Het standbeeld dat spreekt: een wandeling door Amsterdam
Te midden van het bruisende Amsterdam stuit journalist Fanuel Hailemariam op een eerbetoon aan Peter R. de Vries. Een bronzen herinnering aan moed en integriteit.

Fanuel bij het monument voor Peter R. de Vries. Foto: Adem Ozgür
Amsterdam ontwaakt langzaam onder een zachte, bleke hemel. Trams glijden over de rails, hun gerinkel klinkt door de stille straten. Af en toe passeert er een fietser, een met bloemen in de hand, de ander met een afhaalkoffiebeker en sommige met kinderen voorop. De geur van gebrande koffie verspreidt zich vanuit het café op de hoek en vermengt zich met de vochtige, licht mossige geur van de grachten.
Op deze ochtend stap ik het Centraal Station uit – zonder bestemming, enkel uit nieuwsgierigheid. Om me heen hoor ik stemmen in het Nederlands, Engels, Arabisch en Spaans. Rollende koffers, veerponten denderen over het IJ. Al drie jaar is dit ook mijn stad, mij aangeboden als toevluchtsoord. Langzaamaan werd haar ritme ook het mijne.
Ook sommige toeristen, een van de hoekstenen van de Amsterdamse economie, zijn al wakker. Ik stop voor een kleine espresso bij de Albert Heijn To Go-kiosk en sta aan het water als de eerste pont aanmeert. Aan de overkant weerspiegelt de A’DAM Toren het zachte daglicht. Ik steek het station door naar de voorkant, terwijl ik richting het centrum loop tikt achter me de oude klok van het Centraal Station gestaag en rustig door.
Stille poëzie
Oktober in Amsterdam draagt zijn eigen stille poëzie met zich mee. De bomen langs de grachten verruilen hun zomergroen voor amber- en roestkleurige tinten, de gevallen bladeren verzamelen zich in op de straten, zachtjes meebewegend met de wind als fluisteringen van de tijd. De herfstkleuren veranderen de stad in een levend canvas.
Ik loop het Damrak af, de brede straat die naar het hart van de stad leidt. Ik neem mijn tijd, het wordt al drukker. Af en toe neem ik plaats op een bankje langs het water om de stad te zien ontwaken en ik bezoek enkele winkels. Het is al tegen het middaguur als ik Manneken Pis nader, waar een menigte zich verzamelt. In dit kleine winkeltje wordt de beroemdste friet van Amsterdam verkocht. Omringd door de geur van olie en zout staan mensen te wachten op hun puntzakken met friet; warm, goudbruin en overgoten met mayonaise.
Ik sluit me bij ze aan. Wachten op friet in Amsterdam heeft iets democratisch: iedereen moet plaatsnemen in de rij. Toeristen, bankiers, studenten en fietsers wachten schouder aan schouder, wordden gedwongen geduld op te brengen. Tien minuten later heb ik mijn eigen, warme puntzak in handen. Ik leun tegen de reling van de gracht en eet er langzaam uit, terwijl ik de smalle huizen aan de overkant van het water bekijk. Ze staan scheef, leunen naar elkaar toe alsof ze geheimen met elkaar delen. Hun weerspiegelingen trillen zachtjes op het wateroppervlak.
Als de zak leeg ik haal ik mijn aantekeningenboek tevoorschijn en word ik aangesproken door een stel om een foto van hen te maken. Ze bedanken me glimlachend, in gebrekkig Engels. Zulke vluchtige uitwisselingen herinneren me eraan dat we zelfs in de meest stille momenten verhalen delen zonder woorden. Er zijn drie dingen die me altijd weer gelukkig maken: een oprechte glimlach, koffie en muziek. Als het stel naar me lacht, blijft dat bij me. Ik schrijf over zulke gebeurtenissen in mijn dagboek om zulke momenten te koesteren.
Zeepbellen en monumenten
Een paar straten verderop ligt de Dam, het historische centrum van Amsterdam. Kinderen jagen achter zeepbellen aan, duiven vliegen weg en toeristen poseren voor foto’s. In het midden staat het Nationaal Monument, hoog en wit. Het herinnert aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en aan de prijs van vrede. Terwijl ik daar sta, denk ik aan dezelfde strijd overal, aan hoe vrijheid nooit gratis is, hoe we er altijd weer voor moeten kiezen om deze te beschermen.
Ik vervolg mijn weg naar het zuiden, langs het Spui en het American Book Center, langs verborgen binnenplaatsen en koperen Stolpersteine; kleine stenen die de huizen markeren van Joodse families die tijdens de oorlog zijn gedeporteerd. De geschiedenis van Amsterdam wordt niet van de daken geschreeuwd, maar onder je voeten fluistererend doorgegeven.
Op het Leidseplein bruist de stad van de levendige cafés en straatmuzikanten. De zoete geur van stroopwafels hangt in de lucht, afkomstig van een kraampje in de buurt, een café of een voorbijganger. Vlak bij de hoek van de Marnixstraat is de nagedachtenis aan Peter R. de Vries vereeuwigd. Het monument, twee grote bronzen handen die elkaar vasthouden, eert de journalist die streed voor de waarheid en in 2021 werd doodgeschoten op een steenworp afstand van waar zijn standbeeld nu staat.
Onder hem staat een boodschap gegraveerd: ‘Blijf wie je bent… Houd je rug recht wanneer dat nodig is, kom op voor de zwakken en minderheden, spreek eerlijk over wat je denkt en luister naar je rechtvaardigheidsgevoel. En geef dat door aan je kinderen. Dan komt alles goed.’
Langs de buitenkant van de twee bronzen handen en onderarmen zijn deze ‘levensregels’ in 41 talen weergegeven, zelfs in braille. Ik blijf er lange tijd staan en lees de woorden steeds opnieuw.
Herinnering aan waarom ik schrijf
Als vluchteling-journalist uit Ethiopië begrijp ik de betekenis van deze woorden. Ik heb mijn land verlaten omdat ik, wanneer ik opkwam voor anderen, een doelwit werd. De waarheid vertellen betekent soms dat je alles moet achterlaten: je thuis, je taal, je volk.
Peter R. de Vries leefde in een land met persvrijheid, heldere wetten en eerlijke rechtbanken, en toch kostte de waarheid hem het leven. Nu ik voor dit standbeeld sta, voel ik dat er iets in mij verandert. Er komt een hernieuwd gevoel van doelgerichtheid bij me op, een herinnering aan waarom ik schrijf en waarom ik nooit mag zwijgen.
Het plein gonst van het leven. Trams rinkelen, voorbijgangers lachen, het begint te regenen, maar de stille aanwezigheid van het standbeeld spreekt het luidst. Moed heeft geen stemverheffing nodig; soms volstaat stille standvastigheid. Aan de overkant van het plein neem ik plaats bij het raam in Café Americain en bestel een flat white. Buiten staat het standbeeld in stille waardigheid, het bronzen oppervlak glinstert in de regen die valt. De trams blijven rinkelen, de voorbijgangers blijven lachen, de stad blijft bewegen. En het standbeeld blijft staan.
Bovenstaand artikel verscheen eerder in Z! Magazine.
Over de auteur