achtergrond

Bloedbad in Syrië, achteloosheid in Europa

5 september 2025

door Mehmet Firat Özgür en

De val van het Assad-regime gaf hoop op verandering in Syrië, maar voor alawieten en andere minderheidsgroepen maakte deze snel plaats voor onzekerheid en angst. Na de overname door de HTS namen de sektarische aanvallen toe. Syrische alawieten in Europa beschrijven de reactie van Europa als een diepe teleurstelling.

Bloedbad in Syrië, achteloosheid in Europa

Medewerkers van de Rode Halve Maan dragen een gewonde alawitische man in Latakia aan de Syrische kust in maart 2025, waar alawieten hun toevlucht zochten na geweld en wraakmoorden. Foto: AP, Omar Albam, via ANPfoto.

In december 2024 kwam er een einde aan de drieënvijftigjarige dictatuur van de familie Assad in Syrië. De val van Assad werd gevierd door Syriërs in Syrië, Turkije en Europa. Voor de minderheden in Syrië was de vreugde echter van korte duur.

Nadat HTS het land overnam en gewapende groepen die Assad steunden de troepen van HTS aanvielen, begonnen tegenstanders van Assad in gebieden waar alawieten woonden burgers te doden, huizen te plunderen en mensen te ontvoeren om het Assad-tijdperk te wreken. Zowel berichten op sociale media van de militanten die de moorden pleegden als berichten van slachtoffers die om hulp vroegen, bereikten de rest van de wereld. Alawieten die in Europa wonen, geven echter aan dat er niet genoeg naar hen is geluisterd en dat vooral Europa zich doof houdt voor hun noodkreten.

‘Hij wist dat we hem kwamen vermoorden!’

Mahmoud, die sinds 2024 in afwachting is van een interview met de IND, zegt dat zijn gevoelens zich niet makkelijk laten omschrijven: “Hoe kan ik me voelen als mens, als alawiet, als vluchteling, weg van mijn huis, weg van mijn familie, terwijl zij wanhopig proberen ergens onderdak te vinden, manieren zoeken om niet te sterven? Ik voel me ellendig.”

Mahmoud vertelt dat ook hij feestvierde toen Assad ten val werd gebracht, maar niet voor lang. Hij beschrijft de druk en de aanvallen waarmee hij en zijn familie in Syrië werden geconfronteerd: “Na een tijdje begon het nieuws binnen te komen. Drie wagens vol gewapende mannen stopten voor mijn huis en vroegen de buren naar mij. Ze vroegen: ‘Waar is die hond? Hij wist natuurlijk dat we hem kwamen vermoorden, hij rende zeker weg?’ Ze drongen mijn huis binnen en plunderden mijn bezittingen.”

Mahmoud verklaart dat veel van zijn familieleden en anderen in zijn omgeving werden bedreigd: “Mijn broer verstopt zich momenteel ergens met zijn vrouw, hij kan niet naar huis. Vier van mijn collega’s en twee van mijn docenten zijn vermoord.” Hij benadrukt dat het regime van Assad al nooit gunstig was voor de alawieten, en wijst erop dat de corruptie van Assad de Syrische samenleving verarmde en verstoorde. “Europa zou de HTS niet moeten erkennen als de nieuwe regering van Syrië en de banden ermee moeten verbreken”, aldus Mahmoud, die eveneens zijn verbazing uitspreekt over het gebrek aan reactie van Europa op de recente gebeurtenissen.

‘Duizenden doden in alle Syrische gouvernementen’

Volgens rapporten gepubliceerd door het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten zijn er tussen 8 december 2024 en 18 maart 2025, 6316 doden gedocumenteerd onder verschillende omstandigheden in alle gouvernementen van Syrië. Onder de doden waren 4711 burgers, waaronder vrouwen en kinderen. In april werden nog eens 452 mensen gedood, grotendeels burgers.

In de stad Baniyas in het westen van Syrië werden veel alawieten gedood, zogenaamd door botsingen tussen vermeende Assad-aanhangers en HTS en andere gelieerde groepen. Op andere plaatsen werd de massamoord op hun alawitische buren door soennieten verhinderd.
In Maryamin, een dorp in de buurt van Homs dat voornamelijk wordt bewoond door alawieten en een andere minderheid, de murshidi’s, vielen gewapende groepen burgers aan en ondervroegen hen over hun sektarische gezindheid. Ze beschadigden symbolen die geassocieerd worden met het geloof van de murshidi’s en dwongen de murshidi-dorpelingen om hetzelfde te doen.

Na protesten van murshidi’s die vanuit verschillende dorpen naar het gebied waren gekomen, trokken de troepen zich terug. Het mediabureau van het gouvernement van Homs veroordeelde de gebeurtenissen met de volgende woorden: “We herbevestigen onze inzet om bezittingen terug te geven aan de rechtmatige eigenaren en compensatie te bieden aan iedereen die getroffen is door deze schendingen.”

