‘Het migratiedebat gaat helemaal niet over migratie’
Al zeker vijfentwintig jaar domineert migratie in Nederland de agenda van de politiek en de media, zegt hoogleraar Peter Scholten. Feiten spelen daarbij een ondergeschikte rol. De problemen die aan migratie worden toegeschreven, hebben volgens hem vaak veel meer te maken met globalisering, woningnood, economische onzekerheid en technologische verandering.
We ontmoeten Scholten in zijn werkkamer in Rotterdam. Als hoogleraar Governance of Migration and Diversity aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en wetenschappelijk directeur van het LDE Centre Governance of Migration and Diversity onderzoekt hij al jaren hoe migratiebeleid en het publieke debat daarover tot stand komen. Vorig jaar verscheen zijn boek De migratie-obsessie.
We vroegen hem hoe deze ‘obsessie’ is ontstaan, wie daarvoor verantwoordelijk zijn en welke oplossingen hij ziet. Maar om te beginnen wil Scholten benadrukken hoe vreemd het eigenlijk is dat we het hier voortdurend over moeten hebben: ‘Historisch gezien is de omvang van de huidige migratie helemaal niet ongekend. We zijn een klein land met een grote economie. De enige manier waarop Nederland kan overleven en bloeien, is door middel van migratie, dat is altijd al zo geweest. Er is geen objectieve verklaring waarom we zo veel over migratie praten.’
In een poging dat te begrijpen, kwam Scholten tot een inzicht: ‘Ik zocht op de verkeerde plek naar antwoorden. Debatten over migratie gaan niet over migratie, maar over iets anders.’
Waarover dan wel?
Het is een combinatie van anti-elitesentimenten en jarenlange ongerustheid en angst onder de bevolking over globalisering, waardoor onze samenleving snel verandert. Een geglobaliseerde economie betekent niet alleen dat onze producten de hele wereld overgaan; het betekent ook dat de hele wereld naar Nederland komt. Een groot deel van de bevolking profiteert daarvan, maar een groot deel ook niet.
In de politicologie zie je een verband tussen maatschappelijke onrust – mensen die zich op allerlei niveaus onzeker voelen – en zaken als de woningmarkt, klimaatverandering, onderwijs en gezondheidszorg. We projecteren nu al die problemen op migratie.
Mensen krijgen voortdurend te horen van de media, de politiek, sommige onderzoekers en hun vrienden en familieleden dat de grote problemen van deze tijd te maken hebben met migratie, zelfs als dat niet door feiten wordt ondersteund.
U spreekt in uw boek over een migratieobsessie die al vijfentwintig jaar bestaat. Waarom ongeveer vijfentwintig jaar?
De aanslagen van 11 september 2001 zijn belangrijk geweest, maar voor Nederland was vooral de opkomst van Pim Fortuyn rond 2000 van grote betekenis.
Hoe is de obsessie vervolgens ontstaan?
Meerdere processen hebben elkaar versterkt. De crisis is inmiddels zo sterk genormaliseerd dat bijna niemand het kader nog ter discussie stelt. Dat zie je ook terug in beleid en in financieringsprogramma’s. Sommige onderzoekers nemen het idee van een migratiecrisis over omdat het de urgentie van hun onderzoek benadrukt.
Ook zijn veel mensen inmiddels opgegroeid met het beeld van een migratiecrisis. Toch zijn de totale immigratiecijfers de afgelopen jaren gedaald.
Kunt u daar meer over vertellen?
Immigratie over de gehele linie is de afgelopen drie jaar al aan het dalen. Ook historisch gezien is het beeld niet dat migratie voortdurend stijgt. De volatiliteit is juist kenmerkend: cijfers gaan op en neer. Bovendien wordt immigratie vaak deels gecompenseerd door emigratie.
De media hebben een hyperfocus op stijgingen van immigratie, maar vergeten de dalingen. Daardoor krijgen mensen een vertekend beeld van de werkelijke migratiecijfers.
Zijn de media deel van het probleem?
Een gewone burger die het nieuws volgt, krijgt vooral het slechte nieuws te zien. Als je een artikel begint met: ‘Dit jaar is het aantal asielaanvragen met 10 procent gedaald’, of vertelt dat de criminaliteit onder migranten lager is dan onder niet-migranten, of dat demografische trends veranderen, dan is dat geen nieuws. Goed nieuws is geen nieuws.
De media presenteren migratie als een voortdurende crisis. Maar migratie is als de grafiek van een hartfilmpje; de lijn gaat op en neer. Als ergens in de wereld iets gebeurt, als er bijvoorbeeld een oorlog uitbreekt, neemt migratie toe. Op andere momenten zwakt het af. Je kunt het mensen niet kwalijk nemen dat ze denken dat migratie altijd toeneemt als dat is wat ze in het nieuws zien. Zo’n 69 procent – misschien zelfs 96 procent – van de bevolking overschat de omvang van de migratie.
Welke rol spelen sociale media?
Als je teruggaat naar de jaren zestig, de jaren negentig of zelfs de negentiende eeuw, dan zie je dat besluitvorming en de manier waarop we onze politieke meningen vormen altijd werden gedreven door een mix van feiten en verhalen. Dat we informatie filteren en bepaalde feiten niet meteen geloven is dus niet alleen het gevolg van sociale media.
Vroeger zeiden mensen: ‘Ik lees krant A niet; ik lees krant B.’ Of ze wisselden verhalen uit rond de open haard. Verhalen bevatten feiten, maar ze dragen ook waarden in zich. Ze zijn makkelijker te onthouden. Zo verspreiden we informatie. Sociale media zijn dus niet helemaal nieuw.
