Aan weerszijden van de grensoever klinkt hetzelfde lied
Hoe voelt het om op te groeien op een kruispunt van grenzen? “De regio is als een appel die in twee helften is gesneden,” schrijft de Afghaanse journalist Saadat Mousavi in zijn poëtische essay over het leven aan de oever van de Amu Darya-rivier.

Zwemmers in de Amu Darya-rivier, met de vriendschapsbrug op de achtergrond. Wakil Kohsar / AFP
De plaats waar ik geboren ben, ligt aan de oever van een rivier die aan beide kanten omringd is door hoge bergen. Dit gebied, niet ver van de Pamir, is een ontmoetingspunt van landen, waar Pakistan, China en Tadzjikistan grenzen aan Afghanistan. Ons dorp lag tegenover Tadzjikistan. Slechts een rivier, die wij Amu noemden. (De Amu- of Panj-rivier dankt haar naam aan het feit dat ze ontstaat uit vijf kleine rivieren, die de twee landen scheiden.)
Het gebied leek op een in tweeën gesneden appel; één land dat in de negentiende eeuw door de grensafbakening van de Britten en de tsaristische Russen in stukken werd verdeeld en een volk uiteenrukte. Toen ik tiener was en het vee (koeien, ezels, paarden, schapen) naar de weiden langs de Amu bracht, zag ik de Tadzjiekse vrouwen en meisjes aan de overkant in hun tuinen in de weer. De rivier was misschien krap tweehonderd meter breed en de stemmen van de overkant waren hoorbaar. Maar hoewel we dezelfde taal, cultuur en historische achtergrond hadden, was er bijna geen contact. Tot 2005 bewaakten de Russen de grens van Tadzjikistan; er was geen enkel contact tussen de mensen aan beide oevers.
Ondanks dat de Russen ook dat verboden, zongen wij kinderen af en toe lokale volksliedjes. Als wij een vers hardop zongen, zongen de Tadzjiekse meisjes aan de overkant het tweede vers. Wanneer zij de eerste regel zongen, volgden wij met de tweede. Zoals dit gedicht:
Je bent gekomen, mijn trouwe vriend.
O bloem, speels en een beetje wispelturig.
Of dit vers:
Speelse zoon van Armenië, wees even zacht.
Word ofwel moslim, of laat mij een christen zijn.
De rivier was er getuige van dat onze geheugens en zielen verbonden waren. Met onze liederen en orale literatuur staken we de politieke grens over, waar we als kinderen in een gedeelde wereld leefden. Alsof alles door de politiek werd ingeperkt en uitgewist, behalve de groene wortels van de literatuur, die zich bleven verzetten tegen de scheiding en vervreemding. Literatuur ontkent en veracht grenzen en bekrompenheid.
Als een appel in twee helften
Na de val van de lokale koningen van Darwaz in 1876 en de escalatie van de koloniale rivaliteit tussen Rusland en Groot-Brittannië, werd de grenslijn uiteindelijk in 1895 langs de Amu-rivier vastgelegd. Daardoor werd het historische land Darwaz in twee delen verdeeld: één binnen het huidige Afghanistan en één binnen Tadzjikistan.
Deze grens werd niet getrokken op basis van een culturele breuk, maar van geopolitiek. Toch delen de mensen aan beide zijden van de Amu, ondanks die plotselinge scheiding, nog steeds dezelfde oorsprong, taal en een gezamenlijke historische, literaire en rituele herinnering. Ze delen de muziek van Mūrigi en de verhalen van de koningen van Darwaz. Ze proberen zelfs samen Nowruz (Perzich Nieuwjaar) te vieren, al is dat moeilijk geworden.
Welke invloed heeft deze politieke grens dan op de banden tussen de mensen aan beide zijden van de Amu? De regio is als een appel die in twee helften is gesneden. Een verdeling die het leven aan beide kanten nog altijd vormgeeft. De rivier is getuige van onze verbondenheid. Via liederen en mondelinge literatuur overstijgen wij de politieke grens en leven wij in een vanzelfsprekende gedeelde wereld.
Hoewel alles door politiek en grenzen beperkt en uitgewist lijkt te worden, verzet literatuur zich tegen wederzijdse vervreemding. Literatuur ontkent en bespot grenzen en bekrompenheid. Wanneer het leven verstrikt raakt in politieke netten, bouwt literatuur bruggen tussen mensen en zorgt zij ervoor dat culturele banden niet worden vernietigd.
Oversteek
Maar de werkelijkheid is niet altijd zo poëtisch.
