De spagaat van Al-Sharaa
De nieuwe Syrische machthebber Ahmed Al-Sharaa wil zijn salafistische achterban tevreden houden, maar moet tegelijkertijd voldoen aan de eisen van Amerika en Saoedi-Arabië. ‘De strijd om Syrië is nog niet beslecht’, volgens journalist en politiek analist Zaki Al-Daroubi.

Syrische president Ahmed Al-Sharaa. Foto via AP/ANPfoto
De aankondiging door de Amerikaanse president om de sancties tegen Syrië op te heffen, kwam dit voorjaar als een verrassing. Velen vroegen zich af of dit besluit mogelijk betekent dat we aan de vooravond staan van een strategische verschuiving in het Amerikaanse beleid ten opzichte van de nieuwe machthebbers in Syrië. Om het te kunnen duiden, moeten we het binnen een bredere politieke context bekijken en onderzoeken wat de motieven van Washington en de afwegingen van bondgenoten zijn en welke eisen werden gesteld in ruil voor deze opheffing.
Amerikaanse belangen
Allereerst was de Amerikaanse interventie in Syrië nooit bedoeld om het Assad-regime omver te werpen of democratie te brengen. De sancties waren altijd een drukmiddel om Amerikaanse belangen te dienen, met name het waarborgen van de veiligheid van Israël. Dit beleid gaat terug tot 1976, toen het Syrische leger Libanon bezette. In 1979 plaatsten de Verenigde Staten Syrië op de lijst van statelijke sponsors van terrorisme vanwege de steun aan Palestijnse organisaties die van terrorisme werden beschuldigd. Dit beleid werd voortgezet met de Syria Accountability Act (2003) en culmineerde in de Caesar Act (2020), die enerzijds was bedoeld om burgers te beschermen, maar anderzijds ook om druk uit te oefenen op bondgenoten van het Syrische regime en Syrië te dwingen tot politieke concessies, zoals afstand nemen van Iran en Rusland en de veiligheid van Israël te garanderen.
Ondanks dat Washington na de val van Assad geen openlijke steun voor de nieuwe machthebbers uitsprak, bewijst de beslissing om de sancties tegen Syrië op te heffen, gevolgd door een ontmoeting tussen Trump en Al-Sharaa, dat de VS bereid zijn om de nieuwe regering te erkennen – mits zij zich aan de Amerikaanse spelregels houdt. De voornaamste Amerikaanse eis is nog altijd normalisering van de relatie met Israël. De overige voorwaarden zijn al langer bekend: het elimineren van jihadisten, voorkomen dat IS terugkeert, de Verenigde Staten ontldoen van de last van IS-detentiecentra, voorkomen dat Iran de chaos in Syrië na de val van Assad uitbuit en terugkeert en het uitzetten van ‘terroristische’ Palestijnse organisaties uit Syrië. De verandering binnen het Amerikaanse beleid duidt dus op de wens de eigen belangen en die van haar bondgenoten te behartigen, ongeacht wie er in het presidentiële paleis in Damascus resideert.
Verzoenende signalen naar Israël
President en voormalig rebellenleider Ahmed Al-Sharaa (voorheen bekend onder zijn nom de guerre Abu Mohammed al-Julani) bevindt zich in een spagaat: vasthouden aan zijn salafistische koers, waardoor zijn organisatie als terroristische organisatie bestempeld zal blijven, met als gevolg isolatie en mogelijk zelfs liquidatie; of ingaan op de eisen van het Westen, wat hem zijn legitimiteit in eigen land kan kosten.
Veel waarnemers zijn van mening dat Al-Sharaa kiest voor een opportunistische aanpak in een poging te behouden wat hij heeft bereikt, zonder zijn binnenlandse achterban tegen zich in het harnas te jagen. Om die reden zal hij ervoor kiezen in stilte en geleidelijk aan de eisen voldoen.
Wat betreft de relatie met Israël heeft Al-Sharaa sinds zijn aankomst in Damascus verzoenende signalen afgegeven, evenals zijn zwager Maher Marwan, gouverneur van Damascus. Er waren berichten in de pers over een ontmoeting tussen figuren uit zijn regering en Israëliërs, bemiddeld door de Verenigde Arabische Emiraten. Al-Sharaa zelf bevestigde later dat er via tussenpersonen onderhandelingen met Israël plaatsvinden.
Online propaganda
Propaganda op social media moet de weg effenen voor een toekomstig vredesakkoord, door de bevolking ervan te overtuigen dat de staat zwak is en Israël niet kan weerstaan, en dat binnenlandse opbouw prioriteit heeft. Met hulp van deze online propaganda legt Al-Sharaa een verband tussen het criminele Assad-regime en de slogans over verzet tegen Israël. Hij buit de haat van het volk tegen het oude regime uit om zo normalisering van de relatie met Israël te presenteren als een noodzaak om het land te redden, terwijl hij tegelijkertijd in het geheim met Israël onderhandelt om aan de macht te blijven.