Maar wordt het door sociale media steeds moeilijker om onjuiste informatie te corrigeren?
Het was altijd al moeilijk om die te corrigeren. Je zou ook kunnen zeggen dat sociale media ons meer mogelijkheden bieden om onze eigen informatieomgeving te creëren. Dat kan ook democratiserend werken. Vroeger hadden we maar één of twee mediakanalen, en het was erg moeilijk om een afwijkende mening in die kanalen aan het licht te brengen. Bij sociale media ligt die drempel veel lager. Dat hebben we gezien bij de inzet van sociale media rond politieke kwesties. Als iets viraal gaat, kan dat uiteindelijk politieke druk creëren.
Welke vragen zouden journalisten moeten stellen?
Ze zouden moeten vragen of migratie wel echt het probleem is. Als mensen boos zijn omdat ze bang zijn voor de huisvestingscrisis, laten we het dan daarover hebben. Vluchtelingen zijn volgens mijn berekening verantwoordelijk voor slechts ongeveer 7 procent van het woningtekort. De overige 93 procent heeft andere oorzaken.
Als mensen bang zijn voor het verlies van hun baan, praat dan met ze over de onzekerheid op de arbeidsmarkt. Neem niet automatisch het beeld over dat migranten banen afpakken.
Zelfs klimaatverandering dreigt gemigratiseerd te worden: alsof we klimaatverandering moeten bestrijden om verdere immigratie te voorkomen. Terwijl klimaatverandering veel fundamentelere effecten heeft en migratie slechts een klein symptoom daarvan is.
Veel van de problemen van deze tijd hebben veel minder te maken met migratie en veel meer met economisch neoliberalisme, globalisering en technologie. Migratie is eerder een symptoom dan de oorzaak van de verandering.
De migratisering van problemen – van huisvesting tot gezondheidszorg – is een manier om mensen niet serieus te nemen. Als je mensen serieus neemt, dan luister je naar wat ze werkelijk zeggen.
Ik vind ook dat elke samenleving over culturele verandering moet praten. We zijn niet slechts een losse verzameling individuen. We staan ergens voor. Het is goed om daarover te praten. En voor mensen die naar Nederland komen: jullie zijn naar Nederland gekomen, niet zomaar ergens heen. Jullie komen naar Nederland omdat jullie deel willen uitmaken van deze samenleving en van waar zij voor staat.
Als u één misvatting zou kunnen rechtzetten in het Nederlandse migratiedebat, welke zou dat zijn?
Dat migratie altijd een probleem is. Zonder immigratie zou Nederland te maken krijgen met bevolkingsafname. De natuurlijke bevolkingsontwikkeling vertoont al een dalende lijn, en die daling zal versnellen. Migratie dient als compensatie.
En toch begrijpen mensen nog steeds niet wat de gevolgen van een bevolkingsafname zullen zijn. Als je in Italië of Spanje woont, dan weet je dat wel. Het betekent lege winkels, scholen en supermarkten. Dan moeten we ook nadenken over de vraag of economische groei altijd het uitgangspunt moet blijven, en daarmee over ideeën als ontgroei.
Dat er zoveel mensen in asielopvangcentra zitten, heeft niets te maken met de instroom. Het heeft te maken met de complexiteit van de regelgeving en het tekort aan huisvesting.
De protesten tegen asielmigratie worden steeds radicaler. Komt dat door extreemrechts?
Die protesten worden steeds gewelddadiger doordat in het publieke discours in de media en de politiek extreme taal steeds meer als normaal wordt beschouwd. Veel van het migratiedebat is eigenlijk een debat over de islam vanuit een raciaal perspectief. Het roept duistere herinneringen op. Je ziet het in de discussies over ‘remigratie’, wat neerkomt op het deporteren van mensen met de Nederlandse nationaliteit vanwege hun migratieachtergrond, huidskleur, religie of etniciteit.
Vandaar ook dat Oekraïners na de Russische invasie tijdelijke bescherming kregen met eenvoudige toegang tot werk en voorzieningen, terwijl Syrische vluchtelingen behandeld worden als asielzoekers, onderhevig zijn aan strenge regels en met beperkte toegang tot werk en huisvesting.
Als niemand moreel leiderschap toont, zal deze islamofobie alleen maar erger worden. Daarom zeg ik dat er geen migratiecrisis is, maar een morele crisis in de Nederlandse politiek. Islam is in toenemende mate de focus geworden van onze migratieobsessie; in Nederland met populistische partijen als de PVV en Forum voor Democratie, maar ook internationaal. Trump heeft openlijk opgeroepen tot het beperken van immigratie uit islamitische landen, en dat doen de Nederlandse populisten ook. Het verschil in behandeling tussen Oekraïners en Syrische vluchtelingen laat zien dat er al sprake is van ongelijke behandeling.
Wat moeten politici en journalisten anders doen?
Politici moeten ophouden om alle maatschappelijke problemen toe te schrijven aan migratie en diversiteit. Journalisten moeten zich realiseren dat ze door migranten te demoniseren gegarandeerd lezers verliezen en een aanzienlijk deel van de Nederlandse burgers van zich vervreemden. Hou daarmee op en leg uit hoe het werkelijk zit.
Peter Scholten is hoogleraar Governance of Migration and Diversity aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en wetenschappelijk directeur van het Leiden-Delft-Erasmus Research Centre on the Governance of Migration and Diversity (LDE GMD). Vorig jaar verscheen zijn boek De migratieobsessie – Hoe één thema het debat blijft bepalen.
Fotografie: Tariq Kasem
Dit artikel is onderdeel van dossier De Tegenbeweging
Over de auteur
Over de auteur
Over de auteur
Over de auteur