De lange arm van de Taliban
Taliban-influencer Jamil Qadery in Beverwijk met andere Taliban-aanhangers, 4 december 2023 (still uit een YouTube video van Qadery)
Longread – Onderzoek van RFG Newsroom
Op sociale media maken influencers volop propaganda voor de Taliban. Met misinformatie en leugens proberen ze de Afghaanse diaspora en een Europees publiek ervan te overtuigen dat de Taliban de zaken prima voor elkaar hebben.
Voor iemand die zichzelf op social media omschrijft als ‘Ambassadeur voor de vrede’, houdt de sinds 2010 in België woonachtige Afghaanse ‘influencer’ Jamil Qadery er weinig vredelievende ideeën op na. In juni 2023 plaatst hij een video op zijn TikTok en YouTube-accounts met een onheilspellende boodschap. Getooid met een donkerblauwe lunghi, een tulband die veel gedragen wordt door traditionele Afghaanse Pasjtoe-mannen, kijkt de jonge Afghaan indringend in de camera. Op luide toon, zijn woorden kracht bijzettend met een priemende vinger, dreigt hij dat hij zichzelf ‘op zal blazen’. Hij gebruikt daarvoor het Arabische woord istishhadi, ‘zij die het martelaarschap zoeken’, een term die wordt gebruikt voor plegers van zelfmoordaanslagen.
De video, die hij na korte tijd weer verwijdert, is Qadery’s meest extreme uiting op social media tot dan toe. Hoewel hij niet eerder dreigde met geweld, past het dreigement in een patroon van radicale en agressieve uitspraken. Qadery is een overtuigd en fanatiek aanhanger van de Taliban. Hij betuigt regelmatig zijn steun aan de extreem conservatieve groepering die sinds 15 augustus 2021 weer de scepter zwaait in Afghanistan. De liefde is wederzijds: leden van het Talibanregime laten zich gewillig door Qadery interviewen. En als in november 2023 de hooggeplaatste Taliban-official Abdul Bari Omar Duitsland en Nederland bezoekt (waar hij bij een bijeenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie op de foto gaat met een onwetende minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid), wijkt Qadery niet van zijn zijde.
Tegenstanders van de Taliban, waaronder gevluchte activisten en Afghanen die zich in de ogen van Qadery ‘onislamitisch’ gedragen, worden door hem fel bekritiseerd. Negatief nieuws over de Taliban bagatelliseert of ontkent Qadery. Liever benadrukt hij hoe veilig het is in Afghanistan onder de nieuwe machthebbers en hoe voortvarend de Taliban de wederopbouw van het land ter hand nemen. Geen woord over de onderdrukking van vrouwen, de vervolging van andersdenkenden, de martelingen, moorden en de jacht op politieke tegenstanders en mensen die gewerkt hebben voor de afgezette regering.
Een wit vlaggetje
Qadery is niet de enige Europese ‘Taliban-influencer’ op het internet. Op social media zijn tientallen accounts te vinden van mensen, vrijwel uitsluitend mannen, die hun bewondering voor de Taliban niet onder stoelen of banken steken. Vaak Afghanen die als vluchteling naar Europa zijn gekomen, in de jaren negentig of soms veel recenter. Veel content is in het Dari of Pasjtoe, de meest gesproken talen in Afghanistan, al zijn er ook influencers die publiceren in Europese talen.
De vlag van de Taliban — wit met daarop in zwarte kalligrafie de sjahada, de islamitische geloofsbelijdenis die ook op de vlag van Saoedi-Arabië staat — kan op TikTok en andere social media niet als emoji worden gekozen. Daarom voeren veel pro-Taliban-influencers naast hun accountnaam een emoji van een wit vlaggetje. Insiders weten dan genoeg. De influencers spreken overigens bij voorkeur niet over ‘Afghanistan’, maar liever over het ‘Islamitisch Emiraat Afghanistan’. Als ze naar Talibanleiders verwijzen gebruiken ze de islamitische eretitels die de zeloten zichzelf hebben toebedeeld.
De meest actieve influencers trekken online geregeld samen op. Ze delen en liken elkaars content en zijn te gast in elkaars livestreams. Zo is Qadery op YouTube en TikTok vaak te zien met gelijkgestemde influencers in Duitsland en Afghanistan.
X-profiel van de in Engeland woonachtige Taliban-aanhanger ‘Zaqabi Fidaie’, met de witte vlag-emoji
Onopgemerkt buiten eigen kring
Het bereik van de Europese Taliban-influencers op social media is relatief beperkt. Iemand als Qadery heeft op YouTube 82.000 abonnees, op TikTok bijna 56.000 volgers. In de wereld van influencers zijn dat wellicht geen indrukwekkende aantallen, maar binnen de Afghaanse diasporagemeenschap in België, Duitsland en andere Europese landen is Qadery een zeer bekende naam. Zelfs Afghanen die niets moeten hebben van zijn gedachtegoed, zijn bekend met zijn online activiteiten.
Doordat ze vooral in Dari en Pasjtoe posten en geen gigantische aantallen volgers hebben, blijven de Taliban-influencers buiten eigen kring onopgemerkt. Dat wil niet zeggen dat het een onschuldig fenomeen is. NAVO-topfunctionaris James Appathurai waarschuwde onlangs in het Europees Parlement voor buitenlandse inmenging via ‘micro influencers’; mensen met honderden tot duizenden volgers die desinformatie en propaganda verspreiden. Appathurai doelde vooral op Russische beïnvloeding, maar ook andere landen gebruiken influencers als onderdeel van een lange arm-strategie om diaspora-gemeenschappen te beïnvloeden en westerse samenlevingen te ontwrichten.