Onder Assad was er een georganiseerd ‘elektronisch leger’ actief dat op grote schaal cyberaanvallen uitvoerde. De online activiteiten van de Al-Sharaa’s aanhangers zijn veel minder goed georganiseerd. De accounts zijn vooral actief op Facebook, het meest gebruikte platform onder Syriërs.
Sommige van deze accounts zijn echt en worden beheerd door personen die handelen vanuit een islamitische ideologie of persoonlijke overtuiging. Zij verdedigen de huidige autoriteit vurig, promoten haar ideeën en agenda’s en vallen iedereen die kritiek uit fel en hard aan.
Andere accounts zijn nep en worden gebruikt om desinformatie en haatzaaiende taal te verspreiden en zo verdeeldheid te zaaien in de Syrische samenleving. Deze accounts voeren collectieve aanvallen uit op critici, waarbij een stortvloed van beledigende en intimiderende reacties tegelijkertijd verschijnt, wat duidt op een gerichte en gecoördineerde campagne. Hun primaire doel is het monddood maken en intimideren van kritische stemmen door middel van vulgair taalgebruik, valse beschuldigingen of verhulde bedreigingen.
De campagnes beperken zich er niet toe critici het zwijgen op te leggen; ze proberen ook de politieke realiteit te verdraaien en een sfeer van angst en twijfel te creëren, met als doel Ahmed Al-Sharaa af te schilderen als de redder die Syrië beschermt tegen de terugkeer van het Assad-regime. Daarnaast maken ze opzettelijk massaal misbruik van het meldsysteem door kritische berichten en pagina’s te rapporteren, met als doel deze te laten verwijderen of hun bereik te beperken. Ze maken hierbij handig gebruik van Facebooks beleid, dat niet altijd onderscheid maakt tussen terechte en valse meldingen.
Wat betreft de migrantenkwestie en het ontmantelen van jihadistische organisaties: Al-Sharaa heeft er jarenlang aan gewerkt om zichzelf te presenteren als een lokale leider en niet als een jihadistische emir. Hij verbrak in 2016 zijn banden met Al-Qaeda. Belangrijke jihadisten in zijn machtsgebied werden geliquideerd of gearresteerd door coalitietroepen, en hijzelf maakte korte metten met anderen.
Na de aankondiging van de opheffing van de sancties werd bekend dat de Syrische staatsveiligheidsdienst Arabische jihadisten in Idlib had gearresteerd. Dat wijst op een bereidheid om aan de westerse veiligheidseisen te voldoen, zonder een openlijk vijandige houding aan te nemen tegenover salafistische stromingen. Al-Sharaa doet wat hem gevraagd wordt door het Westen zonder het openlijk toe te geven, en balanceert hiermee tussen machtsbehoud en het voldoen aan internationale voorwaarden, zolang dit zijn legitimiteit niet aantast.
Saoedi-Arabië als architect van de akkoorden
Toen Trump bekendmaakte dat zijn besluit om de sancties tegen Syrië op te heffen was ingegeven door een verzoek van de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman, werd duidelijk dat Saoedi-Arabië een sleutelrol speelt in de toekomst van Syrië. De uitstekende persoonlijke relatie tussen Bin Salman en Trump, de rol van Saoedi-Arabië in zaken die vitaal zijn voor Washington (zoals het indammen van de Iraanse invloed, de enorme financiële steun aan de Amerikaanse economie, de olieprijs, de relatie met China en Rusland en de Arabische normalisering met Israël), geven het Saoedische verzoek gewicht.
Het opheffen van de sancties was dus niet slechts een humanitaire reactie op het lijden van het Syrische volk, maar weerspiegelde ook een overlap tussen Saoedische en Amerikaanse belangen. De Saoedische strategie is gericht op het definitief blokkeren van Iraanse invloed in Syrië, het voorkomen van chaos, het stoppen van de drugshandel die door Assad werd gesteund, het beperken van vluchtelingenstromen, het waarborgen van stabiele grenzen en de terugkeer van vluchtelingen, het creëren van een niet-vijandige regering in Damascus en het indammen van de Turkse invloed. Amerika ziet in de Saoedische rol een kans om de eigen betrokkenheid in Syrië te verminderen.
Nieuwe machtsverhoudingen
Deze samenwerking kent uitdagingen. Israël uitte bezorgdheid over de opheffing van de sancties. De Israëlische premier Netanyahu waarschuwde Trump voor een versterking van het nieuwe Syrische regime. Iran en Rusland zullen zich waarschijnlijk verzetten tegen hun uitsluiting. Ook in de VS kunnen politieke en juridische vragen rijzen, gezien de eerdere classificatie van de nieuwe Syrische leiders als terroristen.
De nieuwe machtsverhoudingen zijn nog volop in ontwikkeling. De strijd om Syrië is nog niet beslecht, maar de contouren van de toekomstige machthebbers worden langzaam zichtbaar.
Over de auteur