Beschuldigingen dat het leger alawitisch is

Hoewel veel mensen denken dat het Syrische leger vooral uit alawieten bestond, wat het makkelijker maakt om aanvallen op burgers te zien als aanvallen op Assad-getrouwen, is er geen bewijs dat alawieten echt de meerderheid van het leger vormden. De reden voor het grote aantal alawieten dat in militaire dienst gaat lijkt evenmin hun bewondering voor Assad te zijn. Veel jongeren uit de alawitische gemeenschap die geen toegang hadden tot de universiteit, vonden in de militaire dienst een uitweg, mede doordat de staat meteen loon uitkeerde.

Leyla, die een activistische vriend verloor bij de aanvallen op alawieten in Syrië en nu in Nederland woont, zegt dat ze nooit heeft geloofd dat religieus radicalisme in Syrië zou kunnen uitgroeien tot een staat. In een telefonisch interview zegt ze dat de gebeurtenissen haar zorgen baren: “Wat ik voel is een mengeling van verdriet, woede en frustratie. Vanaf het allereerste begin vertelden HTS-aanhangers ons dat ze ons kwamen vermoorden. Maar we geloofden het niet, omdat we niet geloofden dat het Syrische volk extremistisch was.”

In een reactie op de snelle totstandkoming van betrekkingen tussen Europese staten en de nieuwe Syrische regering zegt Leyla: “Het was een grote teleurstelling voor ons dat de Europese Unie op 17 maart de minister van Buitenlandse Zaken van HTS verwelkomde. Terwijl mensen op straat en in huizen werden geëxecuteerd, bracht de minister van Buitenlandse Zaken van de nieuwe regering een bezoek aan Brussel. Wij vinden dit onacceptabel. Na het zien van de aanpak van Europa voel ik me ook niet helemaal veilig meer hier. Als mijn alawistische identiteit bekend wordt, is de kans dat ik hier vermoord zal worden eveneens groot. Iedereen heeft op social media de oproep door iemand uit Nederland gezien tot bloedbaden tegen alawieten.” De post waaraan ze refereert was afkomstig van een 26-jarige vrouw uit Wijk en Aalburg in de Nederlandse provincie Brabant, die op 9 maart door de politie in verband hiermee werd gearresteerd.

‘Ontvoerde vrouwen worden verkocht op het dark web’

Halil en Sevda, die hebben samengewerkt met alawitische verenigingen om het publiek bewust te maken van de gebeurtenissen in Syrië, hebben gesproken met mensenrechtengroeperingen en met mensen die familieleden hebben verloren in Syrië. Halil verklaart dat opviel dat niemand durfde te spreken of zelfs hun huis te verlaten vanwege angst en bezorgdheid: “Onze eigen mensen, mijn familie, leeft in angst. We hebben familieleden die zijn vermoord, ontvoerd en van wie we het lot niet kennen. Maar niemand durfde een woord te zeggen. Twee weken geleden werd een van mijn neven ontvoerd. Zijn lot is nog steeds onbekend. Mijn vader probeerde informatie over hem te verzamelen, maar vond niets.”

Sevda voegt eraan toe dat ze een foto heeft gezien die naar verluidt op het internet was uitgelekt, waarop waarschijnlijk een ontvoerde vrouw te zien was: “Er stond een vrouw op de foto en een bijschrift dat luidde: ‘Blauwe ogen, blond haar, die en die leeftijd’. Er stond ook: ‘Bieden vanaf duizendvijfhonderd’. Maar de bron van de afbeelding kon niet worden geverifieerd, dus we weten niet zeker wat de situatie is.”

Volgens het Telegram-kanaal Syria Justice Archive komen mensenhandel en slavernij nog altijd voor in Syrië, met name in de landelijke gebieden rond Raqqa, Aleppo en Idlib. Beschuldigingen hierover duiken ook op via andere Telegram-kanalen.

Volgens Halil willen de Europese staten de recente gebeurtenissen in Syrië niet onder ogen zien vanuit de angst voor een nieuwe groep vluchtelingen. “De gedachte zal zijn: O jee, nu vermoorden ze alawieten! Oh mijn God, dat betekent vluchtelingen! Om geen geld aan vluchtelingen kwijt te zijn, proberen ze weg te moffelen wat er in Syrië voorvalt.” Halil geeft aan op dit gebied geen verwachtingen te hebben van Europese staten.

Ook Sevda noemt het gebrek aan media-aandacht in Europa: “Ik moet toegeven dat ze ons in Nederland nooit hebben verhinderd om te demonstreren. Ze bieden ook politiebescherming voor deze demonstraties. Maar de media-aandacht is heel beperkt. En dat geeft je het gevoel dat het niets uithaalt wat je doet. Als een evenement geen media-aandacht krijgt, is het alsof het niet bestaat.”