In het geval van de Taliban-influencers is er geen bewijs voor directe aansturing vanuit Kaboel of van betaling voor geleverde diensten. Wel delen de influencers op social media regelmatig berichten van Talibanleiders, van Afghaanse media die onder toezicht staan van de Taliban of van influencers in Afghanistan die werken voor de Taliban. Ze nemen consequent standpunten in die de Taliban welgezind zijn en doen mee aan online campagnes die worden geïnitieerd door de Taliban.
Een voorbeeld: in juli 2022 doet de hashtag #AfghansSupportTaliban plotseling opgeld op Twitter. Het is een reactie op een kort daarvoor gelanceerde online campagne tégen de Taliban. Met de hashtag #BanTaliban proberen activisten druk uit te oefenen op Twitter om de taliban te weren van het platform, in navolging van Meta, dat op Facebook die stap wel heeft gezet. Duizenden Twitteraccounts beginnen van de een op de andere dag de hashtag #AfghansSupportTaliban te gebruiken. Een netwerkanalyse van onderzoeksbureau ExTrac toont aan dat achter de campagne een bot-netwerk schuil gaat, maar er zijn ook gebruikers van mens en bloed die de hashtag gebruiken. Daaronder meerdere Taliban-influencers in Europa. Een andere populaire hashtag onder Taliban-aanhangers is #AfghanistanRising, vaak gebruikt onder posts met voorbeelden die de wederopstanding van Afghanistan moeten illustreren onder de taliban.
Van het verbannen van de Taliban van social media, zoals tegenstanders graag zouden zien, komt weinig terecht. Zeker na de overname van Twitter/X door Elon Musk in augustus 2022, wordt Talibancontent geen strobreed in de weg gelegd. Zabihullah Mujahid, de officiële woordvoerder van het Talibanbestuur, heeft ruim een miljoen volgers op het platform.
In september 2022 werden de Taliban door het toezichthoudend orgaan van Meta, de Oversight Board, nog aangemerkt als een ‘terroristische organisatie’ en als zodanig opgenomen op een interne lijst van ‘Gevaarlijke individuen en organisaties’. Maar al ruim voordat Zuckerberg zijn factcheckers aan de dijk zette om bij Trump in het gevlei te komen, werd de deur op een flinke kier gezet voor de Taliban. Het door de Taliban geleide persbureau Bakhtar News Agency kwam in oktober 2024 terug op Facebook, en ook tal van andere Talibanmedia en Talibanpropagandisten keerden de afgelopen jaren terug op Facebook en Instagram (als ze al ooit weg waren geweest).
De Taliban hebben hun pr goed op orde
De Taliban en social media; het blijft een vreemd huwelijk. De wereld van likes, emoji’s en memes lijkt mijlenver verwijderd van de gedroomde werkelijkheid van de Taliban, waarin geen ruimte is voor muziek, dans en andere frivoliteit. Toen de Taliban in 1996 voor het eerst aan de macht kwamen in Afghanistan, verboden ze fotografie, televisie en alle andere vormen van entertainment. Videotapes, cassettes en andere geluidsdragers werden in beslag genomen en vernietigd.
In 2001 werd zelfs het gehele internet in de ban gedaan. De toenmalige Talibanminister van Buitenlandse Zaken, Maulvi Wakil Ahmad Muttawakil, noemde het internet een haard van “obsceniteit, vulgariteit en andere anti-islamitische zaken” en zei te streven naar een systeem “waarmee we al die dingen kunnen controleren die verkeerd, obsceen, immoreel en tegen de islam zijn”.
Toch is Hazrat Bahar, een gevluchte Afghaanse wetenschapper die aan de universiteit van Leipzig onderzoek doet naar de mediastrategie van de Taliban, niet verbaasd dat de mujahedeen gebruikmaken van social media. De Taliban zijn heel pragmatisch in de manier waarop zij gebruik maken van (social) media, zegt hij. “In de periode na 2001, toen het internet nog niet zo groot was, verspreidden ze video’s van hun aanvallen op coalitietroepen via geheugenkaarten. Ook produceerden ze propagandavideo’s in een eigen studio. Rond 2007 of 2008 zijn ze social media gaan gebruiken. Daar investeren ze inmiddels veel geld in. Niet alleen in het produceren, maar ook in het controleren en monitoren van content.”
Journalisten en influencers in Afghanistan die zich niet houden aan de richtlijnen van het Afghaanse ministerie voor Informatie, krijgen volgens Bahar een dwingende uitnodiging voor een gesprek. Ook mediamakers buiten Afghanistan worden in de gaten gehouden. Bahar vertelt dat de beruchte ‘General Mobin’ (niet echt een generaal, maar een social mediapersoonlijkheid die betaald wordt door de Taliban) een paar jaar geleden sociale mediagebruikers in het buitenland waarschuwde om geen kritiek te uiten op de Taliban. Bahar: “De boodschap was glashelder; als je je tegen de Taliban keert, kunnen we je pijn doen. Als we jou niet te pakken kunnen krijgen, dan gaan we achter je familie in Afghanistan aan. Dit dreigement heeft grote invloed gehad op activisten en influencers buiten Afghanistan, veel mensen zijn voorzichtiger geworden en durven niet eens kritische berichten over de Taliban op social media te liken.”
