De wooncrisis vraagt om oplossingen, niet om zondebokken
Esther Muwombi maakte mee hoe het sentiment in Nederland veranderde. Het is onjuist, onnodig en gevaarlijk om asielzoekers en statushouders de schuld te geven van de wooncrisis, aldus de uit Oeganda gevluchte journalist. Het maakt de situatie niet beter, dus ga aan de slag met echte oplossingen.

Foto: ANPfoto/Peter van Beek
Toen ik in 2019 als asielzoeker in Nederland aankwam, leerde ik al snel dat mensen zoals ik de schuld kregen van de woningcrisis. Ik had bedreigingen ontvangen vanwege mijn werk als journalist in Oeganda, na een onderzoek dat ik had gepubliceerd naar corruptie die verband hield met een humanitaire crisis. Ik had mijn eigen huis verloren en zocht asiel in Nederland. Toch werd mij verteld dat ik de oorzaak was dat anderen geen woning konden vinden.
Die beschuldiging stond haaks op wat ik in het dagelijks leven meemaakte. Mijn gezin en ik kregen een warm onthaal van onbekenden. Vrijwilligers in de lokale bibliotheek gaven mij elke week Nederlandse les. Buren kwamen naar onze deur om hulp aan te bieden. Via VluchtelingenWerk, een organisatie die vluchtelingen helpt zich opnieuw te vestigen, schilderden vrijwilligers mijn huis, zetten meubels in elkaar en lieten ons zien hoe we onze nieuwe woonplaats konden leren kennen. De politieke toon voelde vijandig, maar het dagelijks leven in Nederland voelde juist meelevend. Het politieke debat stond in het begin dan ook ver van me af.
Maar geleidelijk merkte ik dat het steeds dichterbij kwam. Het begon langzaam anders te voelen. Dezelfde gemeenschap die ons ooit met open armen had ontvangen, begon voorzichtiger te reageren. Politieke discussies over vluchtelingen en migranten werden luider en stukjes van die spanning vonden hun weg in alledaagse interacties.
Gesprekken in de buurt klonken opeens anders. Mensen die vroeger even stopten om te praten, leken nu niet zeker meer wat ze moesten zeggen. De warmte was er nog, maar mensen worstelden met een nieuwe spanning die minder gevormd werd door persoonlijke ervaring en meer door het nationale verhaal. Het duurde niet lang voordat mijn kinderen en ik vijandigheid begonnen te ervaren van dezelfde gemeenschap die ons ooit had omarmd.
Onlangs zei een kind op de school van mijn dochter tegen haar: ‘Jij bent bruin. Jij moet terug naar je eigen land.’ Die opmerking kwam niet voort uit de verbeelding van een kind. Ze kwam van volwassenen, van gesprekken, van angst, van politieke boodschappen. De opmerking was een teken dat het politieke verhaal, ontworpen om mensen te verdelen, ten minste gedeeltelijk geslaagd was.
In Oeganda, waar ik ben opgegroeid, maken gastvrijheid en zorg voor de gemeenschap deel uit van het dagelijks leven. Oeganda is Afrika’s grootste gastland voor vluchtelingen, met meer dan 1,8 miljoen mensen die veiligheid zoeken, volgens de UNHCR. Het delen van middelen wordt niet gezien als een last maar als een
verantwoordelijkheid. Toen Nederlandse burgers mij met veel warmte en vrijgevigheid ontvingen, voelde Nederland dan ook vertrouwd, nog voordat ik de taal begreep. Daarom is de verschuiving van de toon over vluchtelingen en migranten in Nederland zo opvallend en zo onnodig.
Patroon in heel Europa
Niet alleen in Nederland zorgt het woningtekort voor politieke sprookjes. In heel Europa hebben vergelijkbare crises geleid tot vergelijkbare verhalen. In Duitsland zijn vluchtelingen in verband gebracht met de stijgende huurprijzen. In Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk kregen migranten de schuld van de lange wachtlijsten en hoge woonkosten. Toch tonen Europese woninganalisten, waaronder Housing Europe en de Europese Investeringsbank, dat de echte oorzaken structureel zijn. Decennialang zijn er te weinig woningen gebouwd, zijn vergunningstrajecten vertraagd en hadden investeerders (tot voor kort) te maken met relatief weinig beperkingen op de woningmarkt. Dat heeft bijgedragen aan stijgende prijzen. Het is geen vluchtelingencrisis. Het is een woningcrisis.
Nieuwkomers zijn door de Europese geschiedenis heen vaak de schuldigen geweest in moeilijke tijden. Dat beschrijft de Ierse cultureel socioloog Eoin Devereux in het artikel A Refugee Crisis or a Humanitarian Crisis? In de jaren zeventig kregen Pakistaanse immigranten in het Verenigd Koninkrijk de schuld van woningtekorten. Tijdens recessies in Spanje en Italië werden Oost-Europese werknemers beschuldigd van het afpakken van banen. Zelfs binnen Nederland zijn mensen uit andere regio’s beschreven als groepen die ‘druk uitoefenen’ op lokale woningmarkten.
Het patroon is altijd hetzelfde: wanneer systemen falen, krijgen de meest zichtbare buitenstaanders de schuld. Dat gevaarlijke verhaal heeft voet aan de grond gekregen. Schuld is politiek nuttig, maar sociaal vernietigend. Het drijft mensen uit elkaar. En het bepaalt het perspectief van de volgende generatie.
