achtergrond

Een crimineel kan geen religieus leider zijn

12 februari 2026

door Reza Sardari en Parisa Akbarzadeh Poladi en

Een crimineel kan geen religieus leider zijn

Illustratie door Parisa Akbarzadeh Poladi

Elke dag horen we over iemand die is gedood,” vertelt een kennis van mij uit Isfahan, ruim driehonderd kilometer ten zuiden van Teheran. Een van zijn familieleden is gearresteerd; een paar anderen zijn gewond geraakt. Dit soort verhalen zijn geen uitzondering.

Volgens de laatste statistieken van de ngo Human Rights Activists in Iran (HRANA) is het aantal bevestigde doden opgelopen tot 7.002, waaronder 164 minderjarigen. De status van nog eens 11.280 doden wordt nog onderzocht. Het totale aantal arrestaties bedraagt inmiddels 50.842. Daarnaast raakten 11.090 mensen ernstig gewond. De regering heeft tot nu toe slechts het overlijden van 3.100 demonstranten bevestigd. The Guardian maakte eerder al melding van 30.000 doden. Payam Akhavan, de voormalig aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) voor het bloedbad van Srebrenica, noemde het bloedbad een “Iraanse Holocaust” en stelde dat er 33.000 doden waren gevallen.
De brutaliteit waarmee demonstranten in Iran werden afgeslacht, is toe te schrijven aan zowel de wreedheid van het islamitische regime als aan de angst voor zijn eigen val als de protesten zouden aanhouden.

De protesten begonnen op 28 december in de Grote Bazaar van Teheran, het hart van de Iraanse economie en een traditioneel bolwerk van de Islamitische Republiek. Vervolgens verspreidden zij zich snel naar andere steden — met name in de Koerdische gebieden, die ook het startpunt vormden van de Mahsa-beweging in 2022 en 2023. De repressiemachine van het regime kwam ook in het westen van het land op gang, waar eind december in de provincies Ilam en Kermanshah meerdere demonstranten door militieleden werden doodgeschoten.

‘We hebben Khameini vervloekt’

Op 4 januari had ik contact met een kennis in het westen van Teheran. Hij vertelde dat het in zijn buurt nog rustig was, maar dat er in het centrum veel mensen op de been waren. Na een oproep van Reza Pahlavi, de voormalige kroonprins van Iran, stroomden op 8 en 9 januari in 31 provincies in heel Iran enorme aantallen mensen de straten op — een opkomst die noch het regime, noch zijn tegenstanders hadden verwacht.
Ik stuurde opnieuw een bericht naar mijn kennis om te informeren hoe de situatie was. Hij stuurde een voicebericht terug: Oh Reza. We zijn naar buiten gegaan. Je kunt je niet voorstellen wat voor een ramp het was. We hebben Khamenei vervloekt. De rook van traangas zat zo dik in onze longen dat we onze eigen stemmen niet meer konden verstaan. Ik mis je hier.”

Daarna werd het internet landelijk afgesloten en had ik enige tijd geen contact meer met hem. Een week later belde hij me kort — minder dan een minuut. Hij had alleen tijd om te zeggen dat hij en zijn familieleden veilig waren, maar dat zich een enorm drama had voltrokken. Het internet was toen nog steeds niet beschikbaar. Tijdens een tweede kort telefoongesprek vertelde hij dat enkele collegas naaste familieleden hadden verloren: een vrouw, een broer en een zoon. Een andere collega, een man van ongeveer zestig jaar, was door kogels geraakt, maar durfde uit angst voor de veiligheidsdiensten niet naar het ziekenhuis te gaan.

Zwarte lijkzakken

Tijdens eerdere protesten in november 2019 tegen de stijgende benzineprijzen doodde het regime in twee dagen tijd 1.500 demonstranten. Dit keer verwachtten veel Iraniërs dat de regering, vanwege dreigementen van Trump, niet op grote schaal repressie zou durven uitoefenen. Die verwachting bleek onjuist.
Tegelijk met de digitale black-out werd de moordmachine van het regime in werking gesteld. Met jachtgeweren, lichte wapens zoals Kalasjnikovs, halfzware wapens zoals Dushkas en zelfs chemische wapens werden in een paar dagen tijd duizenden demonstranten vermoord. Het nieuws sijpelde langzaam naar buiten.

