De onvoltooide reis van Mosab Alhattami
Op 26 april keerde de 31-jarige Nederlands-Jemenitische filmmaker en fotograaf Mosab Alhattami terug naar Jemen, het land van zijn ouders. Hij en zijn broer werden geraakt door een drone, een aanval die Mosab niet overleefde.
In maart van dit jaar pakte Mosab Alhattami zijn koffers en verliet Amsterdam, de stad waar hij in 2019 was aangekomen. Hij had vier camera’s bij zich, elk met een specifieke missie, een filmidee en cadeaus voor de familie die hij negen jaar eerder had verlaten. Alhattami besloot terug te keren naar zijn thuisland Jemen, naar de woestijnstad Marib, waar zijn moeder en vader, journalist Abdulhafiz Alhattami, wonen.
Dit viel samen met de komst van de ramadan, die hij met hen vierde. Abdulhafiz Alhattami: “Tijdens de Eid bezochten we alle mooie plekken in de stad: parken, historische locaties en de huizen van vrienden.” Na afloop van de festiviteiten, in de nacht van 25 april 2025, ging Mosab op bezoek bij zijn vader, die op zijn binnenplaats zat, zoals gebruikelijk was in de woestijnstad. Zijn vader: “Hij was erg blij dat hij zijn script voor een documentaire over het leven in een belegerde stad af had.”
De aanval
Mosab Alhattami, die in Jordanië een opleiding tot filmmaker had gevolgd, richtte zijn camera op zijn broer, fotojournalist Suhaib. Die vroeg hem vervolgens om de volgende dag met hem mee te gaan naar een buitenwijk van Marib. Daar begon hij de belegerde stad en zijn inwoners te filmen. Hij had zijn camera’s zo opgesteld dat ze elke hoek konden vastleggen.
Plotseling, op 26 april 2025 om vier uur ’s middags, vloog er tijdens straatinterviews een drone over, gelanceerd door de Houthi’s, die de omliggende bergen controleren en de stad van drie kanten omsingelen. De drone had drie geleide raketten aan boord. De eerste raket was gericht op de geïnterviewden, die ter plekke stierven. De tweede en derde raket volgden en troffen Mosab Alhattami en zijn broer. Er arriveerden ambulance-medewerkers, maar Mosab overleed onderweg, voordat hij het dichtstbijzijnde ziekenhuis, het Kari General Hospital, bereikte.
Hij was zich bewust geweest van de risico’s, aldus zijn vader. Maar nooit had hij verwacht persoonlijk aangevallen te worden, en de vijftigste journalist te worden die in de afgelopen tien jaar in Jemen werd vermoord.
Passie voor de camera
Mosab Alhattami’s passie voor de camera begon al op jonge leeftijd, toen hij aandachtig in de camera van zijn vader staarde. Deze passie bereikte een hoogtepunt met het maken van zijn eerste film, ‘Ehsan’, waarin hij het thema empathie voor kinderen die hun ouders hebben verloren, onderzoekt.
In 2020 werd zijn film ‘To Paradise’ geselecteerd voor het Golden Short Film Festival in Italië. De film vertelt het verhaal van twee jonge Jemenitische mannen die voor de oorlog naar Europa vluchtten. In Nederland werkte Alhattami aan de productie van documentaires voor zenders zoals Al Jazeera en Al Jazeera Documentary Channel.
Zijn vriend Ali Al-Faqih, een journalist uit Rotterdam, zegt: “Ik geloofde eerst niet dat Mosab was overleden. Ten eerste was hij niet geïnteresseerd in oorlog. Hij was altijd gepassioneerd door kunst en praatte over de nieuwste films. Toen ik hem in Amsterdam ontmoette, nam hij me mee naar een evenement of een museum.
Ik was verbaasd over zijn vindingrijkheid, intelligentie en vermogen om zich snel te integreren in een nieuwe samenleving. Hij was stipt. We moesten elke ontmoeting plannen en we spraken af elkaar na zijn terugkeer weer te zien.”
Een terugkeer die er uiteindelijk nooit van is gekomen.
Dit artikel verscheen eerder in 360 Magazine.
Over de auteur