‘Massamoorden worden afgeschilderd als op zichzelf staande incidenten’

Journalist Sarkis Kassargian, die de ontwikkelingen in de regio op de voet volgt, merkt op dat hoewel de massale moorden op alawieten inmiddels zijn gestopt, de ontvoeringen nog steeds doorgaan. Telefonisch, vanuit Syrië, benadrukt Kassargian dat de meeste aanvallen plaatsvonden in landelijke gebieden rondom Homs en Hama, waar alawitische dorpen inmiddels grotendeels zijn verlaten.

“De situatie is rustiger in Damascus, waar de alawieten met rust zijn gelaten”, zegt Kassargian. “Maar in Hama gaan deze praktijken nog steeds door. Zolang er geen massamoorden plaatsvinden worden ze afgeschilderd als op zichzelf staande incidenten en naar de achtergrond van de agenda geschoven.”

Hij benadrukt ook dat de nieuwe Syrische president, Abu Mohammad al-Jolani, nog geen volledige controle over het land heeft geconsolideerd. “We kunnen niet zeggen dat Jolani deze jihadistische groepen in de hand heeft. Zijn controle is sterker in Damascus doordat internationale diplomaten, de VN en de media daar aanwezig zijn. Daarom doet hij daar zijn best”, legt Kassargian uit. “Jolani kan de andere groepen binnen HTS niet aanpakken voordat hij zijn eigen positie volledig heeft veiliggesteld, want deze groepen zullen hem ten tijde van crises beschermen.”

Kassargian wijst erop dat het waarschijnlijk is dat Europa de massamoorden en vervolgingen negeert vanwege een verlangen naar rust in Syrië om vluchtelingen terug te kunnen sturen – ook al is de situatie nog niet opgelost. “Na enkele maanden van rust kan het continent oproepen tot ‘de terugkeer van Syriërs naar hun land’. Als daar een massamoord op volgt, moet die maar stilletjes plaatsvinden. Daarna zal Europa zich Syrië herinneren zoals velen zich Afghanistan herinneren.”

De geïnterviewden roepen de Nederlandse regering op een sterkere houding in te nemen en de eisen voor de bescherming van minderheden te ondersteunen.
Mahmoud benadrukt dat Europa moet handelen binnen het kader van het internationaal humanitair recht tegen de misdaden begaan door HTS. Ook Leyla benadrukt: “Er mag geen steun zijn voor de Jolani-regering, en minderheden moeten worden beschermd.” Halil en Sevda roepen tevens op tot de oprichting van een internationaal onderzoekscomité en bescherming tegen radicale dreigingen.

Zijn de Druzen de volgende?

Na sektarische aanvallen op alawieten in Syrië, hebben HTS-militanten en andere jihadistische groepen zich nu tegen de etnische Druzen in het land gekeerd, volgens het Syrische Observatorium voor Mensenrechten. Fehim Taştekin, een journalist die veel publiceerde over de Syrische burgeroorlog, verklaart dat op 27 april spanningen uitbraken tussen soennitische en Druzische studenten in Homs vanwege een audiobestand van een Druus met autoriteit die daarop de profeet Mohammed zou beledigen.

Jihadistische groepen vielen vervolgens de Druzische stad Jaramana aan. Volgens het Syrische Observatorium voor Mensenrechten werden zeven burgers en zeven beveiligingsagenten gedood. Volgens de leiding van HTS is het audiobestand niet authentiek en is er een onderzoek gestart naar de provocatie. Ook ontkennen ze bij de aanvallen betrokken te zijn.

Antropoloog Jens Kreinath, een mensenrechtenactivist die de ontwikkelingen in Syrië op de voet volgt en de aanvallen op alawieten rapporteert, verklaarde dat de aanvallen op Druzen op bijna dezelfde manier begonnen als die op alawieten, op 7 maart j.l. Kreinath benadrukt dat een opvallend gegeven is dat bedoeïenen in beide gevallen een actieve rol spelen; ‘Ze doen dit onder toezicht van de regering. Dus de bedoeïenen vallen aan, plunderen en moorden. Dit is een staat van oorlog,’ aldus Kreinath.

“Het belangrijkste is rapporteren, rapporteren en rapporteren en de geweldenaars te laten weten dat we manieren hebben om hun gruweldaden te documenteren”, zegt Kreinath. Het probleem is alleen dat alawieten met een ernstig vertrouwensprobleem kampen: “Als alawieten met de media praten, willen ze niet echt open zijn. Omdat ze weten dat ze in de gaten worden gehouden. Maar de organisaties die we de kwestie willen laten onderzoeken, hebben rapporten nodig. Ze moeten weten wat er ter plaatse gebeurt.”

* Voor alle geïnterviewden geldt dat ze niet bij naam wilden worden genoemd vanuit veiligheidsoverwegingen. Om deze reden kregen de geïnterviewden bijnamen. De echte identiteiten van de geïnterviewden zijn bekend bij de auteur.

Waardeer dit artikel

Dit artikel lees je gratis. Vind je het artikel en onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Media.

Mijn gekozen bedrag: € -

Over de auteur

Over de auteur

Mehmet Firat Özgür

Naar profielpagina