Kan de Koerdische pers overleven?
Terwijl de PKK na 52 jaar conflict in Turkije de wapens heeft neergelegd, vecht de Koerdische pers, die juist verslag zou moeten doen van het vredesproces, nog steeds voor haar voortbestaan.

Mensen houden foto's vast van de omgekomen journalisten Nazım Daştan en Cihan Bilgin tijdens een protestmars ter nagedachtenis aan hen in het zuidoosten van Turkije, 21 december 2024. Twee journalisten die voor Koerdische media werkten, werden gedood in Noord-Syrië terwijl ze verslag deden van de gevechten tussen door Turkije gesteunde oppositietroepen en Syrisch-Koerdische milities. Foto: AP Photo/Metin Yoksu via ANP Foto.
De PKK (Koerdische Arbeiderspartij) heeft op 12 mei tijdens haar 12e congres besloten de organisatie op te heffen. President Erdogan heeft deze ontwikkeling verwelkomd als “een belangrijke stap naar een terrorismevrij Turkije” en beschouwt dit besluit als “een beslissing die alle vertakkingen van de organisatie omvat”. Hij verwacht dat de PKK haar wapens voor eind juni zal inleveren. Op dit historische keerpunt staat de Koerdische pers, die verslag moet uitbrengen over het vredesproces, voor ongekende uitdagingen.
De dood van journalisten Nazım Daştan en Cihan Bilgin op 20 december 2024 bij een Turkse drone-aanval in het door Koerdische strijdkrachten gecontroleerde noorden van Syrië (in het Koerdisch: Rojava), toonde het gevaar waaraan Koerdische journalisten worden blootgesteld. Volgens de Dicle Fırat Journalistenvereniging zitten momenteel ook vele Koerdische journalisten gevangen. Zij worden vervolgd wegens “propaganda voor een terroristische organisatie” of “lidmaatschap van een organisatie”.
Het Turkse ministerie van Justitie stelt echter dat er geen journalisten in de gevangenis zitten vanwege hun journalistieke werk, maar dat de gearresteerden terroristische misdrijven hebben begaan. Het is tekenend voor de moeizame relatie tussen de Turkse autoriteiten en de Koerdische media in het land. De Turkse claim beïnvloedt ook internationale persorganisaties, die vaak contact hebben met Turkse oppositiejournalisten maar zelden met Koerdische journalisten.
Vier nieuwssites voor 25 miljoen mensen
In Turkije wonen ongeveer 25 miljoen Koerden, maar deze bevolkingsgroep heeft slechts toegang tot vier websites voor dagelijks nieuws in hun moedertaal: Botan Times, Xwebûn, Diyarname en Zazaki News. Uit onderzoek van Murat Bayram, oprichter van Botan Times, blijkt dat geen van de 1.866 kranten in het land dagelijks in het Koerdisch publiceert, geen van de 2.182 tijdschriften is Koerdisch. Van de 477 televisiekanalen brengt alleen de Koerdische zender van de staatsomroep TRT, TRT Kurdî, regelmatig nieuws in het Koerdisch.
Volgens Bayram is een van de grootste problemen waarmee de Koerdische journalistiek kampt, dat deze niet wordt erkend als nationale pers. “In plaats daarvan worden Koerdische media bestempeld als terroristische propaganda”, zegt hij.
Belangrijke Koerdische persorganisaties zoals het Mezopotamya Nieuwsagentschap, JinNews en Yeni Yaşam worden regelmatig geblokkeerd door de autoriteiten. Dit belemmert het werk van persorganisaties die het vredesproces nauwlettend moeten kunnen volgen en het Koerdische publiek informeren.
Economische blokkade
De Koerdische pers ondervindt naast politieke druk ook een dubbele economische blokkade. Bayram legt uit: “In Turkije zijn in totaal 1.866 kranten, inclusief lokale kranten, en hun belangrijkste inkomstenbron bestaat uit officiële advertenties van het Persbureau. Geen enkel mediakanaal dat in het Koerdisch publiceert, kan echter van deze advertenties profiteren. De Turkse vertegenwoordigingen van internationale platforms zoals Google erkennen het Koerdisch niet. Hierdoor bereiken digitale advertenties Koerdische nieuwssites niet.”
Uit een rondvraag van Bayram blijkt dat geen van de 23.000 bedrijven in Diyarbakır (de grootste Koerdische stad in Oost-Turkije) bereid is te adverteren in de Koerdische pers uit angst voor mogelijke represailles. Koerdische zakenmensen durven geen advertenties te plaatsen in de Koerdische pers vanwege druk van de overheid. “Mensen willen niet eens via de bank een Koerdisch perskanaal steunen, omdat ze bang zijn dat er in de toekomst een gerechtelijk onderzoek tegen hen zal worden ingesteld”, zegt Bayram.
Journalistiek als misdaad beschouwd
Koerdische media worden regelmatig tegengewerkt. Diren Yurtsever, redacteur van het Mezopotamya Persbureau, vertelt dat de toegang tot het persbureau waar hij werkt 43 keer is geblokkeerd. “De Koerdische pers wordt sinds de jaren ’90 geconfronteerd met zware aanvallen, en deze aanvallen gaan nog steeds door. De belangrijkste reden is dat de Koerdische pers zich focust op de Koerdische kwestie”, zegt hij.
