Aanwezig, maar onzichtbaar. Het leven van een ongedocumenteerde hulpverlener in Nederland
Op een regenachtige avond, onder een zwaarbewolkte hemel, ontmoette ik in een Nederlandse plaats vlak bij de Duitse grens een man die twee jaar voor het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken had gewerkt, nadat hij daarvoor twee jaar in Afrika in dienst was geweest van de Italiaanse overheid.
Mijn gast, Asmar (hij wil graag dat zijn echte naam wordt gebruikt), wacht me op bij de ingang van zijn verblijfplaats. Hij schudt me de hand met het zelfvertrouwen van iemand die zijn angst of spanning probeert te verbergen. Hij spreekt Arabisch met een Jemenitisch accent en draagt dure, klassieke kleding die doen vermoeden dat hij ooit een prestigieuze functie bekleedde, voordat het lot hem ertoe dwong onder de radar in Nederland te leven. Hier wacht hij op een specifieke datum waarop hij asiel kan aanvragen zonder te worden teruggestuurd naar Frankrijk, het land dat hem een Schengenvisum verstrekte.
Voordat we naar boven gaan om te praten, vraagt hij me mee te gaan naar de supermarkt die het dichtst bij zijn geheime verblijfplaats ligt, een Albert Heijn. Terwijl we onderweg praten, vertelt hij dat hij twee keer per week met zijn boodschappentas naar de winkel gaat en zich mengt tussen zijn buurtgenoten. Daarna keert hij stilletjes terug naar zijn kamer. Hij vermijdt bussen en auto’s die door hun verlichting of uiterlijk de indruk wekken van een overheidsinstantie te zijn en trekt zo weinig mogelijk aandacht.
Bij de kassa zie ik dat hij een Bonuskaart van Albert Heijn bij zich heeft. Ik maak een grapje: ‘Dit is het eerste document dat bewijst dat je in Nederland woont, althans voor de caissière van de supermarkt. Nu heb je alleen nog een rijbewijs en een verblijfsvergunning nodig, zodat je verder kunt komen. En zelfs steden en vliegvelden kunt bezoeken.’
Geen toerist en geen crimineel
We lopen terug naar zijn verblijfplaats. Het valt me op hoe voorzichtig hij straten en fietspaden oversteekt. Vrienden hebben hem gewaarschuwd dat wanneer hij bij een ongeluk betrokken raakt, de politie komt en meteen naar zijn gegevens vraagt. Iemand zoals hij, die in de diplomatieke wereld heeft gewerkt, wil onder geen beding aan de verkeerde kant van de wet terechtkomen. Hij is geen toerist en geen crimineel, maar een van die mensen wier leven verstrikt is geraakt in oorlogen en internationale politiek, om uiteindelijk zonder papieren in een onbekend land te stranden.
Wanneer ik de verblijfplaats van de achtendertigjarige Asmar binnenkom, zie ik op tafel een oud houten schaakbord staan dat hij heeft meegenomen uit de tijd dat hij op de ambassade werkte. Ernaast staat een glas water met munt en citroen. De gloed van het scherm, met daarop Netflix, verlicht de kamer. Dit is de enige plek waar hij volledige vrijheid kent.

Als ik hem vraag hoe hij de lange uren in zijn verblijf doorbrengt, vertelt Asmar, die beter Engels spreekt dan zijn moedertaal Arabisch, dat zijn leven mooi is, maar gepaard gaat met beperkingen en angst. Hij volgt Nederlandse les bij een privédocent die hij online heeft leren kennen, hij sport, hij kookt iedere dag en probeert een zo normaal mogelijk leven te leiden, terwijl hij in stilte wacht tot zijn recht om hier te blijven wordt erkend. Ondertussen volgen nieuwsberichten en nieuwe asielwetten elkaar op en neemt zijn ongerustheid toe.
‘Ik voel de behoefte om met anderen te praten. Ik heb behoefte aan vriendschap en een sociaal leven, maar ik heb geen verblijfsvergunning, dus houd ik afstand van mensen – ik voel me onzichtbaar,’ zegt Asmar.
Voordat hij bij de Amerikaanse en Italiaanse ambassades ging werken, heeft Asmar volgens documenten die ik heb ingezien ook ongeveer tien jaar voor mensenrechtenorganisaties in Irak, Sudan, Syrië en Ethiopië gewerkt. De rollen lijken te zijn omgekeerd.