Vóór de machtsovername van 2021 wilden de Taliban vooral hun strijd tegen de regering en de internationale coalitietroepen rechtvaardigen, vertelt Bahar. “Ze benadrukten dat de regering niet islamitisch was en Afghanistan wilde verwestersen. Ook richtten ze zich op de zwakke punten van de regering: corruptie, tal van voorbeelden van omkoping.” De Taliban presenteren zichzelf in deze periode als een volksbeweging die strijd tegen een elite die ‘on-Afghaanse ideeën zoals democratie’ wil opdringen aan het volk, aldus Bahar. “Tegelijkertijd hadden ze na 2001 nog maar weinig steun onder de Afghaanse bevolking. Ze rekruteerden in die beginjaren vooral mensen uit Pakistan. Om meer Afghanen over te halen om mee te vechten en hun leven op te offeren, richtten ze zich met name op afgelegen landelijke gebieden, waar de bevolking vaak laag opgeleid is en kwetsbaar voor indoctrinatie. Ze schakelden daarbij de hulp in van lokale mollahs, eenvoudige mensen die zijn opgeleid aan kleine madrassa’s.”
Het verspreiden van desinformatie was altijd onderdeel van de strategie, denkt Bahar. ‘Successen’ van Taliban-aanvallen werden steevast uitvergroot, waarbij soms het aantal slachtoffers zwaar werd overdreven. Die desinformatie werd in veel gevallen klakkeloos overgenomen door lokale en zelfs internationale media, want de taliban hadden hun pr goed op orde. Bahar: “Bevriende journalisten in Afghanistan vertelden mij dat talibanwoordvoerders altijd heel goed bereikbaar waren en vaak beter en sneller waren in het delen van informatie dan overheidswoordvoerders.”
Ook Afghanistandeskundige Weeda Mehran, die aan de University of Exeter onderzoek doet naar extremistische groepen, benadrukt de professionaliteit van de mediatak van de Taliban in deze periode. De groep publiceerde bijvoorbeeld niet alleen content in Dari en Pasjtoe, maar ook in het Engels en Arabisch. “Het laat zien dat ze ook een publiek buiten Afghanistan wilden bereiken.”
Etnisch nationalisme
De taal en de toon van de Taliban zijn veranderd sinds zij weer aan de macht zijn, zeggen Bahar en Mehran. Net als in publicaties van Al Qaida, die volgens Mehran in sommige gevallen door dezelfde mediabedrijven werden geproduceerd, stonden voor 2021 concepten als martelaarschap en jihad centraal in de media-uitingen van de Taliban. Dat is niet helemaal verdwenen, maar de nadruk ligt nu meer op het legitimeren van het eigen bewind. Populair zijn beelden van ontmoetingen met bevriende regeringsleiders en er is veel aandacht voor de veronderstelde veiligheid in het Islamitisch Emiraat. Vandaar dat buitenlandse travelvloggers met open armen worden ontvangen. Op YouTube zijn meerdere video’s te vinden van naïeve of moedwillig wegkijkende westerlingen die onder regie van de Taliban rondreizen door Afghanistan.
In de propaganda van de Taliban wordt volgens Mehran jihadistische ideologie — tegen democratische waarden, tegen universele mensenrechten — steeds vaker gecombineerd met een vorm van etnisch Pasjtoe-chauvinisme. “Toen ze nog vochten tegen de Afghaanse regering en de NAVO-troepen, hadden ze iedereen nodig. Ze kregen steun van Al Qaida en andere terroristische groeperingen en verwelkomden iedere etnische groep die zich bij hen wilde aansluiten. Er was een gemeenschappelijke vijand. Nu ze aan de macht zijn, willen ze die macht niet delen met andere groepen. Opeens is de boodschap dat de Pasjtoe de grootste etnische groep zijn en dus de rechtmatige heersers van het land.”
De combinatie van jihadistische ideologie en etnisch nationalisme is erg gevaarlijk, vindt Mehran: “Het vergroot spanningen tussen bevolkingsgroepen in Afghanistan en binnen de Afghaanse diasporagemeenschap. Sinds de Taliban zichzelf zijn gaan presenteren als vertegenwoordigers van een etnische groep is er veel meer discussie online tussen Afghanen onderling.”
Met hun etnische nationalisme richten de Taliban zich volgens Mehran juist ook op Afghanen in het Westen. “Dat doen ze sluw. Ze weten dat hun ideologische boodschap bij lang niet alle Afghanen aanslaat. Maar Pasjtoe in het buitenland voelen zich misschien wél aangesproken door het idee van Pasjtoe-dominantie.”
‘Je vertoont je op TikTok met vrouwen, als Afghaan en Pasjtoe. Je bent een schande voor Afghanen en moslims.’
Haatcampagnes
De Taliban hebben er veel belang bij om hun invloed in diasporagemeenschappen te vergroten. In de eerste plaats om meer sympathisanten te werven en mensen mogelijk over te halen om terug te keren naar Afghanistan. Maar ook om tegenstanders de mond te snoeren. Binnen Afghanistan hebben ze met censuur en repressie alle kritische stemmen tot zwijgen gebracht, datzelfde willen ze ook bereiken in het buitenland, aldus Mehran. “De Taliban maken zich zorgen over activisten in het Westen die hun tegengeluid laten horen in de media. Ze proberen een counter-narratief te organiseren en druk uit te oefenen op activisten. Dat kan leiden tot intimidatie en zelfs geweld.”