Als de videos van stapels lichamen in vrachtwagens en loodsen van het forensisch centrum niet via de weinige Starlink-satellieten vanuit Iran naar het buitenland waren gelekt, zouden de berichten over het enorme aantal slachtoffers moeilijk te geloven zijn geweest. Het zijn beelden die Iraniërs niet eerder met eigen ogen hebben gezien: opgestapelde lichamen in zwarte lijkzakken; het gekreun en gejammer van een man die daartussen loopt en roept: Waar ben je, Sepher Baba?” Het moment waarop een man zich omdraait naar het lichaam van zijn jonge zoon en kreunt: Mani, ga, ik kom ook naar je toe.” Mensen die rond het graf van een jonge man dansen — in pijn en eindeloze verbazing. Er is het verhaal van een hulpeloze vrouw die zegt: Ik heb mijn zoon gevonden. Het lichaam van mijn zoon. In het mortuarium draaide ik de lichamen één voor één om, tot ik mijn zoon herkende en hem in de ogen kon kijken.

Iraanse asielzoekers

Ik sprak ook met Iraanse asielzoekers in Turkije en in Nederland. Zij hadden vergelijkbare verhalen gehoord van familieleden en bekenden in Iran. Farshad, die in een Nederlands azc al  twee jaar wacht op een interview met de IND, verloor drie vrienden in Shiraz. Een Iraanse man die in een Turks vluchtelingenkamp verblijft, verloor meerdere familieleden in de provincie Zuid-Khorasan, in het oosten van Iran. Hij vertelt dat hij was ondervraagd door de Turkse geheime dienst. “Ze vroegen me wat mijn connectie met Iran was, of ik video’s van de moorden en het geweld via Starlink of andere middelen had ontvangen.” Hij zegt dat hem ook naar zijn politieke voorkeur werd gevraagd: “Ze vroegen of ik Reza Pahlavi steunde.”

Sancties

Veel Iraniërs in Nederland zijn teleurgesteld over het uitblijven van massale steunbetuigingen aan de demonstranten in Iran, zeker in vergelijking met de Rode Lijn-protesten van nog geen half jaar geleden, toen honderdduizenden Nederlanders de straat op gingen om te demonstreren tegen de Israëlische oorlogsmisdaden in Gaza. Sommige rechtse opiniemakers verwijten links hypocrisie: wel kritisch op Israël, maar stil over Iran.
Toch zijn er genoeg linkse stemmen die vinden dat aandacht voor slachtoffers universeel zou moeten zijn en aandacht vragen voor op de enorme mensenrechtenschendingen in Iran. Wel wijzen zij op het verschil met Gaza: de westerse verantwoordelijkheid voor Israël maakte publieke kritiek logischer, terwijl het Iraanse regime al internationaal wordt veroordeeld en gesanctioneerd.

Vanuit de Europese politiek is dit keer snel actie ondernomen. Naast het opleggen van nieuwe sancties tegen het regime werd ook de Revolutionaire Garde op de lijst van terroristische organisaties geplaatst. Hopelijk vormt dit een eerste stap.
Het Internationaal Strafhof vaardigde arrestatiebevelen uit tegen Poetin en Netanyahu vanwege oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Oekraïne en Gaza. Ook ayatollah Ali Khamenei zal door het Strafhof moeten worden vervolgd. Niet alleen voor de afschuwelijke misdrijven van de afgelopen maand, maar ook voor eerdere misdaden die door hem en zijn regime zijn begaan, zoals het onderdrukken van straatprotesten in 2009, 2019 en 2022, en het neerhalen van een Oekraïens passagiersvliegtuig in 2020. Rechtvaardigheid zal pas zegevieren wanneer de wereld beseft dat een crimineel niet de rol van religieus leider kan vervullen.

Waardeer dit artikel

Dit artikel lees je gratis. Vind je het artikel en onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Media.

Mijn gekozen bedrag: € -

Over de auteur

Over de auteur

Reza Sardari

Reza Sardari (1975, Iran) is opgeleid als jurist. In Iran combineerde hij een baan als juridisch ambtenaar met journalistiek werk als freelance verslaggever. Nadat hij in 2012 naar Nederland vluchtte, vervolgde hij hier zijn activiteiten als journalist en activist. Zijn opdrachtgevers zijn overwegend internationale Farsi-talige media en ngo’s. Zo publiceerde Reza onderzoeksverhalen over het Iraanse politieke systeem en werkte hij als (freelance) projectmanager van een project rondom rechten voor Iraanse gedetineerden. Ook was hij als trajectbegeleider betrokken bij verschillende projecten van de Rotterdamse stichting Me & Society rondom culturele diversiteit. Reza wil zich graag verder ontwikkelen als (onderzoek)journalist voor Nederlandse media.

Naar profielpagina

Over de auteur

Over de auteur

Parisa Akbarzadeh Poladi

Naar profielpagina