Langere geldigheidsduur
Asmar is Europa binnengekomen met een visum voor Frankrijk en heeft, ongelukkig genoeg voor hem, een visum met een lange geldigheidsduur gekregen. Om in Nederland asiel te kunnen aanvragen, kan hij zijn aanvraag pas indienen zes maanden nadat zijn visum is verlopen. Doet hij dat eerder, dan zullen de Nederlandse autoriteiten hem terugsturen naar het land dat hem het Schengenvisum heeft verstrekt. En helaas voor Asmar heeft dat land hem een visum met een lange geldigheidsduur verleend.
Als ik hem vraag waarom hij geen asiel heeft aangevraagd in het land dat hem het visum heeft verstrekt, in plaats van maandenlang ondergedoken te wachten, zegt hij dat hij zich verbonden voelt met de cultuur van dit land, Nederland.
Ik vraag hem waarom hij niet naar de Verenigde Staten is vertrokken, aangezien hij voor de Amerikaanse overheid heeft gewerkt. Hij antwoordt dat hem ‘highest priority’ is toegezegd, een programma van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken waarmee Amerikaanse ambassadeurs mensen kunnen voordragen voor uitzonderlijke immigratie naar de Verenigde Staten, maar dat hem uiteindelijk geen visum is verleend.
Ook toont hij me een document van 19 augustus 2025 waaruit blijkt dat hij in Nederland een aanvraag heeft ingediend, die door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken is afgewezen.
In februari 2020 begint Asmar te werken voor ADRA, de Adventist Development and Relief Agency, in Jemen. Terwijl hij daar in oorlogsgebieden werkt, wordt hij ontvoerd door de door Iran gesteunde Houthi’s. Ze bedreigen hem met een vuurwapen tegen zijn achterhoofd omdat hij weigert hun bevelen over de distributie van medicijnen en voedsel op te volgen.
Daarna verlaat hij het land en halverwege 2021 begint Asmar via AICS, een humanitaire organisatie, voor de Italiaanse overheid te werken. Hij maakt deel uit van de afdeling voor noodhulp in Sudan en Italië.
Tijdens zijn werk in Afrika wordt hij eind 2023 gerekruteerd om vervolgens voor de Amerikaanse overheid te werken, waarbij hij operaties coördineert met de regering van de Republiek Jemen. Hij blijft in die functie tot augustus 2025. Dan ontvangt hij een e-mail van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio, waarin hij en zijn collega’s te horen krijgen dat hun arbeidscontracten worden beëindigd nadat de Amerikaanse regering heeft besloten te snijden in het personeelsbestand van het ministerie van Buitenlandse Zaken om de begroting terug te dringen.
Een hond
Ik vraag Asmar wat zijn volgende stap is. Hij antwoordt dat hij rust in zijn hoofd wil, een hond wil kopen, wil trouwen, een aantal dingen wil afmaken en wil terugkeren naar het werk waar hij goed in is.
Voordat we afscheid nemen, leest hij me een gedicht voor dat hij tijdens zijn isolement heeft geschreven:
You dreamt of jobs and kids, a wife;
And luck in love, and love for life;
And all the heights you aimed to soar;
In dreams you thought you waited for.
You chased the tasks you had to do;
And climbed a world you never knew;
And at the peak, you woke each night;
To what could be, and what just might.
And when, at last, I broke the mold—
To trade my poor for heavy gold;
I served the flag, but then I knew:
I never really dreamt of you.
But now you plead to dream again;
To find yourself, but tell me: when?
To find your feet on ground unknown—
To carve a path through stone, alone;
To live a life that’s yours alone.
Vertaling:
Je droomde van een baan en kinderen, een vrouw;
Van geluk in de liefde en liefde voor het leven;
Van alle hoogten die je wilde bereiken;
In dromen waarvan je dacht dat je erop wachtte.
Je joeg de taken na die je moest volbrengen;
En beklom een wereld die je niet kende;
En op de top werd je iedere nacht wakker;
Met wat zou kunnen zijn en wat misschien zou komen.
En toen ik eindelijk het patroon doorbrak –
Om mijn armoede in te ruilen voor zwaar goud;
Diende ik de vlag, maar toen begreep ik:
Ik had nooit echt van jou gedroomd.
Maar nu smeek je om opnieuw te mogen dromen;
Om jezelf te vinden, maar zeg me: wanneer?
Om vaste grond te vinden op onbekend terrein –
Om alleen een weg door steen te banen;
Om een leven te leiden dat alleen van jou is.
De auteur van dit artikel heeft documenten ingezien die bevestigen dat Asmar heeft gewerkt voor instellingen die verbonden zijn aan de Italiaanse en Amerikaanse overheid.
Over de auteur