Dat de propaganda van de taliban aanslaat bij Afghanen in het Westen, heeft volgens Mehran deels te maken met het conservatisme dat kenmerkend is voor diasporagemeenschappen. “Zij hechten vaak meer aan bepaalde culturele waarden en gebruiken dan de bevolking in het land van herkomst. Jongeren die moeite hebben om te integreren of zich afgewezen voelen door het Westen, zijn extra kwetsbaar voor dit type propaganda.”
Gevluchte Afghanen die kritisch zijn over de taliban of zich weigeren te conformeren aan hun zedenleer, worden regelmatig bedreigd. Vaak anoniem, maar soms heel openlijk. ‘General Mobin’, een Afghaanse sociale mediatrol in dienst van de Taliban, laat zijn volgers zien hoe het moet. Hij voert haatcampagnes tegen influencers die zich in zijn ogen ‘onislamitisch’ gedragen. De voorbeelden zijn talrijk.
In september 2024 voert de nepgeneraal tijdens een livestream uit tegen de op TikTok populaire influencer Khalil Qalander, die in de Verenigde Arabische Emiraten woont en in video’s danst met westers geklede vrouwen, een doodzonde in de ogen van de Taliban. “Je vertoont je op TikTok met vrouwen, als Afghaan en Pasjtoe. Je bent een schande voor Afghanen en moslims. […] Ik waarschuw je. Ik heb vrienden in Dubai. […] Ik vertel alle Afghanen, vooral de predikers van de Islam, dat Khalil vanaf nu mijn doelwit is.” Een andere Afghaanse TikTokker, de in Amerika woonachtige Wali Ullah, krijgt van Mobin te horen dat hij de namen van diens Afghaanse familieleden zal doorgeven aan het Taliban-ministerie dat toeziet op de handhaving van de sharia. “Ik zweer bij Allah, ik zal ze laten verdwijnen”.
Ideologische ommezwaai
Tussen de Europese Taliban-influencers bestaan op het oog grote verschillen, maar ze bedienen zich van hetzelfde repertoire aan propaganda, desinformatie en misinformatie. In Duitsland is Shahzad Poya spil in een netwerk van Duitse Taliban-aanhangers.
Poya was tot zeker 2019 in Afghanistan werkzaam als journalist voor verschillende mediabedrijven, eerst in de provincie Kunduz en later in Kaboel. In die periode was hij nog geen aanhanger van de Taliban. Een oud-collega uit Afghanistan omschrijft hem als een ‘intelligente en hardwerkende man’ met weinig interesse in politiek.
Voordat hij in 2022 asiel aanvroeg in Duitsland, woonde en werkte hij enige jaren in India, Iran en Turkije. In Iran startte hij het YouTube-kanaal Tamasha 24 TV (‘tamasha’ betekent ‘entertainment’), met nieuws over Afghanistan, vaak voorzien van commentaar door Poya zelf. Het kanaal koos partij tegen de Taliban en was verbonden aan het Nationaal Verzetsfront, een alliantie van verzetsgroepen die na de val van Kaboel nog maandenlang strijd voerde tegen de Taliban in de Panjshirvallei en tegenwoordig vooral opereert vanuit het naburige Tadzjikistan.
In april 2024, hij is dan inmiddels vanuit Turkije via Spanje naar Duitsland gereisd, maakt Poya een opmerkelijke draai. In een YouTube-video met Jamil Qadery biedt hij ‘emir’ Haibatullah Akhundzadada, de hoogste leider van de Taliban, publiekelijk zijn excuses aan. Hij roept andere Afghanen op om zijn voorbeeld te volgen en de ‘realiteit’ van Afghanistan onder Talibanheerschappij te accepteren. In het bijzonder moeten Afghanen, aldus Poya, ophouden met het publiceren van kritische video’s op platforms zoals TikTok.
In de maanden na zijn ideologische ommezwaai komt Poya er in zijn video’s meerdere keren op terug. Hij benadrukt bijvoorbeeld, in reactie op kennelijke kritiek, dat het ‘zijn eigen beslissing’ is om de taliban te steunen en dat hij dat niet doet onder druk van Qadery. In zijn video’s op YouTube en TikTok spreekt hij voortaan alleen nog over het ‘Islamitische Emiraat Afghanistan’ en verspreidt hij desinformatie, zoals de onjuiste bewering dat in de Talibanregering alle Afghaanse minderheden vertegenwoordigd zijn. “Het steunen van anti-Taliban krachten is verraad aan Afghanistan,” verklaart Poya in een van zijn uitzendingen.
Het blijft raadselachtig waarom Poya zo plotseling een Talibanpropagandist is geworden. Gevraagd om een reactie wil hij er weinig over kwijt. Liever vertelt hij over zijn carrièreplannen. Hij hoopt in Iran een baan te krijgen bij een staatsomroep. Ook vertelt hij over zijn betrokkenheid bij een in Duitsland geregistreerd bedrijf dat hij samen met twee andere Afghaanse mediaprofessionals heeft opgericht. Het bedrijf beheert Perzischtalige YouTube-kanalen van contentmakers en mediabedrijven uit Iran, Afghanistan en Tadzjikistan. Ongeveer driehonderd YouTube-kanalen zouden al ‘samenwerken’ met zijn bedrijf, zegt Poya. Hij noemt specifiek de Afghaanse staatsomroep RTA. Hierin ligt mogelijk de verklaring voor Poya’s knieval voor de Taliban: hij heeft een financieel belang bij een goede relatie met de nieuwe Afghaanse machthebbers.
