad Bagdad voor Rudaw Media Network (krant, radio en televisie). Azarmidht is lid van de Komala party of Iranian Kurdistan.