In de tijd dat de grens onder Sovjetcontrole stond, stak mijn vader op een winterdag het Tadzjiekse gebied over. Hij was door een vriend uitgenodigd voor wat volgens mij een bruiloft was. Niet lang daarna kregen we bericht dat Sovjetsoldaten hem hadden gearresteerd en opgesloten. Mijn moeder, op wie de kunstmatige grens nooit indruk had gemaakt, sloeg huilend op haar hoofd en gezicht terwijl ze riep: ‘Waarom hebben ze hem gearresteerd?’
Dagen gingen voorbij zonder nieuws. Na dertien dagen slaagden Afghaanse grensautoriteiten erin zijn vrijlating uit een Sovjetgevangenis te regelen. Mijn vader, die verslaafd was aan naswar — een lokale vorm van rookloze tabak die onder de onderlip wordt geplaatst — heeft in die dertien dagen enorm geleden. Nog lange tijd daarna bleef hij de Russen vervloeken.
Ondanks strenge beperkingen vonden er toch overtochten plaats. Soms ontstonden liefdesverhalen, en zelfs huwelijken. Russische soldaten openden af en toe het vuur en daarbij vielen slachtoffers. Terwijl mensen probeerden de Amu-rivier in kleine bootjes over te steken, werd er geschoten. Ongeveer twintig dorpelingen uit onze gemeenschap kwamen om door Russisch geweervuur.
Na 2005, toen Russische troepen zich terugtrokken en de grensbewaking werd overgedragen aan de Tadzjiekse autoriteiten, veranderde de situatie enigszins. Nadat Tadzjikistan in 1991 onafhankelijk werd, werden de grensregio’s geteisterd door honger en hongersnood. Wat ik mij het meest herinner uit die jaren is extreme armoede. Mijn vader ruilde gedroogd fruit, meel en tarwe voor serviesgoed, olielampen, diesel, zwavel, zeep en bedden. Het was een traditionele ruilhandel, uitgevoerd buiten het zicht van de grenssoldaten.
Vriendschapsbrug
Tegelijk met het vertrek van de Russen bouwde het Aga Khan Development Network (AKDN), met internationale steun, in 2004 een vriendschapsbrug in het gebied Qal’a-e Khum-Nusay. Uiteindelijk werden meerdere bruggen over de rivier gebouwd, waardoor verkeer en handelscontacten toenamen. Voor de Afghaanse kant, waar wegen, elektriciteit en basisvoorzieningen nog steeds ontbraken, voelde dit alsof er een deur werd geopend. Er was een wekelijkse gezamenlijke markt op de brug waar mensen van beide kanten elkaar ontmoetten en goederen uitwisselden.
Naast de handel nam ook de culturele uitwisseling toe. Tijdens Nowruz, het grootste feest in Centraal-Azië en in Perzischsprekende landen, deden mensen van beide zijden mee. Tadzjiekse artiesten en zangers kwamen optreden en creëerden met hun muziek, humor en dans een gevoel van eenheid, alsof de gespleten appel weer heel werd.
Verschillende schriften
Toch blijft er één stevige muur bestaan: het schrift. Onder Sovjetbewind werd het Perzische schrift in Tadzjikistan vervangen door het Cyrillische alfabet. Hoewel de mensen aan beide zijden van de rivier dezelfde taal en cultuur delen en beide groepen Perzisch spreken, gebruiken zij verschillende schriften en kunnen zij elkaars teksten zonder vertaling niet lezen of begrijpen.
Nu, honderddertig jaar nadat de Britten en de Russen in 1895 overeenstemming bereikten over de grens, bepaalt die grens de regio nog steeds. We zien dat de ene zijde van de rivier zich ontwikkelde onder een socialistisch en seculier Sovjetsysteem, dat invloed had op taal en sociale structuren, terwijl de andere zijde verstrikt raakte in terugkerende oorlogen en wisselende bewegingen tussen extremistische en soms seculiere groeperingen.
De Amu Darya, ooit een bron van poëtische inspiratie, is door de formalisering van de grens veranderd in een angstaanjagende realiteit die het dagelijks leven aan beide zijden bemoeilijkt. En toch, wanneer de zon ondergaat en het licht langzaam zachter wordt, vervaagt de grens even, in de schemering. In dat halfduister steken mensen de rivier over, gedreven door noodzaak, liefde of familiebanden. Wat overdag streng bewaakt wordt, verliest ’s nachts iets van zijn hardheid.
Misschien heeft de geschiedenis ons geleerd dat geen enkele scheiding ooit absoluut of eeuwig is, want dezelfde zon die achter de bergen zakt, kust de velden aan beide zijden van de Amu.
Zal deze grens ooit verdwijnen?
Dit artikel verscheen eerder in het Engels bij De Facto.
Over de auteur