Shahzad Poya (r) in een livestream met Jamil Qadery
#AfghanistanRising
De combinatie van door zakelijke belangen en idealisme zien we ook terug bij de Nederlands-Afghaanse academicus en ondernemer Sangar Paykhar, die zichzelf omschrijft als een ‘moslim met orthodox-conservatieve overtuigingen’. Samen met de Britse Ahmed-Waleed Kakar is hij de drijvende kracht achter Afghan Eye, een ’onafhankelijk opererend mediaplatform’ dat een ‘tegengeluid’ wil laten horen over Afghanistan. Op Afghan Eye zijn geopolitieke analyses te lezen en te beluisteren (er is ook een podcast), waaruit de academische achtergrond blijkt van Paykhar en Kakar. Hier en daar is er zelfs milde kritiek op het beleid van de Taliban. Maar écht kritisch wordt het nergens. Het ‘tegengeluid’ van Afghan Eye bestaat er vooral uit dat het, anders dan de door het platform verfoeide ‘mainstream media’, de Taliban zonder meer accepteert als de rechtmatige regering van Afghanistan en geen ruimte biedt voor dissidente stemmen.
In een interview met De Kanttekening, kort na de machtsovername door de taliban, licht Paykhar zijn kritiek op de media toe: “Veel westerse journalisten bekijken de wereld vanuit een seculiere, progressieve, westerse bril. Ze laten zich leiden door een progressief oriëntalisme, met een wereldbeeld dat heel zwart-wit is. Progressieve moslims zijn goed, conservatieve moslims zijn slecht. Daarom brengen ze ook alleen die moslims in beeld die hun progressieve verhaal bevestigen. Vrouwenrechtenactivisten, leden van de sjiitische Hazara-minderheid, enzovoort.”
Afghanen die op de vlucht slaan voor de Taliban laten zich volgens Paykhar “te veel beïnvloeden door de spookverhalen in de media, waarin de Taliban als barbaarse monsters worden afgeschilderd. Dat beeld klopt niet. De Taliban zijn nu veel gematigder dan in 2001.”
In de media presenteert Paykhar, die als opleidingscoördinator en coach werkzaam is aan de Universiteit Leiden, zich als journalist en onafhankelijk Afghanistandeskundige. Zo geeft hij in 2020 in het Radio 1-programma Spraakmakers commentaar op de Doha-overeenkomst tussen de Verenigde Staten en de Taliban, en ook buitenlandse media citeren hem af en toe als deskundige.
Op social media laat Paykhar zich van een andere kant zien, een kant die ernstig doet twijfelen aan zijn geclaimde onafhankelijkheid. Eind januari 2025 kondigt de aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) aan dat hij heeft gevraagd om arrestatiebevelen tegen talibanleider Haibatullah Akhundzada en de opperrechter van het Afghaanse hooggerechtshof, Abdul Hakim Haqqani, wegens misdaden tegen de menselijkheid. De aanklager houdt het duo onder meer verantwoordelijk voor de ‘vervolging en grootschalige discriminatie van vrouwen en meisjes’, die in Afghanistan van hun ‘fundamentele mensenrechten’ zijn beroofd. Op X reageert Paykhar met bijtend sarcasme: “Het feminisme heeft gewonnen. Als de leiders van de Taliban in de gevangenis zitten, zal de wereld worden geleid door meisjesbazen.”
Kritiek op de Taliban wordt door Paykhar keihard afgestraft. De Afghaanse journalist Nazira Karimi, die begin februari van dit jaar belachelijk gemaakt wordt door president Trump nadat ze hem tijdens een gezamenlijke persconferentie met Netanyahu in het Witte Huis een kritische vraag stelt over het Amerikaanse Afghanistanbeleid, krijgt van Paykhar een trap na. “Ik ken geen enkele Afghaan die enige sympathie heeft voor de zionistische oude heks Nazira Karimi”.
Vergezeld van de hashtag #AfghanistanRising deelt Paykhar berichten over het voortvarende, veilige Afghanistan onder bestuur van de Taliban. Activisten en Afghanen die vluchtten voor het taliban-regime worden door hem verdacht gemaakt en beschimpt. In juni 2024 twittert hij: “Ik ben helemaal niet verbaasd om Afghaanse vluchtelingen te zien opduiken in recente misdaadcijfers in Europese landen. Deze criminelen waren vroeger de handhavers van het bezettingsregime, en nu hebben ze zich de afgelopen jaren in Europa gevestigd.”
De propaganda van Paykhar op social media blijft niet onopgemerkt. Zijn berichten worden gedeeld en geliked door andere Taliban-influencers (waaronder Qadery en Poya) en door prominente Taliban-ideologen. Ook in Syrië heeft Paykhar een medestander. Net als zakenpartner Kakar is hij regelmatig te gast in The New Middle East Podcast van de Duits-Turkse salafist Samet ‘Abdussamed’ Dagül. Deze Dagül reisde in 2014 vanuit Hanau naar Syrië, waar hij zich aansloot bij de jihadistische rebellenbeweging Jabhat al-Nusra, voorloper van Hayat Tahrir al-Sham (HTS), de groep die Assad heeft verdreven en het nu voor het zeggen heeft in Syrië. Turkije heeft Dagül op de terreurlijst geplaatst omdat het hem verdenkt van banden met Al Qaida.