De waarheid is dat het niet de vluchtelingen zijn die de woningcrisis hebben veroorzaakt. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) tonen een structureel tekort van ongeveer 400.000 woningen. Dat is het resultaat van decennia van te weinig bouwen, planningsvertragingen en toenemende marktdruk. De woningcrisis treft Nederlandse gezinnen, internationale studenten, jonge huurders en ook nieuwkomers. Toch hebben politieke verhalen de vluchteling tot een gemakkelijk doelwit gemaakt. Het is makkelijker de schuld af te schuiven dan de waarheid onder ogen te zien: de politiek zelf doet niet genoeg.
Drie stappen nodig
De oplossingen die zijn geprobeerd hebben niet voldoende gewerkt. Nederlandse woningexperts wijzen op drie belangrijke stappen die nodig zijn om de crisis aan te pakken. Het probleem is niet dat ze onmogelijk zijn, maar dat politieke keuzes ze hebben vertraagd. Want elk van die stappen kent de nodige politieke en praktische obstakels.
Allereerst zijn er de lange vergunningsprocedures. De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwde herhaaldelijk dat die de bouw van woningen vertragen. Veel woningprojecten worden vertraagd door jaren aan papierwerk, bezwaren en lokale besluiten. Het resultaat: bouwdoelen worden jaar na jaar niet gehaald. Om die vertragingen aan te pakken, moeten beleidsmakers procedures vereenvoudigen, nationale termijnen voor vergunningverlening handhaven en bezwaarprocedures beperken.
Bevindingen van de Raad van State en DNB laten zien dat vertragingen vaak voortkomen uit capaciteitsproblemen op gemeentelijk niveau en langdurige juridische procedures die projecten jarenlang kunnen stilleggen. De Wet versterking regie volkshuisvesting is daarin een stap vooruit, maar of die ver genoeg gaat, blijft onzeker.
Zonder snellere besluitvorming op lokaal niveau zullen plannen mogelijk niet leiden tot een daadwerkelijke toename van het woningaanbod. Ten tweede moeten er veel meer betaalbare woningen gebouwd worden. Het aanbod van betaalbare woningen is niet in hetzelfde tempo gegroeid als de vraag. De overheid streeft ernaar jaarlijks 100.000 woningen te bouwen. Maar zij heeft ongerealiseerde doelstellingen van eerdere regeringen geërfd, en essentiële details over hoe die doelen zullen worden bereikt blijven onduidelijk, stelt de Algemene Rekenkamer.
Laat vluchtelingen bijdragen
De derde oplossing ligt bij de nieuwkomers zelf. Vluchtelingen worden gedehumaniseerd door ze te bestempelen als kostenpost of drukfactor. Maar zij kunnen een essentiële bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving. De Adviesraad Migratie raadt aan om vluchtelingen en migranten te integreren in sectoren met arbeidstekorten, vooral de bouw en de zorg. Veel nieuwkomers beschikken al over passende vaardigheden, maar ondervinden lange vertragingen bij diplomawaardering of werkvergunningen. Velen zijn verpleegkundigen, bouwvakkers, timmerlieden, leraren, IT-medewerkers en ingenieurs. Sommigen werken in zorginstellingen. Anderen sluiten zich aan bij bouwbedrijven. Velen starten bedrijven.
Zij brengen vaardigheden mee die Nederland dringend nodig heeft, vooral in sectoren die direct verband houden met de woningcrisis. Tegelijkertijd laten cijfers zien hoe groot de afstand tot volledige participatie nog is. 85 procent van de vluchtelingen is in het eerste jaar na het verkrijgen van een verblijfsvergunning afhankelijk van een uitkering. Zelfs na zeven jaar is maar 47 procent werkzaam.
Vluchtelingen ondersteunen om te kunnen werken is niet alleen moreel juist, het is economisch verstandig en kan helpen arbeidstekorten in de bouwsector te verlichten. Het verminderen van de barrières zou zowel de arbeids- als de woningmarkt ondersteunen. Voor bovenstaande drie stappen is geen nieuw beleid nodig, maar politieke wil om ze daadwerkelijk uit te voeren. Alle mensen die op zoek zijn naar een woning zullen ervan profiteren. Voor vluchtelingen zijn vertragingen in de woningbouw ook zeker geen abstract probleem, ze zijn de reden dat zij langer in onzekerheid blijven zonder stabiel thuis. De oplossingen zijn bekend en haalbaar, maar te vaak verschuift de aandacht naar het aanwijzen van vluchtelingen als probleem in plaats van het aanpakken van de echte oorzaken.
Signaal van de kiezer
Na de recente verkiezingen ging de grootste antimigratiepartij terug naar de oppositiebanken. Nederland staat opnieuw op een kruispunt. D66 kwam naar voren als de grootste partij met een programma dat prioriteit gaf aan het bouwen van meer woningen en het verminderen van polarisatie. De kiezer heeft een duidelijk signaal gegeven: zij willen echte oplossingen, geen zondebokken. Nu staat het land voor een keuze: het kan gevangen blijven in een cyclus van angst en verdeeldheid. Of het kan de echte oorzaken van de woningcrisis onder ogen zien en doorpakken.
Nederland kan huizen bouwen zonder gemeenschappen uit elkaar te trekken. Het heeft eerder een crisis omgezet in vooruitgang. Na de Watersnoodramp van 1953 reageerde het land met de Deltawerken, een van de meest geavanceerde overstromingsbeschermingssystemen ter wereld. Een wereldwijd voorbeeld van innovatie geboren uit tragedie. De uitdaging van vandaag vraagt om dezelfde moed: de kracht om te kiezen voor feiten boven angst, oplossingen boven zondebokken en eenheid boven verdeeldheid.
Bovenstaand artikel verscheen eerder in Vakblad Huurpeil, een uitgave van de Woonbond.
Over de auteur