De staat heeft ook een dossier tegen hem opgebouwd: “In het dossier worden vijf artikelen die ik heb geschreven over de Koerdische kwestie, ten minste zestig berichten die op ons persbureau zijn gepubliceerd, enkele boeken die uit mijn huis zijn meegenomen en een boek van een buitenlandse auteur over media dat aan universiteiten wordt onderwezen, als bewijs aangevoerd. Buiten de verklaringen van geheime getuigen is er geen concreet bewijs dat een misdrijf zou aantonen”, zegt hij.
“Het meest opvallende punt is dat zelfs mijn persoonlijke identiteit onderwerp van beschuldiging is geworden. Ik heb in tweets gezegd ‘Ik ben ook een Koerd’ en mijn tweets gaan over het nieuws, daardoor zijn ze onderwerp van de beschuldiging geworden. Maar wat hebben deze uitspraken met de PKK te maken?”
Situatie in de diaspora
Veel Koerdische journalisten zijn na intense politieke druk uitgeweken naar het buitenland en doen nu noodgedwongen verslag vanuit landen als Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Een van hen is Şafak Arabacı, redacteur van Medya Haber, die inmiddels alweer jaren in Nederland woont.
“De westerse media brengen af en toe schendingen van de persvrijheid in Turkije onder de aandacht, maar wanneer het gaat om de Koerdische pers, volgt er vaak stilte”, zegt Arabacı. Hij houdt de internationale berichtgeving over Koerden nauw in de gaten. Arabacı stelt dat Koerdische journalisten waar ze ook wonen met uitdagingen worden geconfronteerd, ook in Europa: “Medya Haber TV in Brussel wordt af en toe overvallen door de Belgische politie. Hun deuren worden vernield, hun apparatuur beschadigd. Ondanks het feit dat al hun activiteiten binnen het wettelijk kader vallen, worden ze slecht behandeld.”
Financiële druk
De economische blokkade wordt ook internationaal gevoeld. “De laatste jaren wordt de Koerdische pers steeds meer beroofd van internationale financieringsbronnen. We zien dat Europese Unie-fondsen afnemen en Amerikaanse fondsen volledig zijn stopgezet. Turkije’s pogingen om de Koerdische pers te criminaliseren beïnvloeden ook internationale financiers. De Koerdische pers raakt steeds meer geïsoleerd”, aldus Bayram.
De Koerdische media in Turkije worstelen daarbij met interne structurele problemen. De meeste Koerdische persinstellingen werken eerder op activistische basis dan als professionele organisaties. Dit zorgt soms voor uitdagingen bij het handhaven van journalistieke standaarden en objectiviteit en bemoeilijkt de ontwikkeling van een langetermijnstrategieën.
Het feit dat de mainstream Koerdische pers meestal dicht bij de lijn van de DEM-partij staat (de derde partij van Turkije, die vooral door Koerden wordt gesteund), is ook onderwerp van kritiek. Daarnaast belemmeren economische beperkingen zowel investeringen in moderne digitale publicatietechnologieën als fatsoenlijke salarissen voor journalisten.
Persvrijheid en vredesproces
Yurtsever benadrukt het belang van een vrije pers voor een succesvol vredesproces: “Voor de opbouw van een echte democratie in Turkije is het essentieel dat de aanvallen op de pers worden beëindigd. De autoriteiten moeten afzien van druk op journalisten; wanneer persvrijheid wordt gegarandeerd, krijgen ook vredesprocessen legitimiteit.”
Hij stelt dat de pers dit proces op een gezonde manier moet kunnen volgen, inclusief interviews met alle betrokkenen. “Het recht van alle partijen in het proces om verslag te doen en toegang te hebben tot informatie moet worden beschermd. Dit is van vitaal belang voor de transparantie van het proces.”
Het vorige vredesproces
Het vredesproces tussen 2009 en 2015 bood meer ruimte voor Koerdische media. Volgens Bayram begonnen tijdens dit proces tientallen lokale televisiekanalen en kranten in het Koerdisch te publiceren, en zeven van de acht lokale kranten in Diyarbakır voegden Koerdische pagina’s toe.
Met het einde van het vredesproces in 2015 en het begin van een nieuw conflict veranderde de situatie echter drastisch. Alle verworvenheden werden teruggedraaid. Vandaag publiceren alle acht lokale kranten in Diyarbakır weer volledig in het Turks. Dit toont aan dat de publieke zichtbaarheid van de Koerdische taal systematisch wordt uitgeroeid en dat de meertalige lokale pers nu volledig is uitgeschakeld.
Meerdere journalisten hebben inmiddels een verzoek ingediend bij het ministerie van Justitie om Abdullah Öcalan, de leider van de PKK die gevangen zit in İmralı, te interviewen, om zijn visie op de oplossing van de Koerdische kwestie aan het publiek over te brengen. Tot nu toe hebben ze geen toestemming gekregen. Er wordt gespeculeerd dat twee Turkse journalisten hem mogelijk wel te spreken krijgen. Het succesvol functioneren van onafhankelijke media zal een belangrijke indicator zijn voor de democratische ontwikkeling in Turkije in deze nieuwe fase.
Ondertussen weigeren Koerdische journalisten om hun identiteit, taal en beroep op te geven. Een krant sluiten, een taal uit de publieke sfeer wissen of een journalist het zwijgen opleggen is niet genoeg om het verlangen van een volk teniet te doen om zich uit te drukken in hun eigen taal.
Over de auteur