Dagül heeft warme gevoelens voor de Taliban. In september 2023 produceert hij een aflevering om de ‘overwinning’ van de Taliban, dan precies twee jaar geleden, te ‘vieren’. Eregast is ‘mensenrechtenactivist’ Farah Mogahid Khor, een van de weinige vrouwelijke Taliban-influencers op X. Mogahid verhuisde in 2021 vanuit Duitsland naar de islamitische heilstaat. Geheel volgens de lokale kledingvoorschriften gekleed in een boerka die alleen haar ogen vrijlaat, steekt ze een lofzang af op de ‘vrijheid’ die vrouwen genieten onder de Taliban.
Paykhar en Kakar laten in de uitzendingen van Dagül waar zij te gast zijn een onvervalst pro-Talibangeluid horen. De problemen in Afghanistan zijn vooral de schuld van de vorige regering (de ‘bezetting’), of een gevolg van westerse sancties. Kakar durft zelfs te beweren dat het ontzeggen van onderwijs aan meisjes indirect de schuld is van het Westen. In zijn sofistische redeneertrant hebben westerse tegenstanders van de Taliban het thema te veel gepolitiseerd, waardoor het voor ‘progressieve’ stemmen in het Talibankabinet lastig is geworden om te pleiten voor het openen van scholen voor meisjes, zonder de verdenking van pro-westerse tendensen op zich te laden.
Sangar Paykhar met de salafistische podcaster Samet Dagül
‘Deluxe rondreizen’ door Afghanistan
Paykhar komt in een van de New Middle East-podcasts ook met een nieuwtje: hij wil een ‘media-organisatie’ opzetten in Afghanistan en is bezig met het trainen van een ‘team van Engelssprekende kerels’ dat deze taak op zich moet nemen. Het blijkt te gaan om Eyes of Afghanistan, dat National Geographic-achtige content produceert over Afghanistan. Erg succesvol lijkt het initiatief niet, maar het laat wel zien dat voor Paykhar, net als voor Poya en Qadery, zakelijke belangen een rol spelen bij zijn steun aan de Taliban.
Samen met Kakar reist Paykhar regelmatig naar Afghanistan, iets wat onmogelijk is voor critici van de Taliban. Sowieso moeten alle Afghaanse mediamakers een vergunning hebben van de Taliban, ook als het gaat om content voor social media. Hoeveel Paykhar verdient met zijn media-activiteiten, valt niet te zeggen. Afghan Eye LTD, het bedrijf van Paykhar en Kakar dat stond ingeschreven in de Britse Kamer van Koophandel, is in oktober 2023 officieel opgeheven, maar volgers van Afghan Eye en van Eyes of Afghanistan kunnen via PayPal nog wel geld doneren. Afghan Eye heeft daarnaast een Patreon-account waar je voor 66,22 euro per maand abonnee kunt worden.
Ook toerisme vormt een bron van inkomsten voor de ondernemende Paykhar. Op zijn social media deelt hij regelmatig berichten van het in Afghanistan gevestigde reisbureau Sangin Travels. Het reisbureau, dat in juni 2024 werd opgericht, biedt rondreizen aan in verschillende delen van Afghanistan. De pakketreizen zijn geprijsd vanaf 1800 dollar, oplopend tot 3650 dollar voor een ‘deluxe’ pakket. Een telefoontje naar het kantoor in Kaboel leert dat rondreizen in Afghanistan geen probleem is, ook niet voor vrouwen, mits ze zich aan de kledingvoorschriften houden. “We hebben klanten uit Nederland, Rusland, Griekenland en Noord-Amerika. Ze vonden het allemaal geweldig.” Geld overmaken naar Afghanistan is niet mogelijk, maar gelukkig heeft het bedrijf een partner in Nederland die de betaling kan afhandelen. Contant betalen is geen probleem. Even later stuurt de Afghaanse reisondernemer de contactgegevens van deze Nederlandse collega. Het is, weinig verrassend, Sangar Paykhar.
Een talib in Londen
In het online universum van Europese taliban-aanhangers springen Paykhar, Kakar, Poya en Qadery eruit vanwege hun professionaliteit en hun grote bereik op social media, maar in een baan rondom deze influencers cirkelen tal van randfiguren. Zo is er de Duits-Afghaanse Pasjtoe-nationalist met de gebruikersnaam ‘johny_johny’ (ook wel ‘Johny Hazare Pashtun’), die in vrijwel iedere livestream van Poya en Qadery opduikt. Deze ‘Johny’ maakt ook veel livevideo’s met Hamid Shah Abdali, een voormalige presentator van spel- en showprogramma’s op de Afghaanse televisie. In een van die video’s dreigt Shah Abdali tegenstanders van de Taliban te “doden met gesmolten lood — al gaat het om mijn eigen broer”.
Sommige randfiguren doen geen enkele moeite om hun banden met de reactionaire islamitische beweging te verhullen. Zelfs in de straten van het multiculturele Brixton en Peckham, wijken in Zuid-Londen met veel inwoners en ondernemers van Pakistaanse en Afghaanse afkomst, is Abdullah Zarqawi ‘Fidaie’ Mohammad een opvallende verschijning. Gekleed in een traditionele shalwar kameez — een lange, losse tuniek gecombineerd met een wijde broek — een tulband en met zwarte houtskool make-up onder zijn ogen, ziet hij er op-en-top uit als een talib. Ook ‘Fidaie’, de naam die deze Afghaan online het liefst gebruikt, verwijst naar zijn vrome inborst. ‘Fidaie’ is een eretitel die zoveel betekent als ‘toegewijde’. Het wordt geassocieerd met martelaarschap of zelfopoffering voor religieuze doeleinden.
Fidaie is een fanatieke socialmediagebruiker. Hij heeft meerdere accounts op verschillende platforms, vaak met de emoji van het witte vlaggetje achter zijn naam. Inhoudelijk stellen zijn posts niet veel voor. Meestal zijn het selfies, memes of korte video’s, vergezeld van gezongen koranrecitaties. Maar al die selfies en video’s geven een aardig inkijkje in de dagelijkse beslommeringen van Fidaie. We zien hem rondhangen in winkeltjes in Zuid-Londen die telefoons en beltegoed verkopen. De winkels zijn vaak een agentschap voor Western Union en (onder de toonbank) voor hawala-bankieren, het informele betalingssysteem dat veel Afghaanse en andere migranten gebruiken om geld naar familie in het land van herkomst te sturen. Fidaie is er zichtbaar op zijn gemak; op sommige selfies zit hij onderuitgezakt achter de toonbank.
“Als iemand predikt tegen ons land, maak hem dood. We hebben honderden vrijwilligers in Europa en Amerika, ze hebben alleen organisatie en leiderschap nodig.”
Witwassen van imago
Onderzoeker Hazrat Bazar gelooft niet dat er sprake is van een gecentraliseerd netwerk van Taliban-propagandisten. Volgens hem hebben de taliban altijd de voorkeur gegeven aan gedecentraliseerde netwerken. Weeda Mehran sluit zich hierbij aan: “Het is een gefragmenteerde groep. Er zullen mensen zijn die in direct contact staan met de Taliban, mogelijk met leiders, maar er zijn er veel meer die zich kunnen vinden in de Taliban-ideologie zonder dat zij banden hebben met de organisatie. Dat maakt het lastig om dit soort online activiteiten te bestrijden.”
Ook als er geen centrale aansturing is, vormen de Taliban-influencers een bedreiging voor Europese democratieën en voor gevluchte Afghanen. Er is de Taliban veel aan gelegen om hun regime ‘wit te wassen’. Ze hopen op internationale erkenning als officiële regering van Afghanistan. “Ze zijn geïnteresseerd in een ieder die hun imago kan opvijzelen”, denkt Bahar. “Ze proberen bijvoorbeeld bekende Afghanen in het buitenland over te halen om terug te keren naar Afghanistan. ‘Als deze persoon terugkeert, dan moet het wel veilig zijn voor iedereen’, is de boodschap.”
Diplomatieke erkenning van de taliban door de internationale gemeenschap is levensgevaarlijk, waarschuwt Mehran: “Dan kunnen ze ook buiten Afghanistan achter hun tegenstanders aan gaan. Iran is wat dat betreft een voorbeeld voor Afghanistan. De Taliban beschikken nog niet over dezelfde ‘lange-arm-capaciteiten’ als Iran, maar het zijn trucs die ze kunnen leren.”
Volgens Mehran wordt het gevaar van de Taliban door de EU onderschat: “De taliban worden vaak gepresenteerd als een nationalistische beweging die alleen geïnteresseerd is in Afghanistan. Ze hebben het niet over een wereldwijde jihad, zoals Al Qaida. Maar de jihadistische ideologie is binnen facties van de Taliban wél aanwezig. Bovendien is de band tussen de taliban en Al Qaida nog altijd hecht, al proberen ze daar weinig ruchtbaarheid aan te geven. Er zijn nog altijd veel buitenlandse Al Qaida-stijders in Afghanistan. Die mensen hebben Afghaanse paspoorten gekregen. Als de Taliban controle krijgen over ambassades, kunnen deze extremisten makkelijker reizen. Dat is reden tot zorg.”
‘Op een dag gaan we je vinden’
Gevluchte Afghanen die kritisch zijn over de Taliban, worden regelmatig bedreigd. Gevluchte journalisten en influencers in Nederland, Duitsland en Frankrijk, die uit vrees voor represailles anoniem willen blijven, vertellen gelijkluidende verhalen over bedreigingen die zij ontvangen. Een Afghaanse journalist in Nederland, die veel volgers heeft op TikTok en Facebook, vertelt dat hij vooral tijdens livestreams in de comments veel haatberichten en doodsbedreigingen krijgt. “Iemand zei: je woont nu in de EU, maar op een dag gaan we je vinden en het je betaald zetten.”
Een stel dat in Duitsland woont en influencer-video’s maakt voor TikTok in het Dari en Pasjtoe over cultuur, religie en familierelaties, heeft al een keer aangifte gedaan wegens bedreiging. De bedreigingen kwamen volgens het stel van mensen die in Europa wonen. Ze zeggen zeker tien Afghaanse vrouwen te kennen die door dit soort bedreigingen gestopt zijn met activiteiten op social media.
Een Afghaanse transgender man in Duitsland, die op Facebook en Instagram veel volgers heeft, krijgt vrijwel continu haatberichten. Zijn accounts zijn al een keer gehackt en hij heeft tientallen keren aangifte gedaan bij de politie.
‘Luister naar hun toespraken’
Vanaf een geheime locatie buiten Afghanistan deelt de voormalige Afghaanse vicepresident Amrullah Saleh zijn zorgen over de invloed van de Taliban op de Afghaanse diaspora. Europeanen houden zichzelf voor de gek als ze denken dat de taliban geen gevaar vormen, vindt Saleh. “Om hun ideologie te exporteren hoeven de Taliban geen boeken in een vliegtuig te laden. Daarvoor hebben ze sociale media en moderne communicatiemiddelen.”
Na de val van Kaboel sloot Saleh zich aan bij Ahmad Massoud, die vanuit de Panjshirvallei het gewapende verzet leidde tegen de Taliban. Nadat de Taliban ook in Panjshir de bovenliggende partij waren, vluchtten Massoud en Saleh naar het buitenland. Saleh heeft zijn eigen politieke organisatie, Afghanistan Green Trend, en leidt samen met Massoud de oppositiebeweging National Resistance Front.
Volgens Saleh is er wel degelijk sprake van een georganiseerd buitenlands netwerk van Taliban-influencers. “In Afghanistan hebben ze in iedere provincie honderdvijftig influencers. Die staan op de payroll van het ministerie van Cultuur, maar worden in werkelijkheid gemanaged en aangestuurd door de inlichtingendienst. We zijn nu bezig om te onderzoeken met welke influencers in het buitenland ze werken.”
Saleh waarschuwt voor radicalisering van jongeren in Europa onder invloed van de Taliban. Europese landen moeten in zijn ogen strenger optreden tegen propaganda, om te voorkomen dat jongeren de taliban gaan zien als rolmodellen. “De Taliban proberen hun imago wit te wassen, maar de realiteit kunnen ze niet veranderen. Die realiteit is dat ze vrouwen niet als volwaardige mensen beschouwen, dat ze niet geloven in het internationale recht en de daarop gebaseerde orde. Ze geloven in de suprematie van de gewapende jihad en beschouwen het Westen als moreel corrupt en kwaadaardig.” Het is niet zijn interpretatie, benadrukt Saleh. “Luister naar hun toespraken, ze zeggen het hardop.”
‘Vredesambassadeur’ vlucht naar Kaboel
Ook vanuit de Afghaanse gemeenschap in Europa is er verzet tegen de activiteiten van de Taliban-influencers. Nadat de Belgische krant L’Avenir in mei 2023 een artikel publiceerde over de zelfbenoemde ‘Ambassadeur voor de Vrede’ Jamil Qadery, was voor een aantal activisten de maat vol. Ze startten een online petitie waarin ze vroegen om zijn uitzetting uit België. In het Belgische parlement werden vragen gesteld over de kwestie.
Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor liet een onderzoek instellen naar de banden van Qadery, die in België een asielstatus had, met de Taliban. Het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen concludeerde in mei 2024 dat Qadery gezien zijn bijzonder hartelijke relaties met de Taliban de bescherming van de Belgische staat niet meer nodig had. Zijn vluchtelingenstatus werd opgeheven, een eerste stap naar uitzetting. Qadery ging in beroep tegen de beslissing.
In Afghaanse kringen was Qadery’s mogelijke uitzetting groot nieuws. Op het Afghaanse internet was Qadery het gesprek van de dag. Tegenstanders maakten zich vrolijk: er verschenen memes en zelfs satirische animatievideo’s waarin Qadery belachelijk werd gemaakt. Maar ook zijn medestanders werden gemobiliseerd. De door de Taliban gecontroleerde staatsomroep RTA startte een solidariteitscampagne, met als hashtag #WeAreAllJamilQadery.
Qadery’s beroep en de campagne van zijn medestanders bleken kansloos. Op 16 mei 2025 werd zijn Belgische vluchtelingenstatus definitief ingetrokken. De ‘vredesambassadeur’ heeft de uitspraak van de Belgische Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet afgewacht; al in december 2024 dook hij plotseling op in Kaboel, waar hij door de Taliban als een held werd binnengehaald.
Sindsdien reist Qadery met een escorte van Talibanstrijders door Afghanistan om propagandavideo’s te maken voor zijn social media-kanalen. Verrassend genoeg zien we hem soms in gezelschap van de Belgische bekeerling Jean-Louis Denis. Deze Denis is een haatprediker die in het verleden tientallen mensen ronselde voor de jihad in Syrië, waaronder twee terroristen die in 2015 en 2016 verantwoordelijk waren voor dodelijke aanslagen in Parijs en Brussel. Voor zijn aandeel in de ronselpraktijken werd Denis veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.
Qadery blijkt ondertussen zelfs voor sommige Taliban te radicaal. Nadat hij in een van zijn video’s een bedelend kind de les las omdat ze geen hijab droeg, beklaagden veel Taliban zich op social media over zijn scherpslijperij. ‘Kunnen we hem niet terugsturen naar België?’
Verantwoording
Dit verhaal was de eerste grote productie van RFG Newsroom, een leer-werktraject voor gevluchte journalisten met interesse in onderzoeksjournalistiek. Een team van vier Afghaanse journalisten, aangevuld met RFG-trainee Besan Zarzar, werkte bijna een jaar lang aan het onderzoek. Freelancer Sona Sohar leverde een bijdrage aan het onderzoek in Duitsland.
Uit veiligheidsoverwegingen, om familie in Afghanistan niet in gevaar te brengen, blijven de vier Afghaanse journalisten van het kernteam anoniem.
Dit project is mogelijk gemaakt door Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en Stichting Veronica